BWBR0046969
Geldig vanaf 2022-07-27
Artikel 2
Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming 2022
1. Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie van Justitie en Veiligheidaan de algemeen directeur van de Raad voor de Kinderbescherming verleende mandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden die hun portefeuille of programma betreffen, mandaat en de bevoegdheid tot het doorgeven daarvan verleend aan de directieleden, met uitzondering van de in lid 2 genoemde voorbehouden bevoegdheden.
2. Aan de algemeen directeur van de Raad voor de Kinderbescherming blijft voorbehouden:
a. de bevoegdheid tot het vaststellen van de kwalitatieve formatie;
b. de bevoegdheid tot het nemen van niet-individuele personeelsbeslissingen;
c. de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies;
d. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen;
e. de bevoegdheid tot het toekennen van een schadevergoeding op basis van artikel 7:611 jo. artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek voor zover de vergoeding betrekking heeft op materiële schade;
f. de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden;
g. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto;
h. de bevoegdheid tot het toekennen of afwijzen van schadevergoeding op grond van een actie uit onrechtmatige daad ex artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek en, voor zover het gaat om de toekenning van een schadevergoeding, vanaf een bedrag van € 2.500,– tot een bedrag van € 50.000,–;
i. de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen op bezwaar;
j. de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen in het kader van klachten die zijn ingediend tegen directieleden.
2. Aan de algemeen directeur van de Raad voor de Kinderbescherming blijft voorbehouden:
a. de bevoegdheid tot het vaststellen van de kwalitatieve formatie;
b. de bevoegdheid tot het nemen van niet-individuele personeelsbeslissingen;
c. de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies;
d. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen;
e. de bevoegdheid tot het toekennen van een schadevergoeding op basis van artikel 7:611 jo. artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek voor zover de vergoeding betrekking heeft op materiële schade;
f. de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden;
g. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto;
h. de bevoegdheid tot het toekennen of afwijzen van schadevergoeding op grond van een actie uit onrechtmatige daad ex artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek en, voor zover het gaat om de toekenning van een schadevergoeding, vanaf een bedrag van € 2.500,– tot een bedrag van € 50.000,–;
i. de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen op bezwaar;
j. de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen in het kader van klachten die zijn ingediend tegen directieleden.