BWBR0046932
Geldig vanaf 2022-07-19
Artikel 8
Meerjarige regeling specifieke uitkeringen voor huisvesting aandachtsgroepen
1. De minister neemt binnen acht weken na de datum van ontvangst van een aanvraag een besluit over de verlening van de specifieke uitkering voor woonruimten voor dak- en thuisloze mensen, mensen met sociale of medische urgentie, statushouders, mensen die uitstromen uit een intramurale situatie, arbeidsmigranten, ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en woonwagenbewoners. Indien de beschikking niet binnen deze termijn kan worden gegeven, deelt de minister dit aan de aanvrager mede en noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn van uiterlijk acht weken waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
2. De minister neemt binnen acht weken na de sluitingsdatum van de aanvraagperiode voor woonruimten voor studentenhuisvesting een besluit over de verlening van de specifieke uitkering. De minister kan deze termijn eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen.
3. De verleningsbeschikking vermeldt:
a. welke projecten worden uitgevoerd en hoeveel woonruimten daarmee worden gerealiseerd;
b. het bedrag van de uitkering;
c. de wijze van verantwoording over de besteding van de uitkering, en
d. de wijze waarop kan worden aangetoond dat de projecten zijn uitgevoerd.
2. De minister neemt binnen acht weken na de sluitingsdatum van de aanvraagperiode voor woonruimten voor studentenhuisvesting een besluit over de verlening van de specifieke uitkering. De minister kan deze termijn eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen.
3. De verleningsbeschikking vermeldt:
a. welke projecten worden uitgevoerd en hoeveel woonruimten daarmee worden gerealiseerd;
b. het bedrag van de uitkering;
c. de wijze van verantwoording over de besteding van de uitkering, en
d. de wijze waarop kan worden aangetoond dat de projecten zijn uitgevoerd.