BWBR0047392
Geldig vanaf 2022-10-29
Artikel 1.11
Tijdelijke regeling subsidie ondernemingen Brexit Adjustment Reserve
1. De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.
2. De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de in deze regeling gestelde regels zal worden voldaan.
3. Indien de subsidieontvanger voornemens is een of meerdere opdrachten te verstrekken aan één opdrachtnemer, waarbij de totale waarde van de opdrachten hoger zal zijn dan € 25.000, vraagt de subsidieontvanger voorafgaand aan de opdrachtverlening drie offertes op bij van elkaar onafhankelijke aanbieders.
4. Indien het derde lid van toepassing is, gunt de subsidieontvanger de opdracht aan de aanbieder met de economisch meest voordelige offerte.
5. De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het derde lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
6. De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat de subsidieontvanger voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen.
7. De administratie wordt ten minste tien jaar na de datum van de betaling van de minister aan de subsidieontvanger bewaard.
8. In geval van een gerechtelijke procedure wordt de administratie ten minste tien jaar na de datum van de afhandeling van de gerechtelijke procedure bewaard.
9. De subsidieontvanger verleent de auditautoriteit, de Europese Commissie of de Europese Rekenkamer alle medewerking die deze redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van hun taken.
10. De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.
2. De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de in deze regeling gestelde regels zal worden voldaan.
3. Indien de subsidieontvanger voornemens is een of meerdere opdrachten te verstrekken aan één opdrachtnemer, waarbij de totale waarde van de opdrachten hoger zal zijn dan € 25.000, vraagt de subsidieontvanger voorafgaand aan de opdrachtverlening drie offertes op bij van elkaar onafhankelijke aanbieders.
4. Indien het derde lid van toepassing is, gunt de subsidieontvanger de opdracht aan de aanbieder met de economisch meest voordelige offerte.
5. De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het derde lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
6. De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat de subsidieontvanger voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen.
7. De administratie wordt ten minste tien jaar na de datum van de betaling van de minister aan de subsidieontvanger bewaard.
8. In geval van een gerechtelijke procedure wordt de administratie ten minste tien jaar na de datum van de afhandeling van de gerechtelijke procedure bewaard.
9. De subsidieontvanger verleent de auditautoriteit, de Europese Commissie of de Europese Rekenkamer alle medewerking die deze redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van hun taken.
10. De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.