BWBR0046787
Geldig vanaf 2022-06-24
Artikel 7
Beleidsregel ontheffingen Minister van EZK en Minister voor KE verbod artikel 5 duodecies Verordening (EU) nr 833/2014
1. Bij de beoordeling van aanvragen voor ontheffingen op grond van artikel 5 duodecies, tweede lid, onderdeel c, van Verordening (EU) nr. 833/2014 zal de minister invulling geven van de algemene uitgangspunten, genoemd in artikel 4, door in ieder geval te beoordelen in hoeverre de aanvrager zelf zich voldoende ingespannen heeft om alternatieve leveranciers, alternatieve concepten of substituten te vinden en ook een tijdhorizon heeft geïdentificeerd waarin een of meer alternatieven of substituten inzetbaar kunnen zijn en een plan heeft ontwikkeld om tot deze alternatieven te komen.
2. Indien de minister de overtuiging heeft dat de aanvrager zich voldoende heeft ingespannen om een of meer alternatieven of substituten te realiseren, kan de minister een ontheffing verlenen.
3. In afwijking van het eerste of tweede lid, kan de minister ook een ontheffing verlenen indien de aanvrager voldoende gemotiveerd kan onderbouwen dat op korte en middellange termijn geen alternatief of substituut aanwezig is of in de benodigde volumes.
2. Indien de minister de overtuiging heeft dat de aanvrager zich voldoende heeft ingespannen om een of meer alternatieven of substituten te realiseren, kan de minister een ontheffing verlenen.
3. In afwijking van het eerste of tweede lid, kan de minister ook een ontheffing verlenen indien de aanvrager voldoende gemotiveerd kan onderbouwen dat op korte en middellange termijn geen alternatief of substituut aanwezig is of in de benodigde volumes.