BWBR0046881
Geldig vanaf 14-05-2026
Artikel 6
Regeling specifieke uitkering additionele capaciteit voor toezicht en handhaving energiebesparing
1. De omgevingsdienst draagt er zorg voor dat de specifieke uitkering uitsluitend aan de in het projectplan opgenomen activiteiten en in 2027 en 2028 wordt besteed.
2. De omgevingsdienst besteedt minimaal 65% van de verstrekte specifieke uitkering aan de activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1, onderdeel A.
3. De omgevingsdienst besteedt minimaal 5% van de verstrekte specifieke uitkering aan de activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1, onderdeel B.
4. De omgevingsdienst draagt er zorg voor dat de activiteiten, bedoeld in bijlage 1, onderdelen A en B, uitsluitend door werknemers in dienst bij een omgevingsdienst worden uitgevoerd.
5. De omgevingsdienst draagt er zorg voor dat de in het projectplan opgenomen activiteiten uiterlijk op 31 december 2028 zijn afgerond.
2. De omgevingsdienst besteedt minimaal 65% van de verstrekte specifieke uitkering aan de activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1, onderdeel A.
3. De omgevingsdienst besteedt minimaal 5% van de verstrekte specifieke uitkering aan de activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1, onderdeel B.
4. De omgevingsdienst draagt er zorg voor dat de activiteiten, bedoeld in bijlage 1, onderdelen A en B, uitsluitend door werknemers in dienst bij een omgevingsdienst worden uitgevoerd.
5. De omgevingsdienst draagt er zorg voor dat de in het projectplan opgenomen activiteiten uiterlijk op 31 december 2028 zijn afgerond.
- Wet
- Regeling specifieke uitkering additionele capaciteit voor toezicht en handhaving energiebesparing
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046881
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl