BWBR0046973
Geldig vanaf 2022-08-01
Artikel 3
Beleidsregel alternatief centrale examens Nederlands
1. Het bevoegd gezag kan aan examenkandidaten, in verband met onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal de mogelijkheid bieden het centrale examen Nederlandse taal voor het schooljaar 2022–2023 te vervangen door een van de in artikel 2, eerste lid, onderdeel a en bgenoemde examens.
2. De in het eerste lid bedoelde geldt voor de examenkandidaat die met inbegrip van het schooljaar waarin hij eindexamen aflegt, ten hoogste zes jaar onderwijs in Europees Nederland heeft gevolgd en van wie het Nederlands niet de moedertaal is.
3. Het bevoegd gezag maakt samen met de examenkandidaat uiterlijk voor 1 november van het betreffende schooljaar de keuze welk examen, bedoeld in artikel 2, eerste lidwordt afgelegd.
4. Indien er geen keuze wordt gemaakt, legt de examenkandidaat het centrale examen Nederlandse taal af.
5. Voor het overige blijven alle regels betreffende het centrale examen van toepassing, met dien verstande dat in de gevallen waarop deze beleidsregel ziet, het Staatsexamen NT2, programma I en II en EDUP in de plaats treedt van het centraal examen Nederlands.
6. Een bevoegd gezag dient een aanvraag in bij de minister. De aanvraag is voorzien van een plan van aanpak. Het plan van aanpak dient in ieder geval de volgende elementen te bevatten:
a. de RIO registratie van de deelnemende school;
b. een contactpersoon bij de school voor informatie over het verloop van het traject met alternatieve examens Nederlands taal;
c. een indicatie van het aantal deelnemende leerlingen per schoolsoort als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;
d. inzicht in de wijze waarop ouders en leerlingen geïnformeerd worden over de mogelijkheden van alternatieve examinering Nederlandse taal.
7. Een schriftelijk bewijs dat de medezeggenschap instemt met het aanbieden van alternatieve examens Nederlandse taal.
8. Een bevoegd gezag van een school waaraan toestemming wordt verleend om alternatieve examens Nederlands aan te bieden, is verplicht om desgewenst gegevens over uitvoering, leerlingtevredenheid, doorstroom en leerresultaten aan te leveren bij de minister ten behoeve van evaluatieonderzoek.
2. De in het eerste lid bedoelde geldt voor de examenkandidaat die met inbegrip van het schooljaar waarin hij eindexamen aflegt, ten hoogste zes jaar onderwijs in Europees Nederland heeft gevolgd en van wie het Nederlands niet de moedertaal is.
3. Het bevoegd gezag maakt samen met de examenkandidaat uiterlijk voor 1 november van het betreffende schooljaar de keuze welk examen, bedoeld in artikel 2, eerste lidwordt afgelegd.
4. Indien er geen keuze wordt gemaakt, legt de examenkandidaat het centrale examen Nederlandse taal af.
5. Voor het overige blijven alle regels betreffende het centrale examen van toepassing, met dien verstande dat in de gevallen waarop deze beleidsregel ziet, het Staatsexamen NT2, programma I en II en EDUP in de plaats treedt van het centraal examen Nederlands.
6. Een bevoegd gezag dient een aanvraag in bij de minister. De aanvraag is voorzien van een plan van aanpak. Het plan van aanpak dient in ieder geval de volgende elementen te bevatten:
a. de RIO registratie van de deelnemende school;
b. een contactpersoon bij de school voor informatie over het verloop van het traject met alternatieve examens Nederlands taal;
c. een indicatie van het aantal deelnemende leerlingen per schoolsoort als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;
d. inzicht in de wijze waarop ouders en leerlingen geïnformeerd worden over de mogelijkheden van alternatieve examinering Nederlandse taal.
7. Een schriftelijk bewijs dat de medezeggenschap instemt met het aanbieden van alternatieve examens Nederlandse taal.
8. Een bevoegd gezag van een school waaraan toestemming wordt verleend om alternatieve examens Nederlands aan te bieden, is verplicht om desgewenst gegevens over uitvoering, leerlingtevredenheid, doorstroom en leerresultaten aan te leveren bij de minister ten behoeve van evaluatieonderzoek.