BWBR0047232
Geldig vanaf 2022-10-05
Artikel 9
Tijdelijke subsidieregeling evenementen 2022
De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarden dat:
a. indien voor het evenement een evenementenvergunning is vereist: die vergunning voorafgaand aan het tijdstip van vaststelling van het evenementenverbod als gevolg waarvan het evenement moet worden geannuleerd, is verleend of door het voor de vergunningverlening bevoegde gezag schriftelijk het voornemen tot verlening van die vergunning is bevestigd;
b. indien het evenement gemeld moet worden bij het lokaal bevoegd gezag: deze melding voorafgaand aan het tijdstip van vaststelling van het evenementenverbod als gevolg waarvan het evenement moet worden geannuleerd is bevestigd, of door het lokaal bevoegd gezag schriftelijk is verklaard dat zij geen bezwaar zou hebben gehad tegen de organisatie van het evenement wanneer er geen evenementenverbod was vastgesteld of aangekondigd;
c. indien sprake is van een terugbetalingsverplichting en de subsidieontvanger onderdeel uitmaakt van een groep, maar niet de hoogste in Nederland gevestigde onderneming binnen die groep is: 1°. bij de aanvraag tot subsidievaststelling een borgstellingsovereenkomst, overeenkomstig een door de Minister beschikbaar gesteld middel, wordt overgelegd waarin de hoogste in Nederland gevestigde onderneming binnen de groep zich borg stelt voor het door de subsidieontvanger terug te betalen bedrag; of
2°. bij de aanvraag tot subsidievaststelling een verklaring als bedoeld in artikel 403, eerste lid, onderdeel f, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt overgelegd die tenminste dezelfde mate van zekerheid ten aanzien van de terugbetalingsverplichting biedt als de borgstelling, bedoeld in subonderdeel 1°.
1°. bij de aanvraag tot subsidievaststelling een borgstellingsovereenkomst, overeenkomstig een door de Minister beschikbaar gesteld middel, wordt overgelegd waarin de hoogste in Nederland gevestigde onderneming binnen de groep zich borg stelt voor het door de subsidieontvanger terug te betalen bedrag; of
2°. bij de aanvraag tot subsidievaststelling een verklaring als bedoeld in artikel 403, eerste lid, onderdeel f, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt overgelegd die tenminste dezelfde mate van zekerheid ten aanzien van de terugbetalingsverplichting biedt als de borgstelling, bedoeld in subonderdeel 1°.
a. indien voor het evenement een evenementenvergunning is vereist: die vergunning voorafgaand aan het tijdstip van vaststelling van het evenementenverbod als gevolg waarvan het evenement moet worden geannuleerd, is verleend of door het voor de vergunningverlening bevoegde gezag schriftelijk het voornemen tot verlening van die vergunning is bevestigd;
b. indien het evenement gemeld moet worden bij het lokaal bevoegd gezag: deze melding voorafgaand aan het tijdstip van vaststelling van het evenementenverbod als gevolg waarvan het evenement moet worden geannuleerd is bevestigd, of door het lokaal bevoegd gezag schriftelijk is verklaard dat zij geen bezwaar zou hebben gehad tegen de organisatie van het evenement wanneer er geen evenementenverbod was vastgesteld of aangekondigd;
c. indien sprake is van een terugbetalingsverplichting en de subsidieontvanger onderdeel uitmaakt van een groep, maar niet de hoogste in Nederland gevestigde onderneming binnen die groep is: 1°. bij de aanvraag tot subsidievaststelling een borgstellingsovereenkomst, overeenkomstig een door de Minister beschikbaar gesteld middel, wordt overgelegd waarin de hoogste in Nederland gevestigde onderneming binnen de groep zich borg stelt voor het door de subsidieontvanger terug te betalen bedrag; of
2°. bij de aanvraag tot subsidievaststelling een verklaring als bedoeld in artikel 403, eerste lid, onderdeel f, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt overgelegd die tenminste dezelfde mate van zekerheid ten aanzien van de terugbetalingsverplichting biedt als de borgstelling, bedoeld in subonderdeel 1°.
1°. bij de aanvraag tot subsidievaststelling een borgstellingsovereenkomst, overeenkomstig een door de Minister beschikbaar gesteld middel, wordt overgelegd waarin de hoogste in Nederland gevestigde onderneming binnen de groep zich borg stelt voor het door de subsidieontvanger terug te betalen bedrag; of
2°. bij de aanvraag tot subsidievaststelling een verklaring als bedoeld in artikel 403, eerste lid, onderdeel f, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt overgelegd die tenminste dezelfde mate van zekerheid ten aanzien van de terugbetalingsverplichting biedt als de borgstelling, bedoeld in subonderdeel 1°.