BWBR0047071
Geldig vanaf 2023-09-12
Artikel 7
Subsidieregeling veerkracht en zeggenschap
1. De aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend in aanvraagtijdvak 1, aanvraagtijdvak 2 en aanvraagtijdvak 3.
2. In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregelinggaat een aanvraag vergezeld van:
a. een verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening;
b. een verklaring waaruit blijkt dat de aanvraag wordt ondersteund door: 1° de voorzitter van een Verpleegkundige Adviesraad, Verpleegkundige en Verzorgende Adviesraad, Professionele Adviesraad of Zorgadviesraad, of;
2° ten minste 8 VVVB’ers, helpenden, sociaal werkers en jeugdhulpverleners die werkzaam zijn bij de aanvrager.
1° de voorzitter van een Verpleegkundige Adviesraad, Verpleegkundige en Verzorgende Adviesraad, Professionele Adviesraad of Zorgadviesraad, of;
2° ten minste 8 VVVB’ers, helpenden, sociaal werkers en jeugdhulpverleners die werkzaam zijn bij de aanvrager.
3. Voor de aanvraag, begroting en de verklaringen, bedoeld in het tweede lid, wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
2. In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregelinggaat een aanvraag vergezeld van:
a. een verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening;
b. een verklaring waaruit blijkt dat de aanvraag wordt ondersteund door: 1° de voorzitter van een Verpleegkundige Adviesraad, Verpleegkundige en Verzorgende Adviesraad, Professionele Adviesraad of Zorgadviesraad, of;
2° ten minste 8 VVVB’ers, helpenden, sociaal werkers en jeugdhulpverleners die werkzaam zijn bij de aanvrager.
1° de voorzitter van een Verpleegkundige Adviesraad, Verpleegkundige en Verzorgende Adviesraad, Professionele Adviesraad of Zorgadviesraad, of;
2° ten minste 8 VVVB’ers, helpenden, sociaal werkers en jeugdhulpverleners die werkzaam zijn bij de aanvrager.
3. Voor de aanvraag, begroting en de verklaringen, bedoeld in het tweede lid, wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.