BWBR0047071
Geldig vanaf 2023-09-12
Artikel 4
Subsidieregeling veerkracht en zeggenschap
1. De subsidieverlening bedraagt:
a. € 50.000 per aanvrager voor aanvragen die worden ingediend in aanvraagtijdvak 1; en
b. minimaal € 25.000 tot maximaal € 50.000 per aanvrager voor aanvragen die worden ingediend in aanvraagtijdvak 2 en aanvraagtijdvak 3.
2. De subsidiabele kosten waarvoor een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend in aanvraagtijdvak 1 zijn:
a. loonkosten tot een maximaal bruto uurtarief van € 49,91, en
b. overige kosten, bestaande uit: 1° de huur van een externe ruimte;
2° de inhuur van een spreker of trainer, inclusief reiskosten tot een maximum bedrag van € 0,19 per kilometer of de volledige kosten voor reizen in de tweede klas met het openbaar vervoer;
3° de inhuur van een externe organisatie, inclusief reiskosten tot een maximum bedrag van € 0,19 per kilometer of de volledige kosten voor reizen in de tweede klas met het openbaar vervoer;
4° kosten voor ICT-voorzieningen ter ondersteuning van het projectteam voor de uitvoering van het lokale actieplan veerkracht en zeggenschap; of,
5° catering tot een maximum bedrag van € 26,39 per persoon per bijeenkomst.
1° de huur van een externe ruimte;
2° de inhuur van een spreker of trainer, inclusief reiskosten tot een maximum bedrag van € 0,19 per kilometer of de volledige kosten voor reizen in de tweede klas met het openbaar vervoer;
3° de inhuur van een externe organisatie, inclusief reiskosten tot een maximum bedrag van € 0,19 per kilometer of de volledige kosten voor reizen in de tweede klas met het openbaar vervoer;
4° kosten voor ICT-voorzieningen ter ondersteuning van het projectteam voor de uitvoering van het lokale actieplan veerkracht en zeggenschap; of,
5° catering tot een maximum bedrag van € 26,39 per persoon per bijeenkomst.
3. Het subsidiabele bedrag voor activiteiten waarvoor een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend in aanvraagtijdvak 1 bestaat ten hoogste uit 40% overige kosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
4. De subsidiabele kosten voor activiteiten waarvoor een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend in aanvraagtijdvak 2 en aanvraagtijdvak 3 uitsluitend uit loonkosten tot een maximaal bruto uurtarief van € 53,08.
a. € 50.000 per aanvrager voor aanvragen die worden ingediend in aanvraagtijdvak 1; en
b. minimaal € 25.000 tot maximaal € 50.000 per aanvrager voor aanvragen die worden ingediend in aanvraagtijdvak 2 en aanvraagtijdvak 3.
2. De subsidiabele kosten waarvoor een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend in aanvraagtijdvak 1 zijn:
a. loonkosten tot een maximaal bruto uurtarief van € 49,91, en
b. overige kosten, bestaande uit: 1° de huur van een externe ruimte;
2° de inhuur van een spreker of trainer, inclusief reiskosten tot een maximum bedrag van € 0,19 per kilometer of de volledige kosten voor reizen in de tweede klas met het openbaar vervoer;
3° de inhuur van een externe organisatie, inclusief reiskosten tot een maximum bedrag van € 0,19 per kilometer of de volledige kosten voor reizen in de tweede klas met het openbaar vervoer;
4° kosten voor ICT-voorzieningen ter ondersteuning van het projectteam voor de uitvoering van het lokale actieplan veerkracht en zeggenschap; of,
5° catering tot een maximum bedrag van € 26,39 per persoon per bijeenkomst.
1° de huur van een externe ruimte;
2° de inhuur van een spreker of trainer, inclusief reiskosten tot een maximum bedrag van € 0,19 per kilometer of de volledige kosten voor reizen in de tweede klas met het openbaar vervoer;
3° de inhuur van een externe organisatie, inclusief reiskosten tot een maximum bedrag van € 0,19 per kilometer of de volledige kosten voor reizen in de tweede klas met het openbaar vervoer;
4° kosten voor ICT-voorzieningen ter ondersteuning van het projectteam voor de uitvoering van het lokale actieplan veerkracht en zeggenschap; of,
5° catering tot een maximum bedrag van € 26,39 per persoon per bijeenkomst.
3. Het subsidiabele bedrag voor activiteiten waarvoor een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend in aanvraagtijdvak 1 bestaat ten hoogste uit 40% overige kosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
4. De subsidiabele kosten voor activiteiten waarvoor een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend in aanvraagtijdvak 2 en aanvraagtijdvak 3 uitsluitend uit loonkosten tot een maximaal bruto uurtarief van € 53,08.