BWBR0046493
Geldig vanaf 13-04-2023
Artikel 1.5
Regeling Talentontwikkeling
1. Het Fonds weigert subsidie als:
a. voor dezelfde activiteiten al subsidie is of zal worden verleend: 1° door het Fonds;
2° door een van de andere rijkscultuurfondsen;
3° op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid; of
4° op grond van de Erfgoedwet,
1° door het Fonds;
2° door een van de andere rijkscultuurfondsen;
3° op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid; of
4° op grond van de Erfgoedwet,
b. de activiteiten of projecten waarvoor subsidie wordt gevraagd op het moment van de aanvraag al worden uitgevoerd;
c. de aanvraag is ingediend door een uitgeverij of een omroeporganisatie;
d. de aanvraag onvoldoende aansluit bij het doel van de regeling;
e. de aanvraag is ingediend door een onderwijsinstelling; of
f. de aanvrager een rechtspersoon is die niet voldoet aan de verplichtingen ten aanzien van de Governance Code Cultuur, zoals bedoeld in artikel 1.7, vijfde lid.
2. Het Fonds weigert subsidie aan derden als die in opdracht werken van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet aanmerking komen voor een subsidie.
3. Het Fonds kan subsidie weigeren als aanvragers in de jaren voorafgaand aan de aanvraag subsidie van het Fonds hebben ontvangen en toen niet, of niet helemaal, hebben voldaan aan de subsidieverplichtingen.
4. Het Fonds kan subsidie weigeren met een gegronde reden om aan te nemen dat:
a. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
b. de aanvrager niet zal voldoen aan de subsidieverplichtingen;
c. de aanvrager niet voldoende verantwoording zal afleggen over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten die van belang zijn om de subsidie vast te stellen;
d. de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; of
e. de aanvrager failliet verklaard of redelijkerwijs te verwachten is dat dat binnenkort gebeurt.
5. Het Fonds kan in de hierna volgende hoofdstukken afwijkende weigeringsgronden opnemen.
a. voor dezelfde activiteiten al subsidie is of zal worden verleend: 1° door het Fonds;
2° door een van de andere rijkscultuurfondsen;
3° op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid; of
4° op grond van de Erfgoedwet,
1° door het Fonds;
2° door een van de andere rijkscultuurfondsen;
3° op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid; of
4° op grond van de Erfgoedwet,
b. de activiteiten of projecten waarvoor subsidie wordt gevraagd op het moment van de aanvraag al worden uitgevoerd;
c. de aanvraag is ingediend door een uitgeverij of een omroeporganisatie;
d. de aanvraag onvoldoende aansluit bij het doel van de regeling;
e. de aanvraag is ingediend door een onderwijsinstelling; of
f. de aanvrager een rechtspersoon is die niet voldoet aan de verplichtingen ten aanzien van de Governance Code Cultuur, zoals bedoeld in artikel 1.7, vijfde lid.
2. Het Fonds weigert subsidie aan derden als die in opdracht werken van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet aanmerking komen voor een subsidie.
3. Het Fonds kan subsidie weigeren als aanvragers in de jaren voorafgaand aan de aanvraag subsidie van het Fonds hebben ontvangen en toen niet, of niet helemaal, hebben voldaan aan de subsidieverplichtingen.
4. Het Fonds kan subsidie weigeren met een gegronde reden om aan te nemen dat:
a. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
b. de aanvrager niet zal voldoen aan de subsidieverplichtingen;
c. de aanvrager niet voldoende verantwoording zal afleggen over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten die van belang zijn om de subsidie vast te stellen;
d. de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; of
e. de aanvrager failliet verklaard of redelijkerwijs te verwachten is dat dat binnenkort gebeurt.
5. Het Fonds kan in de hierna volgende hoofdstukken afwijkende weigeringsgronden opnemen.
- Citeren als
- Art. 1.5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046493
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl