BWBR0047232
Geldig vanaf 2022-10-05
Artikel 13
Tijdelijke subsidieregeling evenementen 2022
1. De subsidieontvanger dient een aanvraag tot subsidievaststelling in uiterlijk 13 weken na de datum waarop het evenementenverbod is vastgesteld waardoor het evenement moet worden geannuleerd, of indien dit later is, uiterlijk dertien weken na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening.
2. In afwijking van artikel 50, tweede lid, onderdeel c, van het Kaderbesluitbehoeft de aanvraag niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.
3. In afwijking van artikel 50, negende lid, van het Kaderbesluit, is het eerste lid mede van toepassing indien een subsidie is verleend van minder dan € 25.000.
4. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat het percentage van de subsidiabele kosten waarvoor de subsidieontvanger subsidie wenst te ontvangen indien dit percentage lager is dan het percentage, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel e.
5. Indien een evenementenvergunning is vereist, gaat de aanvraag vergezeld van de beschikking tot verlening van de vergunning of de schriftelijke bevestiging van het voornemen daartoe, bedoeld in artikel 9, onderdeel a.
6. Indien het evenement gemeld moet worden bij het bevoegde gezag, gaat de aanvraag vergezeld van de schriftelijke bevestiging van deze melding of de schriftelijke verklaring van het bevoegde gezag dat zij geen bezwaar zou hebben gehad tegen de organisatie van het evenement wanneer er geen evenementenverbod had gegolden of was aangekondigd, bedoeld in artikel 9, onderdeel b.
7. Indien sprake is van een terugbetalingsverplichting en de subsidieontvanger onderdeel uitmaakt van een groep, maar niet de hoogste in Nederland gevestigde onderneming binnen die groep is, gaat de aanvraag vergezeld van:
a. informatie over de groepsstructuur, waaronder de naam van de hoogste Nederlandse entiteit binnen de groep; en
b. een borgstellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 9, onderdeel c, subonderdeel 1°, of een verklaring als bedoeld in artikel 9, onderdeel c, subonderdeel 2°.
2. In afwijking van artikel 50, tweede lid, onderdeel c, van het Kaderbesluitbehoeft de aanvraag niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.
3. In afwijking van artikel 50, negende lid, van het Kaderbesluit, is het eerste lid mede van toepassing indien een subsidie is verleend van minder dan € 25.000.
4. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat het percentage van de subsidiabele kosten waarvoor de subsidieontvanger subsidie wenst te ontvangen indien dit percentage lager is dan het percentage, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel e.
5. Indien een evenementenvergunning is vereist, gaat de aanvraag vergezeld van de beschikking tot verlening van de vergunning of de schriftelijke bevestiging van het voornemen daartoe, bedoeld in artikel 9, onderdeel a.
6. Indien het evenement gemeld moet worden bij het bevoegde gezag, gaat de aanvraag vergezeld van de schriftelijke bevestiging van deze melding of de schriftelijke verklaring van het bevoegde gezag dat zij geen bezwaar zou hebben gehad tegen de organisatie van het evenement wanneer er geen evenementenverbod had gegolden of was aangekondigd, bedoeld in artikel 9, onderdeel b.
7. Indien sprake is van een terugbetalingsverplichting en de subsidieontvanger onderdeel uitmaakt van een groep, maar niet de hoogste in Nederland gevestigde onderneming binnen die groep is, gaat de aanvraag vergezeld van:
a. informatie over de groepsstructuur, waaronder de naam van de hoogste Nederlandse entiteit binnen de groep; en
b. een borgstellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 9, onderdeel c, subonderdeel 1°, of een verklaring als bedoeld in artikel 9, onderdeel c, subonderdeel 2°.