BWBR0047849
Geldig vanaf 06-02-2023
Artikel 11
Statuten Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie
1. De stichting heeft een Raad van Toezicht, bestaande uit ten minste drie (3) en ten hoogste zeven (7) natuurlijke personen. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
2. De Raad van Toezicht stelt, in overleg met de Minister, een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de Raad van Toezicht. Deze profielschets vermeldt dat geen voormalig bestuurder of andere beleidsbepalende functionaris van de stichting deel mag uitmaken van de Raad van Toezicht. Deze profielschets wordt periodiek geëvalueerd door de Raad van Toezicht, maar in ieder geval wanneer een vacature dient te worden vervuld.
3. Leden van de Raad van Toezicht kunnen, behoudens ontheffing door de Minister, geen bestuurder zijn van de stichting dan wel bestuurder zijn van of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan bekleden van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting. De Minister kan bepalen dat deze ontheffing slechts geldig is voor een bepaalde door de Minister vast te stellen periode.
4. Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht is onverenigbaar met de functie van bestuurder of werknemer van de stichting.
5. De Minister stelt het aantal leden van de Raad van Toezicht vast. Een lid van de Raad van Toezicht wordt, met inachtneming van de profielschets, op voordracht van de Raad van Toezicht, door de Minister benoemd. De voorzitter van de Raad van Toezicht wordt in functie benoemd.
Leden van de Raad van Toezicht kunnen te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de Minister.
6. Een lid van de Raad van Toezicht wordt benoemd voor ten hoogste vier (4) jaren en kan maximaal één (1) maal worden herbenoemd.
7. Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht van een lid van de Raad van Toezicht eindigt:
a. door zijn aftreden, al dan niet wegens het verlopen van de periode waarvoor hij is benoemd;
b. door schriftelijke ontslagneming (bedanken);
c. door zijn overlijden;
d. doordat hij failliet wordt verklaard, hem surseance van betaling wordt verleend of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
e. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
f. doordat hij werknemer wordt van de stichting;
g. behoudens ontheffing door de Minister, door het aanvaarden van een benoeming tot bestuur- der van de stichting dan wel het aanvaarden van een functie van bestuurder van of het aangaan van het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan van een instelling die eenzelfde of gelijksoortig doel heeft als de stichting;
h. bij ontslag verleend door de Minister.
8. In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de Raad van Toezicht zijn de overblijvende leden van de Raad van Toezicht met het toezicht belast. In het geval alle leden van de Raad van Toezicht komen te ontbreken is het bestuur gehouden om binnen drie maanden nadat alle leden van de Raad van Toezicht zijn komen te ontbreken de Minister te verzoeken één nieuw lid van de Raad van Toezicht te benoemen. Onder belet wordt in deze statuten verstaan de omstandigheid dat het lid van de Raad van Toezicht gedurende een periode van meer dan één (1) maand onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken.
2. De Raad van Toezicht stelt, in overleg met de Minister, een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de Raad van Toezicht. Deze profielschets vermeldt dat geen voormalig bestuurder of andere beleidsbepalende functionaris van de stichting deel mag uitmaken van de Raad van Toezicht. Deze profielschets wordt periodiek geëvalueerd door de Raad van Toezicht, maar in ieder geval wanneer een vacature dient te worden vervuld.
3. Leden van de Raad van Toezicht kunnen, behoudens ontheffing door de Minister, geen bestuurder zijn van de stichting dan wel bestuurder zijn van of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan bekleden van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting. De Minister kan bepalen dat deze ontheffing slechts geldig is voor een bepaalde door de Minister vast te stellen periode.
4. Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht is onverenigbaar met de functie van bestuurder of werknemer van de stichting.
5. De Minister stelt het aantal leden van de Raad van Toezicht vast. Een lid van de Raad van Toezicht wordt, met inachtneming van de profielschets, op voordracht van de Raad van Toezicht, door de Minister benoemd. De voorzitter van de Raad van Toezicht wordt in functie benoemd.
Leden van de Raad van Toezicht kunnen te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de Minister.
6. Een lid van de Raad van Toezicht wordt benoemd voor ten hoogste vier (4) jaren en kan maximaal één (1) maal worden herbenoemd.
7. Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht van een lid van de Raad van Toezicht eindigt:
a. door zijn aftreden, al dan niet wegens het verlopen van de periode waarvoor hij is benoemd;
b. door schriftelijke ontslagneming (bedanken);
c. door zijn overlijden;
d. doordat hij failliet wordt verklaard, hem surseance van betaling wordt verleend of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
e. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
f. doordat hij werknemer wordt van de stichting;
g. behoudens ontheffing door de Minister, door het aanvaarden van een benoeming tot bestuur- der van de stichting dan wel het aanvaarden van een functie van bestuurder van of het aangaan van het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan van een instelling die eenzelfde of gelijksoortig doel heeft als de stichting;
h. bij ontslag verleend door de Minister.
8. In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de Raad van Toezicht zijn de overblijvende leden van de Raad van Toezicht met het toezicht belast. In het geval alle leden van de Raad van Toezicht komen te ontbreken is het bestuur gehouden om binnen drie maanden nadat alle leden van de Raad van Toezicht zijn komen te ontbreken de Minister te verzoeken één nieuw lid van de Raad van Toezicht te benoemen. Onder belet wordt in deze statuten verstaan de omstandigheid dat het lid van de Raad van Toezicht gedurende een periode van meer dan één (1) maand onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047849
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl