BWBR0046881
Geldig vanaf 2022-07-12
Artikel 7
Regeling specifieke uitkering additionele capaciteit voor toezicht en handhaving energiebesparing
1. De omgevingsdienst rapporteert uiterlijk op 1 april en 1 oktober van het desbetreffende kalenderjaar aan de minister over de voortgang van de in het projectplan opgenomen activiteiten.
2. De in het eerste lid genoemde rapportage omvat in ieder geval:
a. de in bijlage 1, onderdeel A, genoemde activiteiten, onderverdeeld naar: 1°. informatieplichtige bedrijven;
2°. onderzoeksplichtige (niet ETS) bedrijven; en
3°. EU ETS-deelnemers.
1°. informatieplichtige bedrijven;
2°. onderzoeksplichtige (niet ETS) bedrijven; en
3°. EU ETS-deelnemers.
b. het aantal uitgevoerde hercontroles op de energiebesparingsplicht onderverdeeld naar het aantal bedrijven per jaar, onderverdeeld naar: 1°. informatieplichtige bedrijven;
2°. onderzoeksplichtige (niet ETS) bedrijven; en
3°. EU ETS-deelnemers.
1°. informatieplichtige bedrijven;
2°. onderzoeksplichtige (niet ETS) bedrijven; en
3°. EU ETS-deelnemers.
c. het aantal geconstateerde overtredingen onderverdeeld in: 1°. gebouwmaatregelen;
2°. procesmaatregelen; en
3°. faciliteitmaatregelen.
1°. gebouwmaatregelen;
2°. procesmaatregelen; en
3°. faciliteitmaatregelen.
d. additioneel aangenomen fte ten opzichte van de nulsituatie; en
e. het aantal nog te bezoeken bedrijven op basis van het projectplan.
3. De rapportage, bedoeld in het tweede lid, wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat is geplaatst op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
4. Indien de rapportages, bedoeld in het tweede en derde lid, niet overeenkomen met de in het projectplan beoogde uitvoering van de activiteiten kan de minister hierover in overleg treden met de omgevingsdienst.
2. De in het eerste lid genoemde rapportage omvat in ieder geval:
a. de in bijlage 1, onderdeel A, genoemde activiteiten, onderverdeeld naar: 1°. informatieplichtige bedrijven;
2°. onderzoeksplichtige (niet ETS) bedrijven; en
3°. EU ETS-deelnemers.
1°. informatieplichtige bedrijven;
2°. onderzoeksplichtige (niet ETS) bedrijven; en
3°. EU ETS-deelnemers.
b. het aantal uitgevoerde hercontroles op de energiebesparingsplicht onderverdeeld naar het aantal bedrijven per jaar, onderverdeeld naar: 1°. informatieplichtige bedrijven;
2°. onderzoeksplichtige (niet ETS) bedrijven; en
3°. EU ETS-deelnemers.
1°. informatieplichtige bedrijven;
2°. onderzoeksplichtige (niet ETS) bedrijven; en
3°. EU ETS-deelnemers.
c. het aantal geconstateerde overtredingen onderverdeeld in: 1°. gebouwmaatregelen;
2°. procesmaatregelen; en
3°. faciliteitmaatregelen.
1°. gebouwmaatregelen;
2°. procesmaatregelen; en
3°. faciliteitmaatregelen.
d. additioneel aangenomen fte ten opzichte van de nulsituatie; en
e. het aantal nog te bezoeken bedrijven op basis van het projectplan.
3. De rapportage, bedoeld in het tweede lid, wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat is geplaatst op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
4. Indien de rapportages, bedoeld in het tweede en derde lid, niet overeenkomen met de in het projectplan beoogde uitvoering van de activiteiten kan de minister hierover in overleg treden met de omgevingsdienst.