BWBR0047624
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel 8
Benoemingsbesluit Adviescommissie VOG-Politiegegevens
1. Aan de leden van de commissie worden desgevraagd door Justis verstrekt:
a. beslissingen omtrent de afgifte van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 35a, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en
b. de justitiële gegevens en politiegegevens die zijn verstrekt ten behoeve van de onderzoeken die aan de beslissingen, bedoeld in onderdeel a, zijn voorafgegaan.
2. De commissie betrekt bij haar onderzoek slechts zaken waarbij het besluit op een aanvraag voor een VOG in rechte vast staat.
3. De commissie voert een gegevensbeschermingseffectbeoordeling uit ten aanzien van de gegevensverwerking door de commissie. De commissie treft naar aanleiding van deze beoordeling indien nodig zelf technische en organisatorische maatregelen om risico’s van gegevensverwerking door de commissie te voorkomen of te mitigeren.
4. De voorzitter van de commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot Justis. Justis verleent alle medewerking, voor zover die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de taak van de commissie.
5. De leden van de commissie onthouden zich van de beoordeling van adviezen waarin zaken, personen of aangelegenheden voorkomen bij welke zij uit andere hoofde betrokken zijn of kunnen worden.
6. De leden van de commissie maken hun functies en nevenfuncties openbaar door deze te vermelden op de website van Justis.
7. Leden van de commissie die verkeren in een omstandigheid die een goede taakvervulling van de commissie kan schaden, doen daarvan onverwijld mededeling aan de voorzitter. De voorzitter meldt dit vervolgens bij de minister.
a. beslissingen omtrent de afgifte van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 35a, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en
b. de justitiële gegevens en politiegegevens die zijn verstrekt ten behoeve van de onderzoeken die aan de beslissingen, bedoeld in onderdeel a, zijn voorafgegaan.
2. De commissie betrekt bij haar onderzoek slechts zaken waarbij het besluit op een aanvraag voor een VOG in rechte vast staat.
3. De commissie voert een gegevensbeschermingseffectbeoordeling uit ten aanzien van de gegevensverwerking door de commissie. De commissie treft naar aanleiding van deze beoordeling indien nodig zelf technische en organisatorische maatregelen om risico’s van gegevensverwerking door de commissie te voorkomen of te mitigeren.
4. De voorzitter van de commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot Justis. Justis verleent alle medewerking, voor zover die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de taak van de commissie.
5. De leden van de commissie onthouden zich van de beoordeling van adviezen waarin zaken, personen of aangelegenheden voorkomen bij welke zij uit andere hoofde betrokken zijn of kunnen worden.
6. De leden van de commissie maken hun functies en nevenfuncties openbaar door deze te vermelden op de website van Justis.
7. Leden van de commissie die verkeren in een omstandigheid die een goede taakvervulling van de commissie kan schaden, doen daarvan onverwijld mededeling aan de voorzitter. De voorzitter meldt dit vervolgens bij de minister.