BWBR0046257
Geldig vanaf 2022-02-01
Artikel 22
Regeling bescherming koopvaardij
1. Onverminderd de artikelen 3:4, 5.41en 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht, houden de toezichthoudende ambtenaren bij het vaststellen van een bestuurlijke boete in ieder geval rekening met de volgende omstandigheden, voor zover die van toepassing zijn:
a. de ernst en de duur van de overtreding;
b. de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten;
c. de afwezigheid van eerdere overtredingen van de overtreder van de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften;
d. de mate waarin de overtreder meewerkt bij het vaststellen van de overtreding;
e. de maatregelen die de overtreder na de overtreding heeft genomen om herhaling van de overtreding te voorkomen.
2. De toezichthoudende ambtenaren verlagen het boetebedrag met een evenredig percentage indien de omstandigheden, genoemd in het eerste lid, een dergelijke verlaging rechtvaardigen.
a. de ernst en de duur van de overtreding;
b. de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten;
c. de afwezigheid van eerdere overtredingen van de overtreder van de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften;
d. de mate waarin de overtreder meewerkt bij het vaststellen van de overtreding;
e. de maatregelen die de overtreder na de overtreding heeft genomen om herhaling van de overtreding te voorkomen.
2. De toezichthoudende ambtenaren verlagen het boetebedrag met een evenredig percentage indien de omstandigheden, genoemd in het eerste lid, een dergelijke verlaging rechtvaardigen.