BWBR0047085
Geldig vanaf 2022-08-31
Artikel 15
Regeling bekostiging personeel PO 2022–2023 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2022–2023
1. De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2021 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel, respectievelijk van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 117, twaalfde lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:
a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,63 jaar;
b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 86.789,68;
c. genormeerde gemiddelde personeelslasten onderwijsondersteunend personeel: € 49.480,09;
d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 108.502,35.
2. Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag is voor de scholen, bedoeld in het eerste lid:
a. formatiebasisbedrag: € 30.074,95;
b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.362,35.
3. Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in artikel 117, achtste lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022 conform onderstaande tabel.
[tabel]
4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs ten opzichte van het schooljaar 2021–2022 bedraagt 3,239%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van het onderwijsondersteunend personeel van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2021–2022 bedraagt 3,239% en de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2021–2022 bedraagt 3,239%.
5. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WECgedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 131, vierde lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022.
6. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.
a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,63 jaar;
b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 86.789,68;
c. genormeerde gemiddelde personeelslasten onderwijsondersteunend personeel: € 49.480,09;
d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 108.502,35.
2. Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag is voor de scholen, bedoeld in het eerste lid:
a. formatiebasisbedrag: € 30.074,95;
b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.362,35.
3. Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in artikel 117, achtste lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022 conform onderstaande tabel.
[tabel]
4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs ten opzichte van het schooljaar 2021–2022 bedraagt 3,239%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van het onderwijsondersteunend personeel van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2021–2022 bedraagt 3,239% en de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2021–2022 bedraagt 3,239%.
5. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WECgedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 131, vierde lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022.
6. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.