BWBR0047171
Geldig vanaf 2022-09-22
Artikel 4
Regeling specifieke uitkering tijdelijke onderwijshuisvesting ontheemden
1. De minister kan op aanvraag aan een gemeente eenmalig een specifieke uitkering verstrekken voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in artikel 2, die zijn of worden gemaakt in de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 juli 2023.
2. Onder de kosten, bedoeld in artikel 2, worden verstaan de kosten voor:
a. de eerste inrichting van tijdelijke onderwijshuisvesting;
b. de ingebruikneming van tijdelijke onderwijshuisvesting;
c. de huur van tijdelijke onderwijshuisvesting;
d. het plaatsen van noodlokalen;
e. tijdelijke voorzieningen voor bewegingsonderwijs;
f. het gereedmaken van tijdelijke onderwijshuisvesting voor het onderwijs aan leerplichtige ontheemde jongeren;
g. de aankoop van noodlokalen.
3. Een specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor kosten die:
a. reeds uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd;
b. zijn of worden gemaakt ten behoeve van delen van de onderwijshuisvesting die niet gebruikt worden door de school dan wel niet worden gebruikt voor onderwijs aan leerplichtige ontheemde jongeren;
c. zijn of worden gemaakt voor nieuwbouw of omvangrijke verbouwingen;
d. zijn of worden gemaakt voor het onderhoud aan de tijdelijke onderwijshuisvesting, bedoeld in artikel 2.
2. Onder de kosten, bedoeld in artikel 2, worden verstaan de kosten voor:
a. de eerste inrichting van tijdelijke onderwijshuisvesting;
b. de ingebruikneming van tijdelijke onderwijshuisvesting;
c. de huur van tijdelijke onderwijshuisvesting;
d. het plaatsen van noodlokalen;
e. tijdelijke voorzieningen voor bewegingsonderwijs;
f. het gereedmaken van tijdelijke onderwijshuisvesting voor het onderwijs aan leerplichtige ontheemde jongeren;
g. de aankoop van noodlokalen.
3. Een specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor kosten die:
a. reeds uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd;
b. zijn of worden gemaakt ten behoeve van delen van de onderwijshuisvesting die niet gebruikt worden door de school dan wel niet worden gebruikt voor onderwijs aan leerplichtige ontheemde jongeren;
c. zijn of worden gemaakt voor nieuwbouw of omvangrijke verbouwingen;
d. zijn of worden gemaakt voor het onderhoud aan de tijdelijke onderwijshuisvesting, bedoeld in artikel 2.