BWBR0047194
Geldig vanaf 01-01-2023
Artikel 32
Regeling medisch-specialistische zorg
1. Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening wordt door de uitvoerende zorgverlener geen dbc-zorgproduct of overig zorgproduct gedeclareerd. Alleen door de instelling waar de patiënt als eigen patiënt onder behandeling is, wordt een dbc-zorgproduct of overig zorgproduct in rekening gebracht.
2. Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening brengt de uitvoerende zorgverlener de vergoeding daarvoor uitsluitend in rekening aan de zorgverlener die de patiënt in behandeling heeft.
3. Alleen de zorgaanbieder die optreedt als ‘eigen zorgverlener’ voor de patiënt is gerechtigd om de geleverde zorg als prestatie bij de zorgverzekeraar of de patiënt in rekening te brengen.
4. De bepalingen zoals opgenomen in lid 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op Wbmv-zorg indien alleen de uitvoerende instelling een Wbmv-vergunning heeft voor het uitvoeren van de zorg.
5. Indien een hoofdbehandelaar in meerdere instellingen werkzaam is en hij/zij de patiënt vanuit de initiële instelling naar zichzelf (door)verwijst in een andere instelling, is er geen sprake van overdracht van het hoofdbehandelaarschap. De geleverde zorg in de andere instelling wordt dan via onderlinge dienstverlening in rekening gebracht bij de initiële instelling. Overeenkomstig het bepaalde in het derde lid brengt de initiële instelling het zorgproduct in rekening bij de zorgverzekeraar of de patiënt.
6. De verplichting genoemd in het vorige lid om zorg, die na doorverwijzing is geleverd in een andere instelling met behoud van het hoofdbehandelaarschap, via onderlinge dienstverlening in rekening te brengen bij de initiële instelling, geldt niet in de volgende gevallen:
a. de situatie waarin een medisch specialist, die vanuit een categorale instelling voor gespecialiseerde zorg (revalidatie-instelling, radiotherapeutisch centrum, dialysecentrum, audiologisch centrum) is gedetacheerd in een ziekenhuis en deze medisch specialist, in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt vanuit dat ziekenhuis (door)verwijst naar de categorale instelling voor gespecialiseerde zorg, waarin deze medisch specialist, eveneens in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt (verder) zal behandelen.
b. de situatie waarin een medisch specialist, in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt met een (hoog)complexe zorgvraag vanuit de initiële instelling (door)verwijst naar een andere instelling waar deze medisch specialist, eveneens in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt (verder) zal behandelen, omdat de benodigde behandelfaciliteiten, kennis en/of kunde in de initiële instelling ontbreken.
c. de situatie waarin een medisch specialist, in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt vanuit de initiële instelling (door)verwijst naar een andere instelling waar deze medisch specialist, eveneens in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt (verder) zal behandelen, omdat de zorg waar de zorgvraag van de patiënt betrekking op heeft door diens zorgverzekeraar niet gecontracteerd is bij de initiële instelling, maar wel bij die andere instelling.
d. de situatie waarin een medisch specialist, in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt vanuit de initiële instelling (door)verwijst naar een andere instelling waar deze medisch specialist, eveneens in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt (verder) zal behandelen, omdat beide hiervoor genoemde instellingen met betrekking tot de zorgvraag van de patiënt een geformaliseerde vorm van samenwerking met elkaar hebben. Ook het terug verwijzen naar de initiële instelling met behoud van het hoofdbehandelaarschap kan onderdeel zijn van deze geformaliseerde samenwerking. Deze uitzondering is slechts mogelijk onder de voorwaarde dat de zorgverzekeraar(s) waarmee de samenwerkende instellingen contractafspraken maken, hier aanvullende afspraken over maken en deze vastleggen in het contract (contractvereiste).
7. Indien een acute zorgvraag behandeld wordt in een andere instelling dan de instelling waar de patiënt initieel onder behandeling is, mag de uitvoerende zorgverlener een dbc-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de algemeen geldende regels. De zorg hoeft dan niet middels onderlinge dienstverlening te worden verrekend.
8. Indien zorg verleend wordt door een andere instelling in het kader van een second opinion mag de uitvoerende zorgverlener een dbc-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de algemeen geldende regels. De zorg hoeft dan niet middels onderlinge dienstverlening te worden verrekend.
2. Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening brengt de uitvoerende zorgverlener de vergoeding daarvoor uitsluitend in rekening aan de zorgverlener die de patiënt in behandeling heeft.
3. Alleen de zorgaanbieder die optreedt als ‘eigen zorgverlener’ voor de patiënt is gerechtigd om de geleverde zorg als prestatie bij de zorgverzekeraar of de patiënt in rekening te brengen.
4. De bepalingen zoals opgenomen in lid 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op Wbmv-zorg indien alleen de uitvoerende instelling een Wbmv-vergunning heeft voor het uitvoeren van de zorg.
5. Indien een hoofdbehandelaar in meerdere instellingen werkzaam is en hij/zij de patiënt vanuit de initiële instelling naar zichzelf (door)verwijst in een andere instelling, is er geen sprake van overdracht van het hoofdbehandelaarschap. De geleverde zorg in de andere instelling wordt dan via onderlinge dienstverlening in rekening gebracht bij de initiële instelling. Overeenkomstig het bepaalde in het derde lid brengt de initiële instelling het zorgproduct in rekening bij de zorgverzekeraar of de patiënt.
6. De verplichting genoemd in het vorige lid om zorg, die na doorverwijzing is geleverd in een andere instelling met behoud van het hoofdbehandelaarschap, via onderlinge dienstverlening in rekening te brengen bij de initiële instelling, geldt niet in de volgende gevallen:
a. de situatie waarin een medisch specialist, die vanuit een categorale instelling voor gespecialiseerde zorg (revalidatie-instelling, radiotherapeutisch centrum, dialysecentrum, audiologisch centrum) is gedetacheerd in een ziekenhuis en deze medisch specialist, in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt vanuit dat ziekenhuis (door)verwijst naar de categorale instelling voor gespecialiseerde zorg, waarin deze medisch specialist, eveneens in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt (verder) zal behandelen.
b. de situatie waarin een medisch specialist, in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt met een (hoog)complexe zorgvraag vanuit de initiële instelling (door)verwijst naar een andere instelling waar deze medisch specialist, eveneens in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt (verder) zal behandelen, omdat de benodigde behandelfaciliteiten, kennis en/of kunde in de initiële instelling ontbreken.
c. de situatie waarin een medisch specialist, in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt vanuit de initiële instelling (door)verwijst naar een andere instelling waar deze medisch specialist, eveneens in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt (verder) zal behandelen, omdat de zorg waar de zorgvraag van de patiënt betrekking op heeft door diens zorgverzekeraar niet gecontracteerd is bij de initiële instelling, maar wel bij die andere instelling.
d. de situatie waarin een medisch specialist, in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt vanuit de initiële instelling (door)verwijst naar een andere instelling waar deze medisch specialist, eveneens in de hoedanigheid van hoofdbehandelaar, de patiënt (verder) zal behandelen, omdat beide hiervoor genoemde instellingen met betrekking tot de zorgvraag van de patiënt een geformaliseerde vorm van samenwerking met elkaar hebben. Ook het terug verwijzen naar de initiële instelling met behoud van het hoofdbehandelaarschap kan onderdeel zijn van deze geformaliseerde samenwerking. Deze uitzondering is slechts mogelijk onder de voorwaarde dat de zorgverzekeraar(s) waarmee de samenwerkende instellingen contractafspraken maken, hier aanvullende afspraken over maken en deze vastleggen in het contract (contractvereiste).
7. Indien een acute zorgvraag behandeld wordt in een andere instelling dan de instelling waar de patiënt initieel onder behandeling is, mag de uitvoerende zorgverlener een dbc-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de algemeen geldende regels. De zorg hoeft dan niet middels onderlinge dienstverlening te worden verrekend.
8. Indien zorg verleend wordt door een andere instelling in het kader van een second opinion mag de uitvoerende zorgverlener een dbc-zorgproduct in rekening brengen en een zorgtraject openen volgens de algemeen geldende regels. De zorg hoeft dan niet middels onderlinge dienstverlening te worden verrekend.
- Citeren als
- Art. 32
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047194
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl