BWBR0047194
Geldig vanaf 01-01-2023
Artikel 26
Regeling medisch-specialistische zorg
1. De categorie supplementaire producten bestaat uit overige zorgproducten die zowel los als additioneel bij een dbc-zorgproduct gedeclareerd kunnen worden.
2. Add-ons intensive care (ic)
a. Add-ons ic worden geregistreerd middels een eigen subtraject. Binnen de registratie van een subtraject wordt alleen het component zorgtype getypeerd.
b. Welke ic-dag (type 1 of type 2) in rekening kan worden gebracht, wordt bepaald in contractafspraken tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder. Bij het ontbreken van contractafspraken mag alleen ic-dag type 1 in rekening worden gebracht.
c. Voor de add-ons ic gelden specifieke omschrijvingen en/of registratievoorwaarden: • ic-dag type 1 of 2 (190157 en 190158) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een ic-patiënt, ingedeeld in ic-dag type 1 of 2.Niet als ic-dag wordt geteld het postoperatief onderbrengen van een patiënt zonder ic-indicatie op de ic of op de Post Anesthesia Care Unit (PACU), in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere postoperatieve bewaking en geen ic-dag.
• Dialysetoeslag (190156) Deze toeslag geldt per dialysedag. Een dialysedag is de kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van nierfunctie vervangende therapie bij een patiënt onder eindverantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert. De dialysetoeslag mag alleen naast de ic-dag type 1 of type 2 (190157 en 190158) worden gedeclareerd. De dialysetoeslag mag niet gedeclareerd worden als de uitvoering plaatsvindt vanuit de dialyseafdeling door een nefroloog. In dat geval is sprake van een dialyse dbc-zorgproduct.
• ic-consult (190129) Een intercollegiaal consult, uitgevoerd door een medisch specialist vanuit de ic-afdeling (spoed en niet-spoed). Het consult is aangevraagd door een specialist (of andere beroepsbeoefenaar die handelt onder supervisie van een medisch specialist in het ziekenhuis inclusief de afdeling spoedeisende hulp). In geval van acute dreigende medische calamiteit mag dit consult ook ongevraagd plaatsvinden. Indien een ic-consult leidt tot een ic-dag (op dezelfde kalenderdag) wordt er geen ic-consult geregistreerd.
• Begeleiding interklinisch IC-transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190130 en 190131) De begeleiding door een ic-arts of medisch specialist van een patiënt met een ic-indicatie die vervoerd wordt van de ene instelling naar de ic van een andere instelling, waarbij het vervoer, inclusief de wachttijd op de ambulance, de overdracht in het ontvangende ziekenhuis en de terugreis korter duurt dan twee uur respectievelijk gelijk is aan of langer duurt dan twee uur. De geldende prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen voor interklinisch transport staan in de beleidsregel ‘Regionale ambulancevoorziening’.
• Begeleiding MICU transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190132 en 190133) Begeleiding van het transport van een patiënt met ic-indicatie van het ene ziekenhuis naar een ander ziekenhuis door een Mobile Intensive care Unit (MICU)-team, bestaande uit een ic-arts of intensivist en een MICU/verpleegkundige, waarbij het vervoer wordt uitgevoerd met behulp van een MICU, bestaande uit een MICU/trolley en een ic-ambulance en waarbij de wachttijd, de overdracht en de terugreis korter duren dan twee uur respectievelijk gelijk zijn aan of langer duren dan twee uur.
• Neonatale intensive care (190150) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de neonatale ic van een door het Ministerie van VWS aangewezen afdeling neonatologie.
• Pediatrische intensive care (190151) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de pediatrische ic.
• ECMO-toeslag (039611) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van Extra Corporele Membraan Oxygenatie therapie bij een patiënt op de neonatale ic of pediatrische ic. De therapie wordt uitgevoerd in aansluiting op een cardiale chirurgische of bij pulmonale of niet-operatieve cardiale problematiek waarbij de kwaliteitsindicator voorschrijft dat er minimaal eenmaal per maand een ECMO-therapie op neonatale ic of pediatrische ic wordt uitgevoerd. De therapie start bij de voorbereiding van de canulatie (12 uur voorafgaand aan ECMO) en eindigt 24 uur na decanulatie.
• ic-dag type 1 of 2 (190157 en 190158) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een ic-patiënt, ingedeeld in ic-dag type 1 of 2.Niet als ic-dag wordt geteld het postoperatief onderbrengen van een patiënt zonder ic-indicatie op de ic of op de Post Anesthesia Care Unit (PACU), in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere postoperatieve bewaking en geen ic-dag.
• Dialysetoeslag (190156) Deze toeslag geldt per dialysedag. Een dialysedag is de kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van nierfunctie vervangende therapie bij een patiënt onder eindverantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert. De dialysetoeslag mag alleen naast de ic-dag type 1 of type 2 (190157 en 190158) worden gedeclareerd. De dialysetoeslag mag niet gedeclareerd worden als de uitvoering plaatsvindt vanuit de dialyseafdeling door een nefroloog. In dat geval is sprake van een dialyse dbc-zorgproduct.
• ic-consult (190129) Een intercollegiaal consult, uitgevoerd door een medisch specialist vanuit de ic-afdeling (spoed en niet-spoed). Het consult is aangevraagd door een specialist (of andere beroepsbeoefenaar die handelt onder supervisie van een medisch specialist in het ziekenhuis inclusief de afdeling spoedeisende hulp). In geval van acute dreigende medische calamiteit mag dit consult ook ongevraagd plaatsvinden. Indien een ic-consult leidt tot een ic-dag (op dezelfde kalenderdag) wordt er geen ic-consult geregistreerd.
• Begeleiding interklinisch IC-transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190130 en 190131) De begeleiding door een ic-arts of medisch specialist van een patiënt met een ic-indicatie die vervoerd wordt van de ene instelling naar de ic van een andere instelling, waarbij het vervoer, inclusief de wachttijd op de ambulance, de overdracht in het ontvangende ziekenhuis en de terugreis korter duurt dan twee uur respectievelijk gelijk is aan of langer duurt dan twee uur. De geldende prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen voor interklinisch transport staan in de beleidsregel ‘Regionale ambulancevoorziening’.
• Begeleiding MICU transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190132 en 190133) Begeleiding van het transport van een patiënt met ic-indicatie van het ene ziekenhuis naar een ander ziekenhuis door een Mobile Intensive care Unit (MICU)-team, bestaande uit een ic-arts of intensivist en een MICU/verpleegkundige, waarbij het vervoer wordt uitgevoerd met behulp van een MICU, bestaande uit een MICU/trolley en een ic-ambulance en waarbij de wachttijd, de overdracht en de terugreis korter duren dan twee uur respectievelijk gelijk zijn aan of langer duren dan twee uur.
• Neonatale intensive care (190150) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de neonatale ic van een door het Ministerie van VWS aangewezen afdeling neonatologie.
• Pediatrische intensive care (190151) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de pediatrische ic.
• ECMO-toeslag (039611) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van Extra Corporele Membraan Oxygenatie therapie bij een patiënt op de neonatale ic of pediatrische ic. De therapie wordt uitgevoerd in aansluiting op een cardiale chirurgische of bij pulmonale of niet-operatieve cardiale problematiek waarbij de kwaliteitsindicator voorschrijft dat er minimaal eenmaal per maand een ECMO-therapie op neonatale ic of pediatrische ic wordt uitgevoerd. De therapie start bij de voorbereiding van de canulatie (12 uur voorafgaand aan ECMO) en eindigt 24 uur na decanulatie.
3. Add-ongeneesmiddelen
Een add-ongeneesmiddel wordt uitsluitend geregistreerd in combinatie met een zorgtraject, tenzij een behandeling in het buitenland wordt geleverd en het bijbehorende geneesmiddel met een add-on declaratietitel in Nederland wordt toegediend en gedeclareerd.
4. Overige trajecten
a. Een overig traject mag in plaats van een reguliere verpleegdag en naast een dbc-zorgproduct gedeclareerd worden onder dezelfde voorwaarden als een reguliere verpleegdag zoals omschreven in artikel 24 lid 29. Deze overige trajecten mogen naast een dbc-zorgproduct gedeclareerd worden.
b. Voor een aantal overige trajecten gelden er specifieke prestatiebeschrijvingen of zijn de hierna vermelde aanvullende voorwaarden van toepassing: • Verkeerde bed, Wlz-indicatie (190092) Een ‘Verkeerde bed’ dag is een te registreren kalenderdag, welke minimaal één overnachting omvat. Het betreft een vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de indicatie voor medisch-specialistische zorg is beëindigd, een Wlz-indicatie is aangevangen en de patiënt noodgedwongen in een instelling voor medisch-specialistische zorg moet blijven tot de dag dat de cliënt de Wlz-zorg ontvangt op een plek bij een Wlz-zorgaanbieder of thuis. Deze prestatie omvat ook genees-, verband- en narcosemiddelen en klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken. De vergoeding voor het Verkeerde bed is niet van toepassing op cliënten die vóór de opname in de instelling voor medisch-specialistische zorg, zorg met verblijf ontvingen op grond van de Wlz.
• Verblijf gezonde moeder (190032) Verblijf van een gezonde moeder in een instelling in verband met een klinische opname van de pasgeborene. Deze zorgactiviteit wordt tot maximaal 28 dagen na de bevalling geregistreerd. De voor kraamzorg beschikbare zorgactiviteit (196199) wordt apart geregistreerd.
• Verblijf gezonde zuigeling (190033) Verblijf van een gezonde zuigeling in een instelling in verband met een klinische opname van de moeder. Deze zorgactiviteit wordt tot maximaal 28 dagen na de geboorte geregistreerd. De voor kraamzorg beschikbare zorgactiviteit (196199) wordt apart geregistreerd.
• Kraamzorg bij verblijf gezonde moeder of zuigeling in een instelling, per dag (196199) Kraamzorg als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit zorgverzekering die in een instelling wordt geleverd in aanvulling op de prestaties ‘verblijf gezonde moeder’ (190032) of ‘verblijf gezonde zuigeling’ (190033). Deze prestatie (196199) omvat een gelimiteerd aantal uren kraamzorg per dag overeenkomstig de geldende prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen voor kraamzorg in de Beleidsregel kraamzorg.
• Verblijf vervallen ziekenhuisindicatie, geen Wlz-indicatie (190093) Vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde een Wlz-indicatie) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis verblijft tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven.
• Zotelovernachting (190208) Overnachting in een zorghotel, in het kader van ziekenhuisverplaatste zorg, welke gekoppeld is aan een instelling voor medisch-specialistische zorg.
• Verkeerde bed, Wlz-indicatie (190092) Een ‘Verkeerde bed’ dag is een te registreren kalenderdag, welke minimaal één overnachting omvat. Het betreft een vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de indicatie voor medisch-specialistische zorg is beëindigd, een Wlz-indicatie is aangevangen en de patiënt noodgedwongen in een instelling voor medisch-specialistische zorg moet blijven tot de dag dat de cliënt de Wlz-zorg ontvangt op een plek bij een Wlz-zorgaanbieder of thuis. Deze prestatie omvat ook genees-, verband- en narcosemiddelen en klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken. De vergoeding voor het Verkeerde bed is niet van toepassing op cliënten die vóór de opname in de instelling voor medisch-specialistische zorg, zorg met verblijf ontvingen op grond van de Wlz.
• Verblijf gezonde moeder (190032) Verblijf van een gezonde moeder in een instelling in verband met een klinische opname van de pasgeborene. Deze zorgactiviteit wordt tot maximaal 28 dagen na de bevalling geregistreerd. De voor kraamzorg beschikbare zorgactiviteit (196199) wordt apart geregistreerd.
• Verblijf gezonde zuigeling (190033) Verblijf van een gezonde zuigeling in een instelling in verband met een klinische opname van de moeder. Deze zorgactiviteit wordt tot maximaal 28 dagen na de geboorte geregistreerd. De voor kraamzorg beschikbare zorgactiviteit (196199) wordt apart geregistreerd.
• Kraamzorg bij verblijf gezonde moeder of zuigeling in een instelling, per dag (196199) Kraamzorg als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit zorgverzekering die in een instelling wordt geleverd in aanvulling op de prestaties ‘verblijf gezonde moeder’ (190032) of ‘verblijf gezonde zuigeling’ (190033). Deze prestatie (196199) omvat een gelimiteerd aantal uren kraamzorg per dag overeenkomstig de geldende prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen voor kraamzorg in de Beleidsregel kraamzorg.
• Verblijf vervallen ziekenhuisindicatie, geen Wlz-indicatie (190093) Vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde een Wlz-indicatie) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis verblijft tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven.
• Zotelovernachting (190208) Overnachting in een zorghotel, in het kader van ziekenhuisverplaatste zorg, welke gekoppeld is aan een instelling voor medisch-specialistische zorg.
5. Add-on overig
Voor een aantal add-ons overig gelden specifieke prestatiebeschrijvingen of zijn de hierna vermelde aanvullende voorwaarden van toepassing:
• Extracorporele immunoadsorptiebehandeling (039967 en 039968) De ABOi (039967) en HLAi (039968) mogen alleen gedeclareerd worden bij een dbc-zorgproduct in het kader van een nier-, lever-, darm-, eilandjes- of pancreastransplantatie (dbc-zorgproductgroep 979002).
• Toeslag obstetrische high care (190219) Deze toeslag mag alleen worden vastgelegd door instellingen die vanuit het planningsbesluit van de Minister toestemming hebben gekregen om een OHC-unit inclusief NICU te exploiteren. De zorgactiviteit mag naast een reguliere verpleegdag worden vastgelegd voor iedere dag dat de patiënt is opgenomen op de OHC-unit.
• Toeslag post-ic high care (190152) Er is sprake van post-ic high care als aansluitend aan een opname op de neonatale intensive care (NICU) noodzaak bestaat tot intensieve behandeling en bewaking. De post-ic high care bedden mogen zich ook bevinden buiten het perinatologisch centrum.
• Beoordeling door landelijk erkend expertisecentrum van aanvraag start/continuering groeihormoonbehandeling (190298) Het beoordelen van een aanvraag voor het starten of continueren van een groeihormoonbehandeling bij kinderen. De beoordeling vindt plaats door een landelijk erkend (d.w.z. erkend door de Minister van VWS, zorgaanbieders en zorgverzekeraars), onafhankelijk expertisecentrum. Ten behoeve van deze beoordeling levert de instelling de benodigde informatie aan het expertisecentrum aan.
• Klinische zorgdag in de thuissituatie (190228) Een klinische zorgdag in de thuissituatie is een te registreren kalenderdag, met alle door het ziekenhuis geleverde zorg, die niet in andere zorgactiviteiten is beschreven. Deze kalenderdag is te beschouwen als een klinische opname in de thuissituatie. De klinische opname in de thuissituatie bestaat uit een episode van klinische zorg in de thuissituatie met minimaal één overnachting. De te registreren periode loopt vanaf de opname in de thuissituatie tot en met de dag van ontslag of dag voor overplaatsing naar een klinische setting in een instelling. De dag van opname (mits deze heeft plaatsgevonden vóór 20.00 uur) en de dag van ontslag worden beide aangemerkt worden als een te registreren kalenderdag. Bij overplaatsing naar een klinische setting in een instelling wordt op de dag van overplaatsing geen klinische zorgdag in de thuissituatie geregistreerd.
• Toeslag verblijf hooggebergte per dag – longastmacentra (193289) Deze prestatie wordt gedeclareerd per verpleegdag in een centrum voor complex chronische longaandoeningen (CCL) als sprake is van intensieve longrevalidatie op een hoogte van 1.500 meter of hoger. Deze prestatie wordt per patiënt maximaal éénmaal per kalenderdag gedeclareerd op dezelfde dag waarop voor deze patiënt een verpleegdag is geregistreerd.
• Telemonitoring (039133) Deze zorgactiviteit wordt geregistreerd voor het op afstand monitoren van een patiënt in het kader van een medisch-specialistische behandeling. a. De monitoring bevat meerdere meetmomenten per jaar en omvat twee onderdelen, te weten: – het door de zorgverlener geautomatiseerd of aan de hand van digitale vragenlijsten verzamelen van klinische gegevens van de patiënt, die met toestemming van de patiënt of diens (wettelijke) vertegenwoordiger beschikbaar worden gesteld aan de zorgverlener. Het beschikbaar stellen van deze gegevens geschiedt via een mobiele device of digitale zorgapplicatie;
– interpretatie van de gegenereerde en opgeslagen gegevens van de patiënt, door of onder verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert.
– het door de zorgverlener geautomatiseerd of aan de hand van digitale vragenlijsten verzamelen van klinische gegevens van de patiënt, die met toestemming van de patiënt of diens (wettelijke) vertegenwoordiger beschikbaar worden gesteld aan de zorgverlener. Het beschikbaar stellen van deze gegevens geschiedt via een mobiele device of digitale zorgapplicatie;
– interpretatie van de gegenereerde en opgeslagen gegevens van de patiënt, door of onder verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert.
b. De start van de telemonitoring is de eerste kalenderdag waarop voor de telemonitoring data worden verzameld. De zorgactiviteit wordt maximaal één keer per 120 dagen geregistreerd. Registratie van deze zorgactiviteit is slechts toegestaan, indien de toepassing van telemonitoring herleidbaar is uit het medisch dossier. Registratie van de zorgactiviteit telemonitoring vindt plaats zolang de patiënt gebruik maakt van telemonitoring. Ook wanneer er gedurende die 120 dagen tijdsintervallen zijn waarbinnen geen meting plaatsvindt, wordt de activiteit geregistreerd. Bij een onderbreking van telemonitoring vanwege een klinische opname – met verpleegdagen of een klinische zorgdag in de thuissituatie – korter dan 120 dagen, blijven de registratieregels met betrekking tot telemonitoring van toepassing.
c. Telemonitoring bij patiënten met meerdere (chronische) aandoeningen kan per aandoening worden geregistreerd, mits het hierbij gaat om verschillende parameters of meetwaarden. Indien bij meerdere (chronische) aandoeningen dezelfde parameters of meetwaarden bij hetzelfde medisch specialisme gebruikt worden, valt dit onder de registratie van dezelfde telemonitoring.
d. Telemonitoring vervangt reguliere medisch-specialistische zorg. Bij de prestatie voor telemonitoring geldt dat het om toepassingen gaat, die een alternatief vormen binnen een regulier zorgpad bij (veelal) chronische aandoeningen.
a. De monitoring bevat meerdere meetmomenten per jaar en omvat twee onderdelen, te weten: – het door de zorgverlener geautomatiseerd of aan de hand van digitale vragenlijsten verzamelen van klinische gegevens van de patiënt, die met toestemming van de patiënt of diens (wettelijke) vertegenwoordiger beschikbaar worden gesteld aan de zorgverlener. Het beschikbaar stellen van deze gegevens geschiedt via een mobiele device of digitale zorgapplicatie;
– interpretatie van de gegenereerde en opgeslagen gegevens van de patiënt, door of onder verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert.
– het door de zorgverlener geautomatiseerd of aan de hand van digitale vragenlijsten verzamelen van klinische gegevens van de patiënt, die met toestemming van de patiënt of diens (wettelijke) vertegenwoordiger beschikbaar worden gesteld aan de zorgverlener. Het beschikbaar stellen van deze gegevens geschiedt via een mobiele device of digitale zorgapplicatie;
– interpretatie van de gegenereerde en opgeslagen gegevens van de patiënt, door of onder verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert.
b. De start van de telemonitoring is de eerste kalenderdag waarop voor de telemonitoring data worden verzameld. De zorgactiviteit wordt maximaal één keer per 120 dagen geregistreerd. Registratie van deze zorgactiviteit is slechts toegestaan, indien de toepassing van telemonitoring herleidbaar is uit het medisch dossier. Registratie van de zorgactiviteit telemonitoring vindt plaats zolang de patiënt gebruik maakt van telemonitoring. Ook wanneer er gedurende die 120 dagen tijdsintervallen zijn waarbinnen geen meting plaatsvindt, wordt de activiteit geregistreerd. Bij een onderbreking van telemonitoring vanwege een klinische opname – met verpleegdagen of een klinische zorgdag in de thuissituatie – korter dan 120 dagen, blijven de registratieregels met betrekking tot telemonitoring van toepassing.
c. Telemonitoring bij patiënten met meerdere (chronische) aandoeningen kan per aandoening worden geregistreerd, mits het hierbij gaat om verschillende parameters of meetwaarden. Indien bij meerdere (chronische) aandoeningen dezelfde parameters of meetwaarden bij hetzelfde medisch specialisme gebruikt worden, valt dit onder de registratie van dezelfde telemonitoring.
d. Telemonitoring vervangt reguliere medisch-specialistische zorg. Bij de prestatie voor telemonitoring geldt dat het om toepassingen gaat, die een alternatief vormen binnen een regulier zorgpad bij (veelal) chronische aandoeningen.
• Moleculaire diagnostiek (050541 t/m 050545) Per inzending worden de zorgactiviteitcodes (MD1 t/m MD5) voor moleculaire diagnostiek geregistreerd, die vanuit kwaliteit, doelmatigheid en rechtmatigheid het best passende antwoord geven op de zorgvraag. Afhankelijk van de toegepaste techniek en het aantal genen dat wordt onderzocht, leidt dit tot één specifieke zorgactiviteitcode. Per inzending kunnen meerdere codes worden gebruikt dan wel onderzoeken worden gedaan, die met het oog op de transparantie separaat worden geregistreerd. Het registreren van meerdere zorgactiviteitcodes per inzending is mogelijk, als dit vanuit kwaliteit en doelmatigheid noodzakelijk is. De zorgactiviteitcodes beschrijven verzekerde zorg. Onverzekerde zorg kan niet via deze zorgactiviteiten worden geregistreerd.
6. Werkpakket screening transplantatie (192121 t/m 192127)
Deze werkpakketten bestaan uit bepalingen ten behoeve van het screenen en typeren van ontvangers of levende donoren bij orgaantransplantatie. Deze bepalingen worden uitgevoerd in het kader van de besluitvorming voor verschillende vormen van orgaantransplantatie, door gespecialiseerde laboratoria. Plaatsing op een wachtlijst valt ook onder besluitvorming. Alle uitgevoerde bepalingen in dit kader vormen een werkpakket.
2. Add-ons intensive care (ic)
a. Add-ons ic worden geregistreerd middels een eigen subtraject. Binnen de registratie van een subtraject wordt alleen het component zorgtype getypeerd.
b. Welke ic-dag (type 1 of type 2) in rekening kan worden gebracht, wordt bepaald in contractafspraken tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder. Bij het ontbreken van contractafspraken mag alleen ic-dag type 1 in rekening worden gebracht.
c. Voor de add-ons ic gelden specifieke omschrijvingen en/of registratievoorwaarden: • ic-dag type 1 of 2 (190157 en 190158) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een ic-patiënt, ingedeeld in ic-dag type 1 of 2.Niet als ic-dag wordt geteld het postoperatief onderbrengen van een patiënt zonder ic-indicatie op de ic of op de Post Anesthesia Care Unit (PACU), in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere postoperatieve bewaking en geen ic-dag.
• Dialysetoeslag (190156) Deze toeslag geldt per dialysedag. Een dialysedag is de kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van nierfunctie vervangende therapie bij een patiënt onder eindverantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert. De dialysetoeslag mag alleen naast de ic-dag type 1 of type 2 (190157 en 190158) worden gedeclareerd. De dialysetoeslag mag niet gedeclareerd worden als de uitvoering plaatsvindt vanuit de dialyseafdeling door een nefroloog. In dat geval is sprake van een dialyse dbc-zorgproduct.
• ic-consult (190129) Een intercollegiaal consult, uitgevoerd door een medisch specialist vanuit de ic-afdeling (spoed en niet-spoed). Het consult is aangevraagd door een specialist (of andere beroepsbeoefenaar die handelt onder supervisie van een medisch specialist in het ziekenhuis inclusief de afdeling spoedeisende hulp). In geval van acute dreigende medische calamiteit mag dit consult ook ongevraagd plaatsvinden. Indien een ic-consult leidt tot een ic-dag (op dezelfde kalenderdag) wordt er geen ic-consult geregistreerd.
• Begeleiding interklinisch IC-transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190130 en 190131) De begeleiding door een ic-arts of medisch specialist van een patiënt met een ic-indicatie die vervoerd wordt van de ene instelling naar de ic van een andere instelling, waarbij het vervoer, inclusief de wachttijd op de ambulance, de overdracht in het ontvangende ziekenhuis en de terugreis korter duurt dan twee uur respectievelijk gelijk is aan of langer duurt dan twee uur. De geldende prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen voor interklinisch transport staan in de beleidsregel ‘Regionale ambulancevoorziening’.
• Begeleiding MICU transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190132 en 190133) Begeleiding van het transport van een patiënt met ic-indicatie van het ene ziekenhuis naar een ander ziekenhuis door een Mobile Intensive care Unit (MICU)-team, bestaande uit een ic-arts of intensivist en een MICU/verpleegkundige, waarbij het vervoer wordt uitgevoerd met behulp van een MICU, bestaande uit een MICU/trolley en een ic-ambulance en waarbij de wachttijd, de overdracht en de terugreis korter duren dan twee uur respectievelijk gelijk zijn aan of langer duren dan twee uur.
• Neonatale intensive care (190150) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de neonatale ic van een door het Ministerie van VWS aangewezen afdeling neonatologie.
• Pediatrische intensive care (190151) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de pediatrische ic.
• ECMO-toeslag (039611) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van Extra Corporele Membraan Oxygenatie therapie bij een patiënt op de neonatale ic of pediatrische ic. De therapie wordt uitgevoerd in aansluiting op een cardiale chirurgische of bij pulmonale of niet-operatieve cardiale problematiek waarbij de kwaliteitsindicator voorschrijft dat er minimaal eenmaal per maand een ECMO-therapie op neonatale ic of pediatrische ic wordt uitgevoerd. De therapie start bij de voorbereiding van de canulatie (12 uur voorafgaand aan ECMO) en eindigt 24 uur na decanulatie.
• ic-dag type 1 of 2 (190157 en 190158) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een ic-patiënt, ingedeeld in ic-dag type 1 of 2.Niet als ic-dag wordt geteld het postoperatief onderbrengen van een patiënt zonder ic-indicatie op de ic of op de Post Anesthesia Care Unit (PACU), in plaats van op de verkoeverafdeling, voorafgaand aan overplaatsing naar de gewone verpleegafdeling. Het betreft dan een reguliere postoperatieve bewaking en geen ic-dag.
• Dialysetoeslag (190156) Deze toeslag geldt per dialysedag. Een dialysedag is de kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van nierfunctie vervangende therapie bij een patiënt onder eindverantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert. De dialysetoeslag mag alleen naast de ic-dag type 1 of type 2 (190157 en 190158) worden gedeclareerd. De dialysetoeslag mag niet gedeclareerd worden als de uitvoering plaatsvindt vanuit de dialyseafdeling door een nefroloog. In dat geval is sprake van een dialyse dbc-zorgproduct.
• ic-consult (190129) Een intercollegiaal consult, uitgevoerd door een medisch specialist vanuit de ic-afdeling (spoed en niet-spoed). Het consult is aangevraagd door een specialist (of andere beroepsbeoefenaar die handelt onder supervisie van een medisch specialist in het ziekenhuis inclusief de afdeling spoedeisende hulp). In geval van acute dreigende medische calamiteit mag dit consult ook ongevraagd plaatsvinden. Indien een ic-consult leidt tot een ic-dag (op dezelfde kalenderdag) wordt er geen ic-consult geregistreerd.
• Begeleiding interklinisch IC-transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190130 en 190131) De begeleiding door een ic-arts of medisch specialist van een patiënt met een ic-indicatie die vervoerd wordt van de ene instelling naar de ic van een andere instelling, waarbij het vervoer, inclusief de wachttijd op de ambulance, de overdracht in het ontvangende ziekenhuis en de terugreis korter duurt dan twee uur respectievelijk gelijk is aan of langer duurt dan twee uur. De geldende prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen voor interklinisch transport staan in de beleidsregel ‘Regionale ambulancevoorziening’.
• Begeleiding MICU transport < 2 uur of ≥ 2 uur (190132 en 190133) Begeleiding van het transport van een patiënt met ic-indicatie van het ene ziekenhuis naar een ander ziekenhuis door een Mobile Intensive care Unit (MICU)-team, bestaande uit een ic-arts of intensivist en een MICU/verpleegkundige, waarbij het vervoer wordt uitgevoerd met behulp van een MICU, bestaande uit een MICU/trolley en een ic-ambulance en waarbij de wachttijd, de overdracht en de terugreis korter duren dan twee uur respectievelijk gelijk zijn aan of langer duren dan twee uur.
• Neonatale intensive care (190150) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de neonatale ic van een door het Ministerie van VWS aangewezen afdeling neonatologie.
• Pediatrische intensive care (190151) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van medische behandeling van een patiënt met een ic-indicatie op de pediatrische ic.
• ECMO-toeslag (039611) Een kalenderdag waarop op enig moment sprake is geweest van Extra Corporele Membraan Oxygenatie therapie bij een patiënt op de neonatale ic of pediatrische ic. De therapie wordt uitgevoerd in aansluiting op een cardiale chirurgische of bij pulmonale of niet-operatieve cardiale problematiek waarbij de kwaliteitsindicator voorschrijft dat er minimaal eenmaal per maand een ECMO-therapie op neonatale ic of pediatrische ic wordt uitgevoerd. De therapie start bij de voorbereiding van de canulatie (12 uur voorafgaand aan ECMO) en eindigt 24 uur na decanulatie.
3. Add-ongeneesmiddelen
Een add-ongeneesmiddel wordt uitsluitend geregistreerd in combinatie met een zorgtraject, tenzij een behandeling in het buitenland wordt geleverd en het bijbehorende geneesmiddel met een add-on declaratietitel in Nederland wordt toegediend en gedeclareerd.
4. Overige trajecten
a. Een overig traject mag in plaats van een reguliere verpleegdag en naast een dbc-zorgproduct gedeclareerd worden onder dezelfde voorwaarden als een reguliere verpleegdag zoals omschreven in artikel 24 lid 29. Deze overige trajecten mogen naast een dbc-zorgproduct gedeclareerd worden.
b. Voor een aantal overige trajecten gelden er specifieke prestatiebeschrijvingen of zijn de hierna vermelde aanvullende voorwaarden van toepassing: • Verkeerde bed, Wlz-indicatie (190092) Een ‘Verkeerde bed’ dag is een te registreren kalenderdag, welke minimaal één overnachting omvat. Het betreft een vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de indicatie voor medisch-specialistische zorg is beëindigd, een Wlz-indicatie is aangevangen en de patiënt noodgedwongen in een instelling voor medisch-specialistische zorg moet blijven tot de dag dat de cliënt de Wlz-zorg ontvangt op een plek bij een Wlz-zorgaanbieder of thuis. Deze prestatie omvat ook genees-, verband- en narcosemiddelen en klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken. De vergoeding voor het Verkeerde bed is niet van toepassing op cliënten die vóór de opname in de instelling voor medisch-specialistische zorg, zorg met verblijf ontvingen op grond van de Wlz.
• Verblijf gezonde moeder (190032) Verblijf van een gezonde moeder in een instelling in verband met een klinische opname van de pasgeborene. Deze zorgactiviteit wordt tot maximaal 28 dagen na de bevalling geregistreerd. De voor kraamzorg beschikbare zorgactiviteit (196199) wordt apart geregistreerd.
• Verblijf gezonde zuigeling (190033) Verblijf van een gezonde zuigeling in een instelling in verband met een klinische opname van de moeder. Deze zorgactiviteit wordt tot maximaal 28 dagen na de geboorte geregistreerd. De voor kraamzorg beschikbare zorgactiviteit (196199) wordt apart geregistreerd.
• Kraamzorg bij verblijf gezonde moeder of zuigeling in een instelling, per dag (196199) Kraamzorg als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit zorgverzekering die in een instelling wordt geleverd in aanvulling op de prestaties ‘verblijf gezonde moeder’ (190032) of ‘verblijf gezonde zuigeling’ (190033). Deze prestatie (196199) omvat een gelimiteerd aantal uren kraamzorg per dag overeenkomstig de geldende prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen voor kraamzorg in de Beleidsregel kraamzorg.
• Verblijf vervallen ziekenhuisindicatie, geen Wlz-indicatie (190093) Vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde een Wlz-indicatie) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis verblijft tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven.
• Zotelovernachting (190208) Overnachting in een zorghotel, in het kader van ziekenhuisverplaatste zorg, welke gekoppeld is aan een instelling voor medisch-specialistische zorg.
• Verkeerde bed, Wlz-indicatie (190092) Een ‘Verkeerde bed’ dag is een te registreren kalenderdag, welke minimaal één overnachting omvat. Het betreft een vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de indicatie voor medisch-specialistische zorg is beëindigd, een Wlz-indicatie is aangevangen en de patiënt noodgedwongen in een instelling voor medisch-specialistische zorg moet blijven tot de dag dat de cliënt de Wlz-zorg ontvangt op een plek bij een Wlz-zorgaanbieder of thuis. Deze prestatie omvat ook genees-, verband- en narcosemiddelen en klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken. De vergoeding voor het Verkeerde bed is niet van toepassing op cliënten die vóór de opname in de instelling voor medisch-specialistische zorg, zorg met verblijf ontvingen op grond van de Wlz.
• Verblijf gezonde moeder (190032) Verblijf van een gezonde moeder in een instelling in verband met een klinische opname van de pasgeborene. Deze zorgactiviteit wordt tot maximaal 28 dagen na de bevalling geregistreerd. De voor kraamzorg beschikbare zorgactiviteit (196199) wordt apart geregistreerd.
• Verblijf gezonde zuigeling (190033) Verblijf van een gezonde zuigeling in een instelling in verband met een klinische opname van de moeder. Deze zorgactiviteit wordt tot maximaal 28 dagen na de geboorte geregistreerd. De voor kraamzorg beschikbare zorgactiviteit (196199) wordt apart geregistreerd.
• Kraamzorg bij verblijf gezonde moeder of zuigeling in een instelling, per dag (196199) Kraamzorg als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit zorgverzekering die in een instelling wordt geleverd in aanvulling op de prestaties ‘verblijf gezonde moeder’ (190032) of ‘verblijf gezonde zuigeling’ (190033). Deze prestatie (196199) omvat een gelimiteerd aantal uren kraamzorg per dag overeenkomstig de geldende prestatiebeschrijvingen en specifieke bepalingen voor kraamzorg in de Beleidsregel kraamzorg.
• Verblijf vervallen ziekenhuisindicatie, geen Wlz-indicatie (190093) Vergoeding die in rekening mag worden gebracht vanaf de dag nadat de ziekenhuisindicatie is beëindigd, een indicatie (niet zijnde een Wlz-indicatie) is vastgesteld en de patiënt noodgedwongen in een ziekenhuis verblijft tot er plaats is voor de zorg waarvoor de indicatie is afgegeven.
• Zotelovernachting (190208) Overnachting in een zorghotel, in het kader van ziekenhuisverplaatste zorg, welke gekoppeld is aan een instelling voor medisch-specialistische zorg.
5. Add-on overig
Voor een aantal add-ons overig gelden specifieke prestatiebeschrijvingen of zijn de hierna vermelde aanvullende voorwaarden van toepassing:
• Extracorporele immunoadsorptiebehandeling (039967 en 039968) De ABOi (039967) en HLAi (039968) mogen alleen gedeclareerd worden bij een dbc-zorgproduct in het kader van een nier-, lever-, darm-, eilandjes- of pancreastransplantatie (dbc-zorgproductgroep 979002).
• Toeslag obstetrische high care (190219) Deze toeslag mag alleen worden vastgelegd door instellingen die vanuit het planningsbesluit van de Minister toestemming hebben gekregen om een OHC-unit inclusief NICU te exploiteren. De zorgactiviteit mag naast een reguliere verpleegdag worden vastgelegd voor iedere dag dat de patiënt is opgenomen op de OHC-unit.
• Toeslag post-ic high care (190152) Er is sprake van post-ic high care als aansluitend aan een opname op de neonatale intensive care (NICU) noodzaak bestaat tot intensieve behandeling en bewaking. De post-ic high care bedden mogen zich ook bevinden buiten het perinatologisch centrum.
• Beoordeling door landelijk erkend expertisecentrum van aanvraag start/continuering groeihormoonbehandeling (190298) Het beoordelen van een aanvraag voor het starten of continueren van een groeihormoonbehandeling bij kinderen. De beoordeling vindt plaats door een landelijk erkend (d.w.z. erkend door de Minister van VWS, zorgaanbieders en zorgverzekeraars), onafhankelijk expertisecentrum. Ten behoeve van deze beoordeling levert de instelling de benodigde informatie aan het expertisecentrum aan.
• Klinische zorgdag in de thuissituatie (190228) Een klinische zorgdag in de thuissituatie is een te registreren kalenderdag, met alle door het ziekenhuis geleverde zorg, die niet in andere zorgactiviteiten is beschreven. Deze kalenderdag is te beschouwen als een klinische opname in de thuissituatie. De klinische opname in de thuissituatie bestaat uit een episode van klinische zorg in de thuissituatie met minimaal één overnachting. De te registreren periode loopt vanaf de opname in de thuissituatie tot en met de dag van ontslag of dag voor overplaatsing naar een klinische setting in een instelling. De dag van opname (mits deze heeft plaatsgevonden vóór 20.00 uur) en de dag van ontslag worden beide aangemerkt worden als een te registreren kalenderdag. Bij overplaatsing naar een klinische setting in een instelling wordt op de dag van overplaatsing geen klinische zorgdag in de thuissituatie geregistreerd.
• Toeslag verblijf hooggebergte per dag – longastmacentra (193289) Deze prestatie wordt gedeclareerd per verpleegdag in een centrum voor complex chronische longaandoeningen (CCL) als sprake is van intensieve longrevalidatie op een hoogte van 1.500 meter of hoger. Deze prestatie wordt per patiënt maximaal éénmaal per kalenderdag gedeclareerd op dezelfde dag waarop voor deze patiënt een verpleegdag is geregistreerd.
• Telemonitoring (039133) Deze zorgactiviteit wordt geregistreerd voor het op afstand monitoren van een patiënt in het kader van een medisch-specialistische behandeling. a. De monitoring bevat meerdere meetmomenten per jaar en omvat twee onderdelen, te weten: – het door de zorgverlener geautomatiseerd of aan de hand van digitale vragenlijsten verzamelen van klinische gegevens van de patiënt, die met toestemming van de patiënt of diens (wettelijke) vertegenwoordiger beschikbaar worden gesteld aan de zorgverlener. Het beschikbaar stellen van deze gegevens geschiedt via een mobiele device of digitale zorgapplicatie;
– interpretatie van de gegenereerde en opgeslagen gegevens van de patiënt, door of onder verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert.
– het door de zorgverlener geautomatiseerd of aan de hand van digitale vragenlijsten verzamelen van klinische gegevens van de patiënt, die met toestemming van de patiënt of diens (wettelijke) vertegenwoordiger beschikbaar worden gesteld aan de zorgverlener. Het beschikbaar stellen van deze gegevens geschiedt via een mobiele device of digitale zorgapplicatie;
– interpretatie van de gegenereerde en opgeslagen gegevens van de patiënt, door of onder verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert.
b. De start van de telemonitoring is de eerste kalenderdag waarop voor de telemonitoring data worden verzameld. De zorgactiviteit wordt maximaal één keer per 120 dagen geregistreerd. Registratie van deze zorgactiviteit is slechts toegestaan, indien de toepassing van telemonitoring herleidbaar is uit het medisch dossier. Registratie van de zorgactiviteit telemonitoring vindt plaats zolang de patiënt gebruik maakt van telemonitoring. Ook wanneer er gedurende die 120 dagen tijdsintervallen zijn waarbinnen geen meting plaatsvindt, wordt de activiteit geregistreerd. Bij een onderbreking van telemonitoring vanwege een klinische opname – met verpleegdagen of een klinische zorgdag in de thuissituatie – korter dan 120 dagen, blijven de registratieregels met betrekking tot telemonitoring van toepassing.
c. Telemonitoring bij patiënten met meerdere (chronische) aandoeningen kan per aandoening worden geregistreerd, mits het hierbij gaat om verschillende parameters of meetwaarden. Indien bij meerdere (chronische) aandoeningen dezelfde parameters of meetwaarden bij hetzelfde medisch specialisme gebruikt worden, valt dit onder de registratie van dezelfde telemonitoring.
d. Telemonitoring vervangt reguliere medisch-specialistische zorg. Bij de prestatie voor telemonitoring geldt dat het om toepassingen gaat, die een alternatief vormen binnen een regulier zorgpad bij (veelal) chronische aandoeningen.
a. De monitoring bevat meerdere meetmomenten per jaar en omvat twee onderdelen, te weten: – het door de zorgverlener geautomatiseerd of aan de hand van digitale vragenlijsten verzamelen van klinische gegevens van de patiënt, die met toestemming van de patiënt of diens (wettelijke) vertegenwoordiger beschikbaar worden gesteld aan de zorgverlener. Het beschikbaar stellen van deze gegevens geschiedt via een mobiele device of digitale zorgapplicatie;
– interpretatie van de gegenereerde en opgeslagen gegevens van de patiënt, door of onder verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert.
– het door de zorgverlener geautomatiseerd of aan de hand van digitale vragenlijsten verzamelen van klinische gegevens van de patiënt, die met toestemming van de patiënt of diens (wettelijke) vertegenwoordiger beschikbaar worden gesteld aan de zorgverlener. Het beschikbaar stellen van deze gegevens geschiedt via een mobiele device of digitale zorgapplicatie;
– interpretatie van de gegenereerde en opgeslagen gegevens van de patiënt, door of onder verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert.
b. De start van de telemonitoring is de eerste kalenderdag waarop voor de telemonitoring data worden verzameld. De zorgactiviteit wordt maximaal één keer per 120 dagen geregistreerd. Registratie van deze zorgactiviteit is slechts toegestaan, indien de toepassing van telemonitoring herleidbaar is uit het medisch dossier. Registratie van de zorgactiviteit telemonitoring vindt plaats zolang de patiënt gebruik maakt van telemonitoring. Ook wanneer er gedurende die 120 dagen tijdsintervallen zijn waarbinnen geen meting plaatsvindt, wordt de activiteit geregistreerd. Bij een onderbreking van telemonitoring vanwege een klinische opname – met verpleegdagen of een klinische zorgdag in de thuissituatie – korter dan 120 dagen, blijven de registratieregels met betrekking tot telemonitoring van toepassing.
c. Telemonitoring bij patiënten met meerdere (chronische) aandoeningen kan per aandoening worden geregistreerd, mits het hierbij gaat om verschillende parameters of meetwaarden. Indien bij meerdere (chronische) aandoeningen dezelfde parameters of meetwaarden bij hetzelfde medisch specialisme gebruikt worden, valt dit onder de registratie van dezelfde telemonitoring.
d. Telemonitoring vervangt reguliere medisch-specialistische zorg. Bij de prestatie voor telemonitoring geldt dat het om toepassingen gaat, die een alternatief vormen binnen een regulier zorgpad bij (veelal) chronische aandoeningen.
• Moleculaire diagnostiek (050541 t/m 050545) Per inzending worden de zorgactiviteitcodes (MD1 t/m MD5) voor moleculaire diagnostiek geregistreerd, die vanuit kwaliteit, doelmatigheid en rechtmatigheid het best passende antwoord geven op de zorgvraag. Afhankelijk van de toegepaste techniek en het aantal genen dat wordt onderzocht, leidt dit tot één specifieke zorgactiviteitcode. Per inzending kunnen meerdere codes worden gebruikt dan wel onderzoeken worden gedaan, die met het oog op de transparantie separaat worden geregistreerd. Het registreren van meerdere zorgactiviteitcodes per inzending is mogelijk, als dit vanuit kwaliteit en doelmatigheid noodzakelijk is. De zorgactiviteitcodes beschrijven verzekerde zorg. Onverzekerde zorg kan niet via deze zorgactiviteiten worden geregistreerd.
6. Werkpakket screening transplantatie (192121 t/m 192127)
Deze werkpakketten bestaan uit bepalingen ten behoeve van het screenen en typeren van ontvangers of levende donoren bij orgaantransplantatie. Deze bepalingen worden uitgevoerd in het kader van de besluitvorming voor verschillende vormen van orgaantransplantatie, door gespecialiseerde laboratoria. Plaatsing op een wachtlijst valt ook onder besluitvorming. Alle uitgevoerde bepalingen in dit kader vormen een werkpakket.
- Citeren als
- Art. 26
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0047194
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl