Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
alternatief centrale examens Nederlandse taal: Staatsexamen NT2, programma I of II, of het EDUP-examen;
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;
EDUP-examen: het Educatief Professioneel examen Nederlands, ontwikkeld door het Certificaat Nederlands als Tweede Taal (CNaVT)-project van de Taalunie;
medezeggenschapsraad: medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen;
minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
school: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1. van de wet;
staatsexamen NT2: het examen bedoeld in het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal;
wet:Wet op het voortgezet onderwijs 2020.
alternatief centrale examens Nederlandse taal: Staatsexamen NT2, programma I of II, of het EDUP-examen;
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;
EDUP-examen: het Educatief Professioneel examen Nederlands, ontwikkeld door het Certificaat Nederlands als Tweede Taal (CNaVT)-project van de Taalunie;
medezeggenschapsraad: medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen;
minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
school: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1. van de wet;
staatsexamen NT2: het examen bedoeld in het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal;
wet:Wet op het voortgezet onderwijs 2020.