BWBR0046639
Geldig vanaf 2022-07-01
Artikel 14
Tijdelijke subsidieregeling innovaties voor waterveiligheid en waterzekerheid buitenlandse delta’s, deltasteden en stroomgebieden
1. De subsidieverdeling vindt plaats aan de hand van een separate rangschikking van de aanvragen voor haalbaarheidsstudies en van de aanvragen voor pilotprojecten die voor subsidieverstrekking in aanmerking komen, te beginnen met de hoogst gerangschikte haalbaarheidsstudie respectievelijk het hoogst gerangschikte pilotproject.
2. De minister rangschikt de aanvragen voor subsidie voor haalbaarheidsstudies die voor subsidie in aanmerking komen op basis van de volgende rangschikkingscriteria:
a. de mate waarin de haalbaarheidsstudie een overtuigende strategie weergeeft voor het implementeren van de innovatie in een vervolgfase, met een duidelijke potentiële bijdrage aan waterveiligheid en waterzekerheid;
b. de mate waarin de haalbaarheidsstudie innovatieve kennis en kunde op het gebied van waterveiligheid en waterzekerheid van in Nederland of in het buitenland gevestigde partijen ontsluit;
c. de mate waarin de haalbaarheidsstudie passend en mogelijk is binnen de lokale institutionele, sociale, culturele en economische context, overtuigend aansluit bij een lokale behoefte, aansluit of aanvullend is op lokale wetgeving en beleid, en steun heeft van lokale partijen;
d. de mate waarin de innovatie kwalitatief goed, betaalbaar en toepasbaar is met lokaal aanwezige kennis en mogelijkheden;
e. de mate waarin op aantoonbare wijze de risico’s van activiteiten van de haalbaarheidsstudie voor klimaat en milieu worden gemitigeerd, en de mate waarin de studie bijdraagt aan een van de volgende sub-criteria: 1° klimaat;
2° circulariteit; of
3° biodiversiteit en ecosystemen;
1° klimaat;
2° circulariteit; of
3° biodiversiteit en ecosystemen;
f. de mate waarin de samenwerking tussen Nederlandse partijen en tussen Nederlandse en lokale partijen van meerwaarde is voor de uitvoering van de haalbaarheidsstudie in technische, institutionele dan wel inhoudelijke zin; en
g. de mate waarin de aanvraag een heldere probleemanalyse, transparante begroting, risicoanalyse met inbegrip van een IMVO-risicoanalyse, en een duidelijk gedefinieerde activiteiten- en resultaatsplanning heeft.
3. De minister rangschikt de aanvragen voor pilotprojecten die voor subsidie in aanmerking komen op basis van de volgende rangschikkingscriteria:
a. de mate waarin het pilotproject een overtuigende strategie weergeeft voor het bereiken van een grotere waterveiligheid en waterzekerheid voor mens, plant en dier; en
b. de rangschikkingscriteria, genoemd in het tweede lid, onderdelen b tot en met g, waarbij voor haalbaarheidsstudie wordt gelezen ‘pilotproject’.
4. Aan de rangschikkingscriteria, genoemd in het tweede en derde lid, worden punten toegekend, waarop de wegingsfactoren worden toegepast als vermeld in de tabel opgenomen in bijlage 2bij deze regeling, hetgeen leidt tot een totaal aantal punten van maximaal 100.
5. Indien twee of meer aanvragen voor haalbaarheidsstudies respectievelijk voor pilotprojecten op dezelfde plaats in de rangschikking terechtkomen en deze plaats samenvalt met het op grond van de artikelen 4en 5voor die haalbaarheidsstudies respectievelijk voor die pilotprojecten beschikbare deel van het subsidieplafond, wordt door middel van loting de definitieve plaats in de rangschikking bepaald.
2. De minister rangschikt de aanvragen voor subsidie voor haalbaarheidsstudies die voor subsidie in aanmerking komen op basis van de volgende rangschikkingscriteria:
a. de mate waarin de haalbaarheidsstudie een overtuigende strategie weergeeft voor het implementeren van de innovatie in een vervolgfase, met een duidelijke potentiële bijdrage aan waterveiligheid en waterzekerheid;
b. de mate waarin de haalbaarheidsstudie innovatieve kennis en kunde op het gebied van waterveiligheid en waterzekerheid van in Nederland of in het buitenland gevestigde partijen ontsluit;
c. de mate waarin de haalbaarheidsstudie passend en mogelijk is binnen de lokale institutionele, sociale, culturele en economische context, overtuigend aansluit bij een lokale behoefte, aansluit of aanvullend is op lokale wetgeving en beleid, en steun heeft van lokale partijen;
d. de mate waarin de innovatie kwalitatief goed, betaalbaar en toepasbaar is met lokaal aanwezige kennis en mogelijkheden;
e. de mate waarin op aantoonbare wijze de risico’s van activiteiten van de haalbaarheidsstudie voor klimaat en milieu worden gemitigeerd, en de mate waarin de studie bijdraagt aan een van de volgende sub-criteria: 1° klimaat;
2° circulariteit; of
3° biodiversiteit en ecosystemen;
1° klimaat;
2° circulariteit; of
3° biodiversiteit en ecosystemen;
f. de mate waarin de samenwerking tussen Nederlandse partijen en tussen Nederlandse en lokale partijen van meerwaarde is voor de uitvoering van de haalbaarheidsstudie in technische, institutionele dan wel inhoudelijke zin; en
g. de mate waarin de aanvraag een heldere probleemanalyse, transparante begroting, risicoanalyse met inbegrip van een IMVO-risicoanalyse, en een duidelijk gedefinieerde activiteiten- en resultaatsplanning heeft.
3. De minister rangschikt de aanvragen voor pilotprojecten die voor subsidie in aanmerking komen op basis van de volgende rangschikkingscriteria:
a. de mate waarin het pilotproject een overtuigende strategie weergeeft voor het bereiken van een grotere waterveiligheid en waterzekerheid voor mens, plant en dier; en
b. de rangschikkingscriteria, genoemd in het tweede lid, onderdelen b tot en met g, waarbij voor haalbaarheidsstudie wordt gelezen ‘pilotproject’.
4. Aan de rangschikkingscriteria, genoemd in het tweede en derde lid, worden punten toegekend, waarop de wegingsfactoren worden toegepast als vermeld in de tabel opgenomen in bijlage 2bij deze regeling, hetgeen leidt tot een totaal aantal punten van maximaal 100.
5. Indien twee of meer aanvragen voor haalbaarheidsstudies respectievelijk voor pilotprojecten op dezelfde plaats in de rangschikking terechtkomen en deze plaats samenvalt met het op grond van de artikelen 4en 5voor die haalbaarheidsstudies respectievelijk voor die pilotprojecten beschikbare deel van het subsidieplafond, wordt door middel van loting de definitieve plaats in de rangschikking bepaald.