BWBR0047886
Geldig vanaf 2023-02-18
Artikel 7
Instellingsbesluit Commissie van onderzoek mortierongeval Mali
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
2. De commissie stelt een protocol vast over de wijze waarop zij het onderzoek uitvoert en deelt dit met de Minister. In dit protocol beschrijft zij in ieder geval;
a. hoe zij personen hoort en daarvan verslag doet en op welke wijze de vertrouwelijkheid van informatie en de rechten en plichten van betrokkenen worden geborgd;
b. op welke wijze zij betrokkenen informeert over hun rechten en plichten, waaronder het recht zich bij te laten staan door een raadsman;
c. welke waarborgen in acht worden genomen indien in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2, onder a, van dit besluit een gerechtvaardigd vermoeden ten aanzien van een individu ontstaat dat sprake is nalatig en/of verwijtbaar handelen;
d. hoe zij vertrouwelijke c.q. gerubriceerde/gemerkte informatie behandelt, opslaat, en verwerkt;
e. hoe in het kader van hoor en wederhoor bevindingen worden voorgelegd aan personen of instanties die door deze bevindingen worden geraakt of die daartegen bedenkingen zouden kunnen hebben;
f. de procedure die zij in gang zet indien tijdens de uitvoering van het onderzoek bij haar het vermoeden ontstaat dat mogelijk sprake is van strafbare feiten;
g. hoe zij haar door de Minister verleende bevoegdheden zoals genoemd in artikel 8, leden 4 tot en met 6 zal uitoefenen.
h. hoe zij de nabestaanden en betrokkenen voorafgaand aan (deel)publicatie onder embargo informeert.
3. De commissie draagt zorg voor naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
4. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
5. Omdat sprake is van een onderzoek dat door externen wordt verricht is de Aanwijzing Interne voorvalonderzoeken Defensie (SG-989) niet van toepassing.
2. De commissie stelt een protocol vast over de wijze waarop zij het onderzoek uitvoert en deelt dit met de Minister. In dit protocol beschrijft zij in ieder geval;
a. hoe zij personen hoort en daarvan verslag doet en op welke wijze de vertrouwelijkheid van informatie en de rechten en plichten van betrokkenen worden geborgd;
b. op welke wijze zij betrokkenen informeert over hun rechten en plichten, waaronder het recht zich bij te laten staan door een raadsman;
c. welke waarborgen in acht worden genomen indien in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2, onder a, van dit besluit een gerechtvaardigd vermoeden ten aanzien van een individu ontstaat dat sprake is nalatig en/of verwijtbaar handelen;
d. hoe zij vertrouwelijke c.q. gerubriceerde/gemerkte informatie behandelt, opslaat, en verwerkt;
e. hoe in het kader van hoor en wederhoor bevindingen worden voorgelegd aan personen of instanties die door deze bevindingen worden geraakt of die daartegen bedenkingen zouden kunnen hebben;
f. de procedure die zij in gang zet indien tijdens de uitvoering van het onderzoek bij haar het vermoeden ontstaat dat mogelijk sprake is van strafbare feiten;
g. hoe zij haar door de Minister verleende bevoegdheden zoals genoemd in artikel 8, leden 4 tot en met 6 zal uitoefenen.
h. hoe zij de nabestaanden en betrokkenen voorafgaand aan (deel)publicatie onder embargo informeert.
3. De commissie draagt zorg voor naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
4. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
5. Omdat sprake is van een onderzoek dat door externen wordt verricht is de Aanwijzing Interne voorvalonderzoeken Defensie (SG-989) niet van toepassing.