BWBR0047891
Geldig vanaf 2023-02-21
Artikel 1
Regeling specifieke uitkering transitievergoeding regionale OV-concessies 2023
In deze regeling wordt verstaan onder:
algemene groepsvrijstellingsverordening:Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
concessie: regionale vervoersconcessie, genoemd in bijlage 1;
concessiehouder: vergunninghoudend vervoersbedrijf aan wie een concessie is verleend, genoemd in bijlage 1;
concessieverlener: tot verlening van een concessie bevoegd gezag, bedoeld in artikel 20, tweede, derde en vierde lid van de Wet personenvervoer 2000, en genoemd in bijlage 1;
controleverklaring: een schriftelijke verklaring van een registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent, bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, inhoudende een oordeel over de juistheid van de kosten, de volledigheid van de opbrengsten en financiële rechtmatigheid daarvan in de aanvraag tot subsidievaststelling;
dienstregeling: voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin zijn aangeduid de halteplaatsen waartussen en de tijdstippen waarop openbaar vervoer wordt verricht, zo nodig onder de vermelding of de halteplaatsen of de tijdstippen door de reiziger kunnen worden beïnvloed;
Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
ontvanger: concessieverlener;
referentiekosten: werkelijke kosten als bedoeld in bijlage 2, die zijn gemaakt bij de uitvoering van een concessie in het jaar 2019, of een later jaar met de meest actuele begroting in het geval dat de ingangsdatum van het concessiecontract later is dan 1 januari 2019, zoals gerapporteerd in de BVOV-monitor van juni 2022, en op het prijspeil van 2023 gebracht door middel van een index conform bijlage 3;
referentieopbrengsten: referentieopbrengsten als bedoeld in bijlage 2, die zijn gegenereerd bij de uitvoering van een concessie in het jaar 2019, of een later jaar met de meest actuele begroting in het geval dat de ingangsdatum van het concessiecontract later is dan 1 januari 2019, zoals gerapporteerd in de BVOV-monitor van juni 2022, en op het prijspeil van 2023 gebracht door middel van een index conform bijlage 3, waarbij wordt uitgegaan van 82% van de directe reizigersopbrengsten in het jaar 2019 op het prijspeil van 2023 gebracht door middel van een index conform bijlage 3;
vervoersbedrijf: onderneming die regionaal openbaar vervoer verricht, niet in de hoedanigheid van bestuurder van een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
transitievergoeding: vergoeding aan een concessiehouder en, indien van toepassing, een opbrengstverantwoordelijke concessieverlener, voor een concessie in het regionaal openbaar vervoer in verband met de uitvoering van het openbaar vervoer in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023;
vaste exploitatiebijdrage: in de concessie overeengekomen tegemoetkoming aan exploitatiekosten van de concessiehouders door de concessieverlener voor uitvoering van de dienstregeling niet zijnde een prestatieafhankelijke bijdrage of aanvullende subsidies;
kosten: kosten voor de uitvoering van een concessie in de subsidiabele periode, bedoeld in bijlage 2;
opbrengsten: opbrengsten bij uitvoering van de concessie in de subsidiabele periode, bedoeld in bijlage 2;
subsidiabele periode: periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023;
zuivere winstmarge: winstmarge van een concessie waarbij het resultaat vóór belastingen van de resultatenrekening wordt gedeeld door de opbrengsten uit die resultaatformule. Bij bepalen van de kosten en opbrengsten, worden de kosten en opbrengsten gezuiverd voor posten die betrekking hebben op voorgaande of opvolgende jaren zodat opbrengsten en kosten aan de juiste periode, te weten het kalenderjaar, worden toegerekend.
algemene groepsvrijstellingsverordening:Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
concessie: regionale vervoersconcessie, genoemd in bijlage 1;
concessiehouder: vergunninghoudend vervoersbedrijf aan wie een concessie is verleend, genoemd in bijlage 1;
concessieverlener: tot verlening van een concessie bevoegd gezag, bedoeld in artikel 20, tweede, derde en vierde lid van de Wet personenvervoer 2000, en genoemd in bijlage 1;
controleverklaring: een schriftelijke verklaring van een registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent, bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, inhoudende een oordeel over de juistheid van de kosten, de volledigheid van de opbrengsten en financiële rechtmatigheid daarvan in de aanvraag tot subsidievaststelling;
dienstregeling: voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin zijn aangeduid de halteplaatsen waartussen en de tijdstippen waarop openbaar vervoer wordt verricht, zo nodig onder de vermelding of de halteplaatsen of de tijdstippen door de reiziger kunnen worden beïnvloed;
Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
ontvanger: concessieverlener;
referentiekosten: werkelijke kosten als bedoeld in bijlage 2, die zijn gemaakt bij de uitvoering van een concessie in het jaar 2019, of een later jaar met de meest actuele begroting in het geval dat de ingangsdatum van het concessiecontract later is dan 1 januari 2019, zoals gerapporteerd in de BVOV-monitor van juni 2022, en op het prijspeil van 2023 gebracht door middel van een index conform bijlage 3;
referentieopbrengsten: referentieopbrengsten als bedoeld in bijlage 2, die zijn gegenereerd bij de uitvoering van een concessie in het jaar 2019, of een later jaar met de meest actuele begroting in het geval dat de ingangsdatum van het concessiecontract later is dan 1 januari 2019, zoals gerapporteerd in de BVOV-monitor van juni 2022, en op het prijspeil van 2023 gebracht door middel van een index conform bijlage 3, waarbij wordt uitgegaan van 82% van de directe reizigersopbrengsten in het jaar 2019 op het prijspeil van 2023 gebracht door middel van een index conform bijlage 3;
vervoersbedrijf: onderneming die regionaal openbaar vervoer verricht, niet in de hoedanigheid van bestuurder van een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
transitievergoeding: vergoeding aan een concessiehouder en, indien van toepassing, een opbrengstverantwoordelijke concessieverlener, voor een concessie in het regionaal openbaar vervoer in verband met de uitvoering van het openbaar vervoer in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023;
vaste exploitatiebijdrage: in de concessie overeengekomen tegemoetkoming aan exploitatiekosten van de concessiehouders door de concessieverlener voor uitvoering van de dienstregeling niet zijnde een prestatieafhankelijke bijdrage of aanvullende subsidies;
kosten: kosten voor de uitvoering van een concessie in de subsidiabele periode, bedoeld in bijlage 2;
opbrengsten: opbrengsten bij uitvoering van de concessie in de subsidiabele periode, bedoeld in bijlage 2;
subsidiabele periode: periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023;
zuivere winstmarge: winstmarge van een concessie waarbij het resultaat vóór belastingen van de resultatenrekening wordt gedeeld door de opbrengsten uit die resultaatformule. Bij bepalen van de kosten en opbrengsten, worden de kosten en opbrengsten gezuiverd voor posten die betrekking hebben op voorgaande of opvolgende jaren zodat opbrengsten en kosten aan de juiste periode, te weten het kalenderjaar, worden toegerekend.