BWBR0046687
Geldig vanaf 2022-05-24
Artikel 16
Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen intelligente verkeersregelinstallaties
1. De minister stelt de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin alle activiteiten waarvoor de uitkering is verleend, volledig zijn uitgevoerd en volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 14, ambtshalve vast.
2. De vaststelling vindt plaats op basis van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
3. De specifieke uitkering kan lager worden vastgesteld indien:
a. de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
b. de ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de specifieke uitkering verbonden verplichtingen;
c. de ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering zou hebben geleid; of
d. de verlening van een specifieke uitkering anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.
2. De vaststelling vindt plaats op basis van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
3. De specifieke uitkering kan lager worden vastgesteld indien:
a. de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
b. de ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de specifieke uitkering verbonden verplichtingen;
c. de ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering zou hebben geleid; of
d. de verlening van een specifieke uitkering anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.