BWBR0046228
Geldig vanaf 13-04-2023
Artikel 4.4
Regeling Vernieuwen van cultuurmaken
1. Culturele instellingen met een programmeer- of podiumfunctie kunnen onder meer subsidie aanvragen voor:
a. het door communitybuilding in beweging brengen van en samenwerking stimuleren met de community van cultuurmakers;
b. het delen van het eigenaarschap van de programmering om zo de podiumfunctie te democratiseren door middel van co-creatie;
c. de ontwikkeling van hun werkwijze en activiteiten om MeeMaakPodium te worden;
d. borging en verduurzaming van het delen van deze podiumfunctie in een vaste werkwijze;
e. het inrichten van nieuwe organisatievormen als podium, door middel van een interne organisatieverandering om MeeMaakPodium te worden en borging daarvan in het DNA van de organisatie.
2. De aanvraag kan gericht zijn op output, outcome of beide. De aanvrager beschrijft daarom in de aanvraag:
a. de output: de activiteiten die worden uitgevoerd, uitgedrukt in concrete opbrengsten; of
b. de outcome: de stappen die worden gezet om het gewenste doel te realiseren.
3. Het project:
a. start niet eerder dan dertien weken na het indienen van de aanvraag;
b. heeft een minimale looptijd van twee jaar en een maximale looptijd van drie jaar;
c. start binnen zes maanden na honorering van de aanvraag.
4. 4. Het Fonds kan in het subsidieverleningsbesluit beslissen om af te wijken van het derde lid, onderdeel a.
a. het door communitybuilding in beweging brengen van en samenwerking stimuleren met de community van cultuurmakers;
b. het delen van het eigenaarschap van de programmering om zo de podiumfunctie te democratiseren door middel van co-creatie;
c. de ontwikkeling van hun werkwijze en activiteiten om MeeMaakPodium te worden;
d. borging en verduurzaming van het delen van deze podiumfunctie in een vaste werkwijze;
e. het inrichten van nieuwe organisatievormen als podium, door middel van een interne organisatieverandering om MeeMaakPodium te worden en borging daarvan in het DNA van de organisatie.
2. De aanvraag kan gericht zijn op output, outcome of beide. De aanvrager beschrijft daarom in de aanvraag:
a. de output: de activiteiten die worden uitgevoerd, uitgedrukt in concrete opbrengsten; of
b. de outcome: de stappen die worden gezet om het gewenste doel te realiseren.
3. Het project:
a. start niet eerder dan dertien weken na het indienen van de aanvraag;
b. heeft een minimale looptijd van twee jaar en een maximale looptijd van drie jaar;
c. start binnen zes maanden na honorering van de aanvraag.
4. 4. Het Fonds kan in het subsidieverleningsbesluit beslissen om af te wijken van het derde lid, onderdeel a.
- Citeren als
- Art. 4.4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046228
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl