BWBR0046257
Geldig vanaf 2022-02-01
Artikel 17
Regeling bescherming koopvaardij
1. Onverminderd hetgeen bij of krachtens de artikelen 6, 9, 11en 12 van de wetis bepaald heeft de teamleider tot taak:
a. het uitoefenen van de operationele leiding over de overige leden van het beveiligingsteam bij de uitvoering van de maritieme beveiligingswerkzaamheden;
b. het uitoefenen van het toezicht op en de controle over de overige leden van het beveiligingsteam;
c. het fungeren als tussenpersoon tussen het beveiligingsteam en de kapitein;
d. het fungeren als tussenpersoon tussen de vergunninghouder en de kapitein;
e. het verstrekken van een opdrachtafhankelijke procedurehandleiding aan de overige leden van het beveiligingsteam;
f. het adviseren van de kapitein over te treffen veiligheidsmaatregelen aan boord van het schip die niet het gebruik van geweldsmiddelen betreffen;
g. het functioneel beheer van de geweldsmiddelen en de uitrusting van het beveiligingsteam;
h. het toezien op het juiste gebruik en het functioneren van de camera en microfoon door het particulier maritiem beveiligingspersoneel;
i. het leidinggeven aan het gezamenlijk oefenen van het beveiligingsteam met de bemanning van de maritieme beveiligingswerkzaamheden gericht op de bescherming tegen piraterij indien de kapitein daartoe de opdracht geeft;
j. het toezien op de veiligheid, het welzijn en het gedrag van de overige leden van het beveiligingsteam.
2. De teamleider verricht voorafgaand aan het embarkeren in ieder geval de volgende handelingen:
a. het informeren van de overige leden van het beveiligingsteam over de procedurehandleiding en geweldsinstructie;
b. het laten ondertekenen van de overige leden van het beveiligingsteam van een verklaring waaruit blijkt dat de leden van het beveiligingsteam op de hoogte zijn van de inhoud van de procedurehandleiding en geweldsinstructie;
c. de controle op de geweldsmiddelen en uitrusting van de leden van het beveiligingsteam;
d. het verrichten van een oefening van het beveiligingsteam, in het bijzonder in het gebruik van geweldsmiddelen en
e. het aanwijzen van een lid van het beveiligingsteam als team medic.
a. het uitoefenen van de operationele leiding over de overige leden van het beveiligingsteam bij de uitvoering van de maritieme beveiligingswerkzaamheden;
b. het uitoefenen van het toezicht op en de controle over de overige leden van het beveiligingsteam;
c. het fungeren als tussenpersoon tussen het beveiligingsteam en de kapitein;
d. het fungeren als tussenpersoon tussen de vergunninghouder en de kapitein;
e. het verstrekken van een opdrachtafhankelijke procedurehandleiding aan de overige leden van het beveiligingsteam;
f. het adviseren van de kapitein over te treffen veiligheidsmaatregelen aan boord van het schip die niet het gebruik van geweldsmiddelen betreffen;
g. het functioneel beheer van de geweldsmiddelen en de uitrusting van het beveiligingsteam;
h. het toezien op het juiste gebruik en het functioneren van de camera en microfoon door het particulier maritiem beveiligingspersoneel;
i. het leidinggeven aan het gezamenlijk oefenen van het beveiligingsteam met de bemanning van de maritieme beveiligingswerkzaamheden gericht op de bescherming tegen piraterij indien de kapitein daartoe de opdracht geeft;
j. het toezien op de veiligheid, het welzijn en het gedrag van de overige leden van het beveiligingsteam.
2. De teamleider verricht voorafgaand aan het embarkeren in ieder geval de volgende handelingen:
a. het informeren van de overige leden van het beveiligingsteam over de procedurehandleiding en geweldsinstructie;
b. het laten ondertekenen van de overige leden van het beveiligingsteam van een verklaring waaruit blijkt dat de leden van het beveiligingsteam op de hoogte zijn van de inhoud van de procedurehandleiding en geweldsinstructie;
c. de controle op de geweldsmiddelen en uitrusting van de leden van het beveiligingsteam;
d. het verrichten van een oefening van het beveiligingsteam, in het bijzonder in het gebruik van geweldsmiddelen en
e. het aanwijzen van een lid van het beveiligingsteam als team medic.