BWBR0047876
Geldig vanaf 2024-04-12
Artikel 6
Regeling specifieke uitkering versterking GGD’en
1. De minister neemt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag een besluit omtrent de verlening van de uitkering.
2. De minister geeft ambtshalve een beschikking tot verlening van een uitkering als bedoeld in:
a. artikel 3, eerste lid, onder c: uiterlijk 17 mei 2024;
b. artikel 3, eerste lid, onder d: uiterlijk 28 februari 2025;
c. artikel 3, eerste lid, onder e: uiterlijk 27 februari 2026.
3. Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval voor welke activiteiten de uitkering wordt verleend, het bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop het verrichten van de activiteiten kan worden aangetoond.
4. De minister kan bij het besluit tot verlening ambtshalve voorschotten verlenen.
5. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald.
2. De minister geeft ambtshalve een beschikking tot verlening van een uitkering als bedoeld in:
a. artikel 3, eerste lid, onder c: uiterlijk 17 mei 2024;
b. artikel 3, eerste lid, onder d: uiterlijk 28 februari 2025;
c. artikel 3, eerste lid, onder e: uiterlijk 27 februari 2026.
3. Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval voor welke activiteiten de uitkering wordt verleend, het bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop het verrichten van de activiteiten kan worden aangetoond.
4. De minister kan bij het besluit tot verlening ambtshalve voorschotten verlenen.
5. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald.