BWBR0046344
Geldig vanaf 2022-02-26
Artikel 8
Tijdelijke regeling aanvullende subsidie evenementen COVID-19
1. De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
a. de te verlenen subsidie minder dan € 2.500 zou bedragen;
b. de aanvrager in aanmerking komt, of zou zijn gekomen, voor subsidie op grond van de Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19;
c. voor een evenement waarvoor een evenementenvergunning was vereist de benodigde vergunning niet is verleend, tenzij wordt aangetoond dat het voor de vergunningverlening bevoegde gezag wel een vergunning zou hebben afgegeven wanneer er geen evenementenverbod had gegolden of was aangekondigd; of
d. voor een evenement waarvoor een melding was vereist bij het bevoegde gezag, geen melding is gedaan en niet wordt aangetoond dat het bevoegde gezag geen bezwaar zou hebben gehad tegen de organisatie van het evenement wanneer er geen evenementenverbod had gegolden of was aangekondigd.
2. De afwijzingsgronden, bedoeld in artikel 23, onderdelen a en e, van het Kaderbesluitzijn van toepassing, met dien verstande dat daarbij het risico op annulering als gevolg van een evenementenverbod buiten beschouwing wordt gelaten.
a. de te verlenen subsidie minder dan € 2.500 zou bedragen;
b. de aanvrager in aanmerking komt, of zou zijn gekomen, voor subsidie op grond van de Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19;
c. voor een evenement waarvoor een evenementenvergunning was vereist de benodigde vergunning niet is verleend, tenzij wordt aangetoond dat het voor de vergunningverlening bevoegde gezag wel een vergunning zou hebben afgegeven wanneer er geen evenementenverbod had gegolden of was aangekondigd; of
d. voor een evenement waarvoor een melding was vereist bij het bevoegde gezag, geen melding is gedaan en niet wordt aangetoond dat het bevoegde gezag geen bezwaar zou hebben gehad tegen de organisatie van het evenement wanneer er geen evenementenverbod had gegolden of was aangekondigd.
2. De afwijzingsgronden, bedoeld in artikel 23, onderdelen a en e, van het Kaderbesluitzijn van toepassing, met dien verstande dat daarbij het risico op annulering als gevolg van een evenementenverbod buiten beschouwing wordt gelaten.