BWBR0046827
Geldig vanaf 2022-07-01
Artikel 4
Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2022
1. De specifieke uitkering bedraagt 93% van de kosten, bedoeld in bijlage 2, gedurende de subsidiabele periode, verminderd met 100% van de gerealiseerde opbrengsten in de subsidiabele periode die in de berekening van de beschikbaarheidsvergoeding worden meegenomen, bedoeld in bijlage 3.
2. Indien bij de concessie waarvoor een aanvraag wordt ingediend over de subsidiabele periode een positief resultaat is behaald, wordt het meerdere boven nul in mindering gebracht op de specifieke uitkering.
3. De specifieke uitkering kan op aanvraag van de ontvanger worden verhoogd indien bij de concessie waarvoor een aanvraag wordt ingediend in het jaar 2019 een zuivere winstmarge van 2% of minder is gerealiseerd. Indien een concessiecontract op of later dan 1 januari 2019 in werking is getreden, is de zuivere winstmarge van de meest actuele begroting de toetssteen.
4. De verhoging bedraagt twee procentpunt.
5. Bij de berekening van het resultaat, bedoeld in het tweede lid, worden ten aanzien van de gerealiseerde kosten en opbrengsten in de subsidiabele periode, buiten aanmerking gelaten:
a. kosten en opbrengsten die geen betrekking hebben op het regionaal openbaar vervoer als overeengekomen in de vervoersconcessie;
b. kosten en opbrengsten van activiteiten als overeengekomen in de vervoersconcessie waarbij sprake is van 100% bekostiging door de ontvanger;
c. prestatieafhankelijke bijdrages overeengekomen in de vervoersconcessie;
d. ontslagvergoedingen aan de raad van bestuur van een Nederlandse entiteit die belast is met de uitvoering van de concessies voor het openbaar vervoer in Nederland, of ontslagvergoedingen aan personeel die gerelateerd zijn aan een reorganisatie als gevolg van COVID-19; en
e. een eventuele aanvullende uitkering door een ontvanger ter compensatie van weggevallen reizigersopbrengsten als gevolg van COVID-19.
2. Indien bij de concessie waarvoor een aanvraag wordt ingediend over de subsidiabele periode een positief resultaat is behaald, wordt het meerdere boven nul in mindering gebracht op de specifieke uitkering.
3. De specifieke uitkering kan op aanvraag van de ontvanger worden verhoogd indien bij de concessie waarvoor een aanvraag wordt ingediend in het jaar 2019 een zuivere winstmarge van 2% of minder is gerealiseerd. Indien een concessiecontract op of later dan 1 januari 2019 in werking is getreden, is de zuivere winstmarge van de meest actuele begroting de toetssteen.
4. De verhoging bedraagt twee procentpunt.
5. Bij de berekening van het resultaat, bedoeld in het tweede lid, worden ten aanzien van de gerealiseerde kosten en opbrengsten in de subsidiabele periode, buiten aanmerking gelaten:
a. kosten en opbrengsten die geen betrekking hebben op het regionaal openbaar vervoer als overeengekomen in de vervoersconcessie;
b. kosten en opbrengsten van activiteiten als overeengekomen in de vervoersconcessie waarbij sprake is van 100% bekostiging door de ontvanger;
c. prestatieafhankelijke bijdrages overeengekomen in de vervoersconcessie;
d. ontslagvergoedingen aan de raad van bestuur van een Nederlandse entiteit die belast is met de uitvoering van de concessies voor het openbaar vervoer in Nederland, of ontslagvergoedingen aan personeel die gerelateerd zijn aan een reorganisatie als gevolg van COVID-19; en
e. een eventuele aanvullende uitkering door een ontvanger ter compensatie van weggevallen reizigersopbrengsten als gevolg van COVID-19.