BWBR0046228
Geldig vanaf 13-04-2023
Artikel 4.12
Regeling Vernieuwen van cultuurmaken
1. Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van drie criteria: inhoudelijke kwaliteit van het project in relatie tot het doel van dit hoofdstuk, organisatorische kwaliteit en de duurzame samenwerking met de community.
2. De inhoudelijke kwaliteit wordt beoordeeld op grond van de deelcriteria:
a. de visie van de instelling op het meemaken door de community;
b. wat betreft de instelling die de community al structureel betrekt bij de invulling van haar programmeer- of podiumfunctie, zoals bedoeld in artikel 4.3 onderdeel a, geldt dat ook wordt beschreven: 1° de resultaten van de ingezette verandering;
2° de interne omslag in de manier van werken die heeft plaatsgevonden en de plek die deze in de organisatie heeft gekregen;
3° de mate waarin meemakers al eigenaar zijn van de huidige meemaakactiviteiten; en
4° de wijze van borging en verankering, en eventuele kwesties waaraan de organisatie wil werken;
1° de resultaten van de ingezette verandering;
2° de interne omslag in de manier van werken die heeft plaatsgevonden en de plek die deze in de organisatie heeft gekregen;
3° de mate waarin meemakers al eigenaar zijn van de huidige meemaakactiviteiten; en
4° de wijze van borging en verankering, en eventuele kwesties waaraan de organisatie wil werken;
c. wat betreft de instelling die de community incidenteel of in beperkte mate betrekt bij de invulling van haar programmeer- of podiumfunctie, zoals bedoeld in artikel 4.3, onderdeel b, geldt dat ook wordt beschreven: 1° de verhouding tussen het meemaken en de rest van de programmering van het podium én het denken over kunst en cultuur in de cultuursector;
2° de aanpassingen aan haar interne organisatievorm om de nieuwe manier van werken te verankeren;
3° de manier waarop de instelling zorgt voor het benodigde interne draagvlak onder directie en uitvoerend personeel; en
4° de mate waarin de instelling de huidige manier van werken, verwachtingen en kaders wil loslaten bij het meemaken.
1° de verhouding tussen het meemaken en de rest van de programmering van het podium én het denken over kunst en cultuur in de cultuursector;
2° de aanpassingen aan haar interne organisatievorm om de nieuwe manier van werken te verankeren;
3° de manier waarop de instelling zorgt voor het benodigde interne draagvlak onder directie en uitvoerend personeel; en
4° de mate waarin de instelling de huidige manier van werken, verwachtingen en kaders wil loslaten bij het meemaken.
3. De organisatorische kwaliteit wordt beoordeeld op grond van de deelcriteria:
a. de helderheid en haalbaarheid van het projectplan en de doelstellingen;
b. de beschrijving van de activiteiten of uitwerking van het proces en de mate waarin die passen bij het doel van het project;
c. de mate waarin de begroting inclusief het dekkingsplan, inzichtelijk, redelijk en realistisch is;
d. de haalbaarheid van de planning, en de aandacht voor monitoring en evaluatie;
e. de beschrijving van de benodigde kennis en kunde om het plan te realiseren en de wijze waarop daarvoor wordt gezorgd; en
f. de visie op financiële verduurzaming van de meemaakactiviteiten en op voortzetting en financiering van deze manier van werken na wegvallen van de subsidie van het Fonds.
4. De duurzame samenwerking met community wordt beoordeeld op grond van de deelcriteria:
a. de beschrijving van de community, haar behoeften, en de wijze waarop de instelling daarop inspeelt in relatie tot het meemaken;
b. de maatregelen die de instelling treft voor doorontwikkeling en borging, om op langere termijn eigenaarschap te blijven delen;
c. wat betreft de instelling die de community structureel betrekt bij de invulling van haar programmeer- of podiumfunctie, zoals bedoeld in artikel 4.3, onderdeel a, geldt dat zij ook beschrijft in hoeverre het plan bijdraagt aan een hechter lokaal cultuurnetwerk; en
d. wat betreft de instelling die de community incidenteel of in beperkte mate betrekt bij de invulling van haar programmeer- of podiumfunctie, zoals bedoeld in artikel 4.3, onderdeel b, geldt dat zij ook beschrijft in hoeverre de inhoud van het meemaakproject in samenspraak met de community tot stand is gekomen.
5. Alleen aanvragen die voldoen aan alle beoordelingscriteria kunnen voor subsidie in aanmerking komen.
2. De inhoudelijke kwaliteit wordt beoordeeld op grond van de deelcriteria:
a. de visie van de instelling op het meemaken door de community;
b. wat betreft de instelling die de community al structureel betrekt bij de invulling van haar programmeer- of podiumfunctie, zoals bedoeld in artikel 4.3 onderdeel a, geldt dat ook wordt beschreven: 1° de resultaten van de ingezette verandering;
2° de interne omslag in de manier van werken die heeft plaatsgevonden en de plek die deze in de organisatie heeft gekregen;
3° de mate waarin meemakers al eigenaar zijn van de huidige meemaakactiviteiten; en
4° de wijze van borging en verankering, en eventuele kwesties waaraan de organisatie wil werken;
1° de resultaten van de ingezette verandering;
2° de interne omslag in de manier van werken die heeft plaatsgevonden en de plek die deze in de organisatie heeft gekregen;
3° de mate waarin meemakers al eigenaar zijn van de huidige meemaakactiviteiten; en
4° de wijze van borging en verankering, en eventuele kwesties waaraan de organisatie wil werken;
c. wat betreft de instelling die de community incidenteel of in beperkte mate betrekt bij de invulling van haar programmeer- of podiumfunctie, zoals bedoeld in artikel 4.3, onderdeel b, geldt dat ook wordt beschreven: 1° de verhouding tussen het meemaken en de rest van de programmering van het podium én het denken over kunst en cultuur in de cultuursector;
2° de aanpassingen aan haar interne organisatievorm om de nieuwe manier van werken te verankeren;
3° de manier waarop de instelling zorgt voor het benodigde interne draagvlak onder directie en uitvoerend personeel; en
4° de mate waarin de instelling de huidige manier van werken, verwachtingen en kaders wil loslaten bij het meemaken.
1° de verhouding tussen het meemaken en de rest van de programmering van het podium én het denken over kunst en cultuur in de cultuursector;
2° de aanpassingen aan haar interne organisatievorm om de nieuwe manier van werken te verankeren;
3° de manier waarop de instelling zorgt voor het benodigde interne draagvlak onder directie en uitvoerend personeel; en
4° de mate waarin de instelling de huidige manier van werken, verwachtingen en kaders wil loslaten bij het meemaken.
3. De organisatorische kwaliteit wordt beoordeeld op grond van de deelcriteria:
a. de helderheid en haalbaarheid van het projectplan en de doelstellingen;
b. de beschrijving van de activiteiten of uitwerking van het proces en de mate waarin die passen bij het doel van het project;
c. de mate waarin de begroting inclusief het dekkingsplan, inzichtelijk, redelijk en realistisch is;
d. de haalbaarheid van de planning, en de aandacht voor monitoring en evaluatie;
e. de beschrijving van de benodigde kennis en kunde om het plan te realiseren en de wijze waarop daarvoor wordt gezorgd; en
f. de visie op financiële verduurzaming van de meemaakactiviteiten en op voortzetting en financiering van deze manier van werken na wegvallen van de subsidie van het Fonds.
4. De duurzame samenwerking met community wordt beoordeeld op grond van de deelcriteria:
a. de beschrijving van de community, haar behoeften, en de wijze waarop de instelling daarop inspeelt in relatie tot het meemaken;
b. de maatregelen die de instelling treft voor doorontwikkeling en borging, om op langere termijn eigenaarschap te blijven delen;
c. wat betreft de instelling die de community structureel betrekt bij de invulling van haar programmeer- of podiumfunctie, zoals bedoeld in artikel 4.3, onderdeel a, geldt dat zij ook beschrijft in hoeverre het plan bijdraagt aan een hechter lokaal cultuurnetwerk; en
d. wat betreft de instelling die de community incidenteel of in beperkte mate betrekt bij de invulling van haar programmeer- of podiumfunctie, zoals bedoeld in artikel 4.3, onderdeel b, geldt dat zij ook beschrijft in hoeverre de inhoud van het meemaakproject in samenspraak met de community tot stand is gekomen.
5. Alleen aanvragen die voldoen aan alle beoordelingscriteria kunnen voor subsidie in aanmerking komen.
- Citeren als
- Art. 4.12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046228
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl