BWBR0047626
Geldig vanaf 08-10-2024
Artikel 3
Besluit ‘gemengd afmeren’ Rotterdam 2022
1. Een binnenschip geschikt voor het gemengd afmeren en dat voldoet aan artikel 2 mag op de hiernavolgende ligplaatsen direct of indirect afmeren zonder inachtneming van de afmeerafstanden als bedoeld in artikel 7.07, eerste lid, Bpr:
a. de ligplaatsen gelegen aan steiger 5, 6 en 7 in de Prins Johan Frisohaven ter hoogte van oeverfrontnummers 2704, 2701 en 2694;
b. de ligplaatsen gelegen aan steiger 2 in de 2e Petroleumhaven ter hoogte van oeverfrontnummer 3008;
c. de ligplaatsen gelegen aan steiger 23 oostzijde in de Botlek ter hoogte van oeverfrontnummer 4212;
d. de ligplaatsen gelegen aan steiger 3, 4, 7 en 8 in het Hartelkanaal ter hoogte van oeverfrontnummers 5022, 5023, 6081 en 6079;
e. de ligplaatsen gelegen aan steiger A in de Mississippihaven ter hoogte van oeverfrontnummer 7062;
f. de ligplaatsen gelegen aan steiger A, B, en C in de Hartelhaven ter hoogte van oeverfrontnummers 7124, 7123 en 7122;
g. de ligplaatsen gelegen aan de kade 1 in de Amazonehaven ter hoogte van oeverfrontnummers 8050;
h. de ligplaatsen gelegen aan de Antarcticakade tussen de bolders 17 tot en met 32 ter hoogte van de oeverfrontnummers 8246 en 8249;
i. de ligplaatsen gelegen aan steiger 1 en 2 in de Prinses Margriethaven ter hoogte van oeverfrontnummers 8364 en 8363;
j. de ligplaatsen gelegen aan steiger 1, 2, 3, 4, 5, 10 en 13 in het Calandkanaal, ter hoogte van oeverfrontnummers 5390, 5389, 5387, 5385, 5384, 5365 en 5323.
2. Een binnenschip geschikt voor het gemengd afmeren met uitzondering van binnentankschepen en dat voldoet aan artikel 2 mag op de hiernavolgende ligplaatsen direct of indirect afmeren zonder inachtneming van de afmeerafstanden als bedoeld in artikel 7.07, eerste lid, Bpr:
a. de ligplaatsen gelegen aan steiger 1, 2, 3 en 4 in de Waalhaven 4 noordzijde ter hoogte van oeverfrontnummer 2211, 2212, 2214 en 2215, zodra deze in gebruik worden genomen en zijn voorzien van borden als bedoeld in lid 6;
b. de ligplaatsen gelegen aan de palen 1 in de Prinses Beatrixhaven ter hoogte van oeverfrontnummer 2744.
3. Een binnenschip geschikt voor het gemengd afmeren met uitzondering van droge ladingschepen (binnenschepen niet zijnde binnentankschepen) en dat voldoet aan artikel 2 mag op de hiernavolgende ligplaatsen direct of indirect afmeren zonder inachtneming van de afmeerafstanden als bedoeld in artikel 7.07, eerste lid, Bpr:
a. de ligplaatsen gelegen aan steiger 0, 1 en 3 in de 2e Petroleumhaven ter hoogte van oeverfrontnummer 3011, 3009 en 3013;
b. de ligplaatsen gelegen aan steiger 1, 2, 3 en 4 in de Geulhaven ter hoogte van oeverfrontnummers 4024, 4023, 4022 en 4021:
c. de ligplaatsen gelegen aan steiger 1 en 2 in de 3e Petroleumhaven ter hoogte van oeverfrontnummers 4053 en 4054;
d. de ligplaatsen gelegen aan steiger 1 en 2 in de Welplaathaven ter hoogte van oeverfrontnummers 4134 en 4135;
e. de ligplaatsen gelegen in de Neckarhaven westzijde en oostzijde ter hoogte van oeverfrontnummer 6015;
f. de ligplaatsen gelegen aan de palen B1 en B2 in het Yangtzekanaal ter hoogte van oeverfrontnummer 9813.
4. In afwijking van het tweede lid, mogen:
a. in de Prinses Beatrixhaven aan de palen 1 ook bunkerschepen afmeren; en
b. aan steiger 1, 2, 3 en 4 in de Waalhaven 4 noordzijde ter hoogte van oeverfrontnummer 2211, 2212, 2214 en 2215 ook binnentankschepen die op grond van artikel 5.4 van de Havenverordening Rotterdam 2020 buiten een petroleumhaven ligplaats mogen nemen, afmeren.
5. Op de volgende ligplaatsen mag tijdens het gemengd afmeren geventileerd worden, mits voorafgaand aan het ventileren dit overeenkomstig artikel 4.11, zevende lid, van de Havenverordening Rotterdam 2020 aan de havenmeester is gemeld:
a. de ligplaatsen gelegen aan steiger 3 in de Geulhaven ter hoogte van oeverfrontnummer 4022;
b. de ligplaatsen gelegen aan palen B1 en B2 in het Yangtzekanaal ter hoogte van oeverfrontnummer 9813.
6. De ligplaatsen, als bedoeld in dit artikel, worden aangeduid met:
a. een teken E.7 als bedoeld in Bijlage 7 van het Bpr en bijkomend teken F.4 als bedoeld in Bijlage 7 van het Bpr met daarop in elk geval de tekst ‘Gemengd afmeren’; of
b. een teken E.5.2 als bedoeld in Bijlage 7 van het Bpr en bijkomend teken F.4 als bedoeld in Bijlage 7 van het Bpr met daarop de tekst ‘Gemengd afmeren’.
a. de ligplaatsen gelegen aan steiger 5, 6 en 7 in de Prins Johan Frisohaven ter hoogte van oeverfrontnummers 2704, 2701 en 2694;
b. de ligplaatsen gelegen aan steiger 2 in de 2e Petroleumhaven ter hoogte van oeverfrontnummer 3008;
c. de ligplaatsen gelegen aan steiger 23 oostzijde in de Botlek ter hoogte van oeverfrontnummer 4212;
d. de ligplaatsen gelegen aan steiger 3, 4, 7 en 8 in het Hartelkanaal ter hoogte van oeverfrontnummers 5022, 5023, 6081 en 6079;
e. de ligplaatsen gelegen aan steiger A in de Mississippihaven ter hoogte van oeverfrontnummer 7062;
f. de ligplaatsen gelegen aan steiger A, B, en C in de Hartelhaven ter hoogte van oeverfrontnummers 7124, 7123 en 7122;
g. de ligplaatsen gelegen aan de kade 1 in de Amazonehaven ter hoogte van oeverfrontnummers 8050;
h. de ligplaatsen gelegen aan de Antarcticakade tussen de bolders 17 tot en met 32 ter hoogte van de oeverfrontnummers 8246 en 8249;
i. de ligplaatsen gelegen aan steiger 1 en 2 in de Prinses Margriethaven ter hoogte van oeverfrontnummers 8364 en 8363;
j. de ligplaatsen gelegen aan steiger 1, 2, 3, 4, 5, 10 en 13 in het Calandkanaal, ter hoogte van oeverfrontnummers 5390, 5389, 5387, 5385, 5384, 5365 en 5323.
2. Een binnenschip geschikt voor het gemengd afmeren met uitzondering van binnentankschepen en dat voldoet aan artikel 2 mag op de hiernavolgende ligplaatsen direct of indirect afmeren zonder inachtneming van de afmeerafstanden als bedoeld in artikel 7.07, eerste lid, Bpr:
a. de ligplaatsen gelegen aan steiger 1, 2, 3 en 4 in de Waalhaven 4 noordzijde ter hoogte van oeverfrontnummer 2211, 2212, 2214 en 2215, zodra deze in gebruik worden genomen en zijn voorzien van borden als bedoeld in lid 6;
b. de ligplaatsen gelegen aan de palen 1 in de Prinses Beatrixhaven ter hoogte van oeverfrontnummer 2744.
3. Een binnenschip geschikt voor het gemengd afmeren met uitzondering van droge ladingschepen (binnenschepen niet zijnde binnentankschepen) en dat voldoet aan artikel 2 mag op de hiernavolgende ligplaatsen direct of indirect afmeren zonder inachtneming van de afmeerafstanden als bedoeld in artikel 7.07, eerste lid, Bpr:
a. de ligplaatsen gelegen aan steiger 0, 1 en 3 in de 2e Petroleumhaven ter hoogte van oeverfrontnummer 3011, 3009 en 3013;
b. de ligplaatsen gelegen aan steiger 1, 2, 3 en 4 in de Geulhaven ter hoogte van oeverfrontnummers 4024, 4023, 4022 en 4021:
c. de ligplaatsen gelegen aan steiger 1 en 2 in de 3e Petroleumhaven ter hoogte van oeverfrontnummers 4053 en 4054;
d. de ligplaatsen gelegen aan steiger 1 en 2 in de Welplaathaven ter hoogte van oeverfrontnummers 4134 en 4135;
e. de ligplaatsen gelegen in de Neckarhaven westzijde en oostzijde ter hoogte van oeverfrontnummer 6015;
f. de ligplaatsen gelegen aan de palen B1 en B2 in het Yangtzekanaal ter hoogte van oeverfrontnummer 9813.
4. In afwijking van het tweede lid, mogen:
a. in de Prinses Beatrixhaven aan de palen 1 ook bunkerschepen afmeren; en
b. aan steiger 1, 2, 3 en 4 in de Waalhaven 4 noordzijde ter hoogte van oeverfrontnummer 2211, 2212, 2214 en 2215 ook binnentankschepen die op grond van artikel 5.4 van de Havenverordening Rotterdam 2020 buiten een petroleumhaven ligplaats mogen nemen, afmeren.
5. Op de volgende ligplaatsen mag tijdens het gemengd afmeren geventileerd worden, mits voorafgaand aan het ventileren dit overeenkomstig artikel 4.11, zevende lid, van de Havenverordening Rotterdam 2020 aan de havenmeester is gemeld:
a. de ligplaatsen gelegen aan steiger 3 in de Geulhaven ter hoogte van oeverfrontnummer 4022;
b. de ligplaatsen gelegen aan palen B1 en B2 in het Yangtzekanaal ter hoogte van oeverfrontnummer 9813.
6. De ligplaatsen, als bedoeld in dit artikel, worden aangeduid met:
a. een teken E.7 als bedoeld in Bijlage 7 van het Bpr en bijkomend teken F.4 als bedoeld in Bijlage 7 van het Bpr met daarop in elk geval de tekst ‘Gemengd afmeren’; of
b. een teken E.5.2 als bedoeld in Bijlage 7 van het Bpr en bijkomend teken F.4 als bedoeld in Bijlage 7 van het Bpr met daarop de tekst ‘Gemengd afmeren’.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047626
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl