BWBR0047085
Geldig vanaf 2022-08-31
Artikel 10
Regeling bekostiging personeel PO 2022–2023 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2022–2023
1. De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2021 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel 120, zesde lid, WPOzoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:
a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 40,74 jaar;
b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 92.752,69;
c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 112.217,66.
2. Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag is voor speciale scholen voor basisonderwijs:
a. formatiebasisbedrag: € 39.994,35;
b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.295,00.
3. Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022 is:
a. bedrag per leerling: € 1.807,74;
b. verhogingsbedrag € 58,53.
4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van speciale scholen voor basisonderwijs ten opzichte van het schooljaar 2021–2022 bedraagt 4,643%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs ten opzichte van het schooljaar 2021–2022 bedraagt 4,643%.
5. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WPOgedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 137, vijfde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022.
6. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.
a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 40,74 jaar;
b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 92.752,69;
c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 112.217,66.
2. Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag is voor speciale scholen voor basisonderwijs:
a. formatiebasisbedrag: € 39.994,35;
b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.295,00.
3. Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022 is:
a. bedrag per leerling: € 1.807,74;
b. verhogingsbedrag € 58,53.
4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van speciale scholen voor basisonderwijs ten opzichte van het schooljaar 2021–2022 bedraagt 4,643%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs ten opzichte van het schooljaar 2021–2022 bedraagt 4,643%.
5. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WPOgedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 137, vijfde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022.
6. Voor de berekening van de bekostiging voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 worden de bedragen met 34,55% vermenigvuldigd.