BWBR0047624
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel 3
Benoemingsbesluit Adviescommissie VOG-Politiegegevens
1. Voor de opvolging van de voorzitter of een ander lid van de commissie komen uitsluitend personen in aanmerking:
a. van wie de benoeming bijdraagt aan uiteenlopende deskundigheid en ervaring binnen de commissie, bij voorkeur op het terrein van rechtsbescherming, openbare orde en veiligheid, resocialisatie, integriteitsvraagtukken en maatschappelijke vraagstukken op het gebied van diversiteit;
b. die voorafgaand aan de benoeming een recente verklaring omtrent het gedrag hebben overgelegd.
2. Voor de opvolging van de voorzitter of een ander lid van de commissie komen de volgende personen in ieder geval niet in aanmerking:
a. ambtenaren of andere personen, indien zij een functie bekleden bij Justis of de politie of op een andere manier gelieerd zijn aan deze organisaties;
b. ambtenaren of andere personen, indien hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid hetzij door hun positie, hetzij door de aard of inhoud van hun werkzaamheden in het geding zou kunnen komen;
c. personen tegen wie, in verband met het vertrouwelijk karakter van de benoeming als voorzitter of als ander lid, alsmede de aan die benoeming verbonden bevoegdheden, bezwaren bestaan;
d. personen wier nevenfuncties conflicteren met de taak van de commissie.
a. van wie de benoeming bijdraagt aan uiteenlopende deskundigheid en ervaring binnen de commissie, bij voorkeur op het terrein van rechtsbescherming, openbare orde en veiligheid, resocialisatie, integriteitsvraagtukken en maatschappelijke vraagstukken op het gebied van diversiteit;
b. die voorafgaand aan de benoeming een recente verklaring omtrent het gedrag hebben overgelegd.
2. Voor de opvolging van de voorzitter of een ander lid van de commissie komen de volgende personen in ieder geval niet in aanmerking:
a. ambtenaren of andere personen, indien zij een functie bekleden bij Justis of de politie of op een andere manier gelieerd zijn aan deze organisaties;
b. ambtenaren of andere personen, indien hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid hetzij door hun positie, hetzij door de aard of inhoud van hun werkzaamheden in het geding zou kunnen komen;
c. personen tegen wie, in verband met het vertrouwelijk karakter van de benoeming als voorzitter of als ander lid, alsmede de aan die benoeming verbonden bevoegdheden, bezwaren bestaan;
d. personen wier nevenfuncties conflicteren met de taak van de commissie.