BWBR0047171
Geldig vanaf 2022-09-22
Artikel 5
Regeling specifieke uitkering tijdelijke onderwijshuisvesting ontheemden
1. De hoogte van de specifieke uitkering is gelijk aan de door een gemeente daadwerkelijk gemaakte kosten en bedraagt ten hoogste € 90.000 voor kosten die zijn gemaakt voor de onderwijshuisvesting van een groep van vijf tot en met vijftien leerplichtige ontheemde jongeren in de gemeente, of, voor zover een gemeente kosten heeft gemaakt voor de onderwijshuisvesting van een groep van meer dan vijftien leerplichtige ontheemde jongeren, ten hoogste € 90.000 per groep van vijftien leerplichtige ontheemde jongeren in een gemeente.
2. Voor zover het plafond, bedoeld in artikel 3, niet wordt overschreden, kan de minister in uitzonderlijke gevallen afwijken van de maximale hoogte van de specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid. De gemeente die daarop een beroep doet, motiveert bij de aanvraag schriftelijk welke redenen aanleiding kunnen zijn voor een dergelijke afwijking van de maximale hoogte.
2. Voor zover het plafond, bedoeld in artikel 3, niet wordt overschreden, kan de minister in uitzonderlijke gevallen afwijken van de maximale hoogte van de specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid. De gemeente die daarop een beroep doet, motiveert bij de aanvraag schriftelijk welke redenen aanleiding kunnen zijn voor een dergelijke afwijking van de maximale hoogte.