BWBR0047849
Geldig vanaf 06-02-2023
Artikel 6
Statuten Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie
1. De Minister kan te allen tijde een bestuurder schorsen en ontslaan.
Schorsing en ontslag van een bestuurder vindt slechts plaats wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. Schorsing en ontslag als bedoeld in de eerste zin van dit Artikellid vinden niet plaats dan na voorafgaande consultatie van de Raad van Toezicht.
2. Een bestuurder defungeert:
a. door zijn overlijden;
b. door zijn aftreden, al dan niet wegens het verlopen van de periode waarvoor hij is benoemd;
c. doordat hij failliet wordt verklaard, hem surseance van betaling wordt verleend of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
d. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
e. door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;
f. door zijn ontslag, verleend door de Minister;
g. door het aanvaarden van een benoeming tot lid van de Raad van Toezicht;
h. behoudens ontheffing door de Minister, door het aanvaarden van een benoeming tot directeur dan wel bestuurder of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan van instellingen die eenzelfde of gelijksoortig doel hebben als de stichting.
Schorsing en ontslag van een bestuurder vindt slechts plaats wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. Schorsing en ontslag als bedoeld in de eerste zin van dit Artikellid vinden niet plaats dan na voorafgaande consultatie van de Raad van Toezicht.
2. Een bestuurder defungeert:
a. door zijn overlijden;
b. door zijn aftreden, al dan niet wegens het verlopen van de periode waarvoor hij is benoemd;
c. doordat hij failliet wordt verklaard, hem surseance van betaling wordt verleend of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
d. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
e. door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;
f. door zijn ontslag, verleend door de Minister;
g. door het aanvaarden van een benoeming tot lid van de Raad van Toezicht;
h. behoudens ontheffing door de Minister, door het aanvaarden van een benoeming tot directeur dan wel bestuurder of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan van instellingen die eenzelfde of gelijksoortig doel hebben als de stichting.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047849
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl