BWBR0046477
Geldig vanaf 2023-01-01
Artikel 3.1
Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik
1. Een producent of importeur dekt de kosten, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onderdeel b, en 5, eerste lid, van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruiken in artikel 15f, derde lid, van het Besluit beheer verpakkingen 2014, over een peiljaar, door voor elk door hem in het peiljaar in de handel gebrachte kunststofproduct, genoemd in de bijlage, deel E, bij de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik, een bijdrage te betalen aan een door de Minister aangewezen organisatie.
2. De Minister stelt de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, vast. De hoogte van de bijdragen wordt voor elke kunststofproductsoort, genoemd in de bijlage, deel E, bij de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik, bepaald. De hoogte van de bijdrage bedraagt het kostenaandeel zwerfafval per kunststofproductsoort, gedeeld door het aantal in de handel gebrachte kunststofproducten van die soort, rekening houdend met een jaarlijkse indexatie op basis van de consumentenprijsindex.
3. Het kostenaandeel zwerfafval kunststofproducten per kunststofproductsoort, bedoeld in het tweede lid, wordt door de Minister vastgesteld op basis van een, ten minste vierjaarlijks, kostenonderzoek, waarbij rekening wordt gehouden met een jaarlijkse onderzoek naar het aandeel in het zwerfafval kunststofproducten in het zwerfafval en in ieder geval de volgende kostencomponenten:
a. opruimmodaliteit, waaronder in ieder geval onderscheiden handmatig en machinaal;
b. transport- en verwerkingskosten;
c. kosten ter ondersteuning van burgerparticipatie en participatie door vrijwilligersorganisaties bij het inzamelen;
d. uitvoeringkosten van de door de Minister aangewezen organisatie, bedoeld in het eerste lid;
e. indien het een kunststofproductsoort betreft die genoemd is in de bijlage, deel E, onder III, bij de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik, het beheer van openbare inzamelingsystemen voor het afval van die kunststofproductensoort; en
f. bewustmakingsmaatregelen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik.
4. De Minister stelt jaarlijks voor 1 juni in het kalenderjaar na het peiljaar de hoogte van de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, vast.
5. De bijdragen, bedoeld in het eerste lid, worden uiterlijk voor 1 september van het kalenderjaar na het peiljaar betaald.
6. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien:
a. een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid een afvalbeheerbijdrage int voor een kunststofproductsoort, genoemd in de bijlage, deel E, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik op grond van een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage als bedoeld in artikel 15.36 van de wet; en
b. de te innen afvalbeheerbijdrage ten minste het door de Minister vastgestelde kostenaandeel zwerfafval kunststofproducten als bedoeld in het tweede lid, voor een kunststofproductsoort bedraagt.
2. De Minister stelt de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, vast. De hoogte van de bijdragen wordt voor elke kunststofproductsoort, genoemd in de bijlage, deel E, bij de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik, bepaald. De hoogte van de bijdrage bedraagt het kostenaandeel zwerfafval per kunststofproductsoort, gedeeld door het aantal in de handel gebrachte kunststofproducten van die soort, rekening houdend met een jaarlijkse indexatie op basis van de consumentenprijsindex.
3. Het kostenaandeel zwerfafval kunststofproducten per kunststofproductsoort, bedoeld in het tweede lid, wordt door de Minister vastgesteld op basis van een, ten minste vierjaarlijks, kostenonderzoek, waarbij rekening wordt gehouden met een jaarlijkse onderzoek naar het aandeel in het zwerfafval kunststofproducten in het zwerfafval en in ieder geval de volgende kostencomponenten:
a. opruimmodaliteit, waaronder in ieder geval onderscheiden handmatig en machinaal;
b. transport- en verwerkingskosten;
c. kosten ter ondersteuning van burgerparticipatie en participatie door vrijwilligersorganisaties bij het inzamelen;
d. uitvoeringkosten van de door de Minister aangewezen organisatie, bedoeld in het eerste lid;
e. indien het een kunststofproductsoort betreft die genoemd is in de bijlage, deel E, onder III, bij de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik, het beheer van openbare inzamelingsystemen voor het afval van die kunststofproductensoort; en
f. bewustmakingsmaatregelen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik.
4. De Minister stelt jaarlijks voor 1 juni in het kalenderjaar na het peiljaar de hoogte van de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, vast.
5. De bijdragen, bedoeld in het eerste lid, worden uiterlijk voor 1 september van het kalenderjaar na het peiljaar betaald.
6. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien:
a. een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid een afvalbeheerbijdrage int voor een kunststofproductsoort, genoemd in de bijlage, deel E, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik op grond van een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage als bedoeld in artikel 15.36 van de wet; en
b. de te innen afvalbeheerbijdrage ten minste het door de Minister vastgestelde kostenaandeel zwerfafval kunststofproducten als bedoeld in het tweede lid, voor een kunststofproductsoort bedraagt.