BWBR0046787
Geldig vanaf 2022-06-24
Artikel 4
Beleidsregel ontheffingen Minister van EZK en Minister voor KE verbod artikel 5 duodecies Verordening (EU) nr 833/2014
1. Ontheffingen worden terughoudend verleend.
2. Ontheffingen worden voor de duur van maximaal 1 jaar verleend, tenzij de aanvrager kan onderbouwen dat de aanvraag voor een ontheffing ingegeven is door een langdurige structurele afhankelijkheid. In dat geval kan een ontheffing voor langere duur worden verleend.
3. Na afloop van de duur van een verleende ontheffing, kan een nieuwe ontheffing worden aangevraagd.
4. Een verleende ontheffing ontslaat de aanvrager niet van een maximale inspanningsverplichting om gedurende de duur van de ontheffing op zoek te gaan naar alternatieven. Een gebrek aan een dergelijke inspanningen wordt meegewogen bij nieuwe ontheffingsaanvragen, bedoeld in het derde lid.
5. Bij de beoordeling van een aanvraag tot ontheffing wordt in ieder geval in overweging genomen of:
a. een essentieel product, een vitaal proces of een essentiële dienst wegvalt, verstoord dreigt raken of anderszins ernstig gevaar loopt door het wegvallen van de grondstof, product, dienst of levering;
b. er andere leveranciers zijn die dezelfde grondstof, hetzelfde product of dezelfde dienst of hetzelfde product kunnen leveren of daaraan gelijkwaardige equivalenten, of dat er andere alternatieve concepten inzetbaar zijn, zoals hergebruik, recycling of het gebruik van alternatieve grondstoffen, producten of diensten; of
c. de aanvrager een aanbestedingsprocedure heeft doorlopen om te bevestigen dat er geen andere potentiële inschrijvers zijn die de dienst of het product tegen non-prohibitieve voorwaarden aanbieden.
6. Bij de beoordeling van een aanvraag tot ontheffing die betrekking heeft op een voorgenomen gunning of voorzetting van een gesanctioneerde opdracht waarbij niet direct aan een Russische entiteit is of wordt gegund, maar wel meer dan 10% van de waarde van de gesanctioneerde opdracht wordt vertegenwoordigd door onderaannemers, leveranciers of entiteiten die wel kwalificeren als Russische entiteiten, dient de aanvrager aan te tonen dat hij alles binnen de geldende wet- en regelgeving in het werk heeft gesteld om met de betrokken inschrijver of contractspartner tot een oplossing te komen om het aandeel van de Russische entiteiten zo laag mogelijk te houden of door alternatieve leveranciers of onderaannemers te zoeken.
7. Ontheffingen kunnen door de minister ambtshalve worden herzien of beperkt, indien wijzigingen van Verordening (EU) nr. 833/2014 daartoe aanleiding geven.
8. Een ontheffing wordt door de minister ingetrokken indien de voorgenomen gunning of voortzetting van een gesanctioneerde opdracht ziet op een Russische entiteit die na de verlening van de ontheffing is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 269/2014 waardoor de tegoeden en economische middelen van deze Russische entiteit bevroren zijn.
2. Ontheffingen worden voor de duur van maximaal 1 jaar verleend, tenzij de aanvrager kan onderbouwen dat de aanvraag voor een ontheffing ingegeven is door een langdurige structurele afhankelijkheid. In dat geval kan een ontheffing voor langere duur worden verleend.
3. Na afloop van de duur van een verleende ontheffing, kan een nieuwe ontheffing worden aangevraagd.
4. Een verleende ontheffing ontslaat de aanvrager niet van een maximale inspanningsverplichting om gedurende de duur van de ontheffing op zoek te gaan naar alternatieven. Een gebrek aan een dergelijke inspanningen wordt meegewogen bij nieuwe ontheffingsaanvragen, bedoeld in het derde lid.
5. Bij de beoordeling van een aanvraag tot ontheffing wordt in ieder geval in overweging genomen of:
a. een essentieel product, een vitaal proces of een essentiële dienst wegvalt, verstoord dreigt raken of anderszins ernstig gevaar loopt door het wegvallen van de grondstof, product, dienst of levering;
b. er andere leveranciers zijn die dezelfde grondstof, hetzelfde product of dezelfde dienst of hetzelfde product kunnen leveren of daaraan gelijkwaardige equivalenten, of dat er andere alternatieve concepten inzetbaar zijn, zoals hergebruik, recycling of het gebruik van alternatieve grondstoffen, producten of diensten; of
c. de aanvrager een aanbestedingsprocedure heeft doorlopen om te bevestigen dat er geen andere potentiële inschrijvers zijn die de dienst of het product tegen non-prohibitieve voorwaarden aanbieden.
6. Bij de beoordeling van een aanvraag tot ontheffing die betrekking heeft op een voorgenomen gunning of voorzetting van een gesanctioneerde opdracht waarbij niet direct aan een Russische entiteit is of wordt gegund, maar wel meer dan 10% van de waarde van de gesanctioneerde opdracht wordt vertegenwoordigd door onderaannemers, leveranciers of entiteiten die wel kwalificeren als Russische entiteiten, dient de aanvrager aan te tonen dat hij alles binnen de geldende wet- en regelgeving in het werk heeft gesteld om met de betrokken inschrijver of contractspartner tot een oplossing te komen om het aandeel van de Russische entiteiten zo laag mogelijk te houden of door alternatieve leveranciers of onderaannemers te zoeken.
7. Ontheffingen kunnen door de minister ambtshalve worden herzien of beperkt, indien wijzigingen van Verordening (EU) nr. 833/2014 daartoe aanleiding geven.
8. Een ontheffing wordt door de minister ingetrokken indien de voorgenomen gunning of voortzetting van een gesanctioneerde opdracht ziet op een Russische entiteit die na de verlening van de ontheffing is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 269/2014 waardoor de tegoeden en economische middelen van deze Russische entiteit bevroren zijn.