BWBR0047886
Geldig vanaf 2023-02-18
Artikel 8
Instellingsbesluit Commissie van onderzoek mortierongeval Mali
1. De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.
2. Het Ministerie van Defensie verleent de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig heeft.
3. Ambtenaren van het Ministerie van Defensie zijn gehouden om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen ook als hun mogelijk een (ernstig) disciplinair verwijt zou kunnen worden gemaakt, voor zover deze samenhangt met hun (huidige dan wel voormalige) ambtelijke taak en binnen de van toepassing zijnde wettelijke kaders, tenzij zij hiermee gedwongen zouden worden aan hun eigen strafrechtelijke vervolging mee te werken.
4. De commissie is gerechtigd in het kader van haar onderzoek kennis te nemen van gegevens die berusten bij het Ministerie van Defensie, ongeacht de merking of rubricering. Een geheimhoudingsplicht ter zake, rustend op (voormalig) ambtenaren van het Ministerie van Defensie vindt in dat geval ten overstaan van de commissie geen toepassing.
5. De commissie is gerechtigd in het kader van haar onderzoek algemeen toegankelijke plaatsen, alsmede die terreinen en gebouwen die onder de verantwoordelijkheid van de Minister vallen, te betreden voor zover zij dat dienstig acht voor haar onderzoek.
6. De commissie kan de Minister verzoeken een onderzoek in te stellen naar het gebruik van dienst e-mail en telefonisch berichtenverkeer, indien en voor zover zij een dergelijk onderzoek noodzakelijk acht voor de uitvoering van haar onderzoekstaak.
7. De commissie maakt van zijn bevoegdheden in artikel 8slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van haar taak nodig is.
8. Op de leden van de commissie, de secretaris, de overige leden van het onderzoeksteam en de andere personen die de commissie bijstaan rust een geheimhoudingsplicht met betrekking tot gemerkte en gerubriceerde gegevens als bedoeld in het vierde lid. De Minister kan de commissie aanwijzingen geven hoe met deze gegevens om te gaan.
9. Zo nodig dienen de in het achtste lid van dit artikel genoemde personen een veiligheidsonderzoek te ondergaan.
10. De commissie zal zich verantwoorden over de aan haar geboden medewerking in het onderzoeksrapport.
2. Het Ministerie van Defensie verleent de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig heeft.
3. Ambtenaren van het Ministerie van Defensie zijn gehouden om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen ook als hun mogelijk een (ernstig) disciplinair verwijt zou kunnen worden gemaakt, voor zover deze samenhangt met hun (huidige dan wel voormalige) ambtelijke taak en binnen de van toepassing zijnde wettelijke kaders, tenzij zij hiermee gedwongen zouden worden aan hun eigen strafrechtelijke vervolging mee te werken.
4. De commissie is gerechtigd in het kader van haar onderzoek kennis te nemen van gegevens die berusten bij het Ministerie van Defensie, ongeacht de merking of rubricering. Een geheimhoudingsplicht ter zake, rustend op (voormalig) ambtenaren van het Ministerie van Defensie vindt in dat geval ten overstaan van de commissie geen toepassing.
5. De commissie is gerechtigd in het kader van haar onderzoek algemeen toegankelijke plaatsen, alsmede die terreinen en gebouwen die onder de verantwoordelijkheid van de Minister vallen, te betreden voor zover zij dat dienstig acht voor haar onderzoek.
6. De commissie kan de Minister verzoeken een onderzoek in te stellen naar het gebruik van dienst e-mail en telefonisch berichtenverkeer, indien en voor zover zij een dergelijk onderzoek noodzakelijk acht voor de uitvoering van haar onderzoekstaak.
7. De commissie maakt van zijn bevoegdheden in artikel 8slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van haar taak nodig is.
8. Op de leden van de commissie, de secretaris, de overige leden van het onderzoeksteam en de andere personen die de commissie bijstaan rust een geheimhoudingsplicht met betrekking tot gemerkte en gerubriceerde gegevens als bedoeld in het vierde lid. De Minister kan de commissie aanwijzingen geven hoe met deze gegevens om te gaan.
9. Zo nodig dienen de in het achtste lid van dit artikel genoemde personen een veiligheidsonderzoek te ondergaan.
10. De commissie zal zich verantwoorden over de aan haar geboden medewerking in het onderzoeksrapport.