BWBR0046320
Geldig vanaf 2022-02-18
Artikel 1.2
Subsidieregeling gender- en LHBTI+-gelijkheid 2022–2027
1. Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.
2. Onverminderd artikel 1.7 van de Kaderregelingverstrekt de minister bij projectsubsidies op grond van hoofdstuk 3van deze regeling subsidie voor loonkosten op basis van een maximaal uurtarief, waarbij:
a. het maximale uurtarief overeenkomt met het kostendekkende tarief per uur van schaal 13 voor de integrale loonkosten in de Handleiding Overheidstarieven van het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag is ontvangen; en
b. de minister van het maximale uurtarief kan afwijken indien toepassing van het maximale uurtarief gelet op de aard van het uurtarief en de aard van de functie tot een evident onredelijke uitkomst zou leiden.
Bij nieuwe aanvragen voor projectsubsidies zal een gedifferentieerd uurtarief per categorie medewerker/ functieniveau een vereiste zijn.
3. In afwijking van artikel 4.1 van de Kaderregelingbesluit de minister op een aanvraag voor alliantiesubsidie overeenkomstig de termijnen, genoemd in de artikelen 2.5en 2.6.
4. In afwijking van artikel 8.1 van de Kaderregelingwordt subsidie op grond van hoofdstukken 2en 3van deze regeling voor vijf boekjaren tezamen verleend en over vijf boekjaren tegelijk vastgesteld.
2. Onverminderd artikel 1.7 van de Kaderregelingverstrekt de minister bij projectsubsidies op grond van hoofdstuk 3van deze regeling subsidie voor loonkosten op basis van een maximaal uurtarief, waarbij:
a. het maximale uurtarief overeenkomt met het kostendekkende tarief per uur van schaal 13 voor de integrale loonkosten in de Handleiding Overheidstarieven van het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag is ontvangen; en
b. de minister van het maximale uurtarief kan afwijken indien toepassing van het maximale uurtarief gelet op de aard van het uurtarief en de aard van de functie tot een evident onredelijke uitkomst zou leiden.
Bij nieuwe aanvragen voor projectsubsidies zal een gedifferentieerd uurtarief per categorie medewerker/ functieniveau een vereiste zijn.
3. In afwijking van artikel 4.1 van de Kaderregelingbesluit de minister op een aanvraag voor alliantiesubsidie overeenkomstig de termijnen, genoemd in de artikelen 2.5en 2.6.
4. In afwijking van artikel 8.1 van de Kaderregelingwordt subsidie op grond van hoofdstukken 2en 3van deze regeling voor vijf boekjaren tezamen verleend en over vijf boekjaren tegelijk vastgesteld.