BWBR0046227
Geldig vanaf 26-04-2023
Artikel 1.5
Regeling Internationale Samenwerking 2022–2024
1. Het Fonds weigert subsidie als:
a. voor dezelfde activiteiten al subsidie is of zal worden verleend: 1° door het Fonds;
2° door een van de andere rijkscultuurfondsen;
3° op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid;
4° op grond van de Erfgoedwet;
b. de activiteiten of projecten waarvoor subsidie wordt gevraagd op het moment van de aanvraag al worden uitgevoerd;
c. de aanvraag gericht is op reguliere of terugkerende activiteiten of activiteiten die redelijkerwijs gefinancierd kunnen worden uit het reguliere budget van de aanvrager;
d. de aanvraag wordt ingediend door een uitgeverij of een omroeporganisatie;
e. de aanvraag onvoldoende aansluit bij het doel van de regeling;
f. de aanvraag is voor een seriële productie, waaronder een project dat niet eenmalig door één instelling of persoon wordt georganiseerd, maar een serie is van gelijksoortige producties, waardoor het unieke of experimentele karakter van het project niet meer aanwezig is; of
g de aanvraag wordt ingediend door een rechtspersoon die niet voldoet aan de verplichtingen ten aanzien van de Governance Code Cultuur, zoals bedoeld in artikel 1.7, vijfde lid.
1° door het Fonds;
2° door een van de andere rijkscultuurfondsen;
3° op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid;
4° op grond van de Erfgoedwet;
b. de activiteiten of projecten waarvoor subsidie wordt gevraagd op het moment van de aanvraag al worden uitgevoerd;
c. de aanvraag gericht is op reguliere of terugkerende activiteiten of activiteiten die redelijkerwijs gefinancierd kunnen worden uit het reguliere budget van de aanvrager;
d. de aanvraag wordt ingediend door een uitgeverij of een omroeporganisatie;
e. de aanvraag onvoldoende aansluit bij het doel van de regeling;
f. de aanvraag is voor een seriële productie, waaronder een project dat niet eenmalig door één instelling of persoon wordt georganiseerd, maar een serie is van gelijksoortige producties, waardoor het unieke of experimentele karakter van het project niet meer aanwezig is; of
g de aanvraag wordt ingediend door een rechtspersoon die niet voldoet aan de verplichtingen ten aanzien van de Governance Code Cultuur, zoals bedoeld in artikel 1.7, vijfde lid.
2. Het Fonds weigert subsidie als aanvragers in opdracht werken van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet aanmerking komen voor subsidie.
3. Het Fonds kan subsidie weigeren als aanvragers in de jaren voorafgaand aan de aanvraag subsidie van het Fonds hebben ontvangen en toen niet, of niet helemaal, hebben voldaan aan de subsidieverplichtingen.
4. Het Fonds kan subsidie weigeren als het een gegronde reden heeft om aan te nemen dat:
a. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
b. de aanvrager niet zal voldoen aan de subsidieverplichtingen;
c. de aanvrager niet voldoende verantwoording zal afleggen over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten die van belang om de subsidie vast te stellen;
d. de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;
e. de aanvrager failliet is verklaard of redelijkerwijs te verwachten is dat dat binnenkort gebeurt.
5. Het Fonds kan in de hierna volgende hoofdstukken afwijkende weigeringsgronden opnemen.
a. voor dezelfde activiteiten al subsidie is of zal worden verleend: 1° door het Fonds;
2° door een van de andere rijkscultuurfondsen;
3° op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid;
4° op grond van de Erfgoedwet;
b. de activiteiten of projecten waarvoor subsidie wordt gevraagd op het moment van de aanvraag al worden uitgevoerd;
c. de aanvraag gericht is op reguliere of terugkerende activiteiten of activiteiten die redelijkerwijs gefinancierd kunnen worden uit het reguliere budget van de aanvrager;
d. de aanvraag wordt ingediend door een uitgeverij of een omroeporganisatie;
e. de aanvraag onvoldoende aansluit bij het doel van de regeling;
f. de aanvraag is voor een seriële productie, waaronder een project dat niet eenmalig door één instelling of persoon wordt georganiseerd, maar een serie is van gelijksoortige producties, waardoor het unieke of experimentele karakter van het project niet meer aanwezig is; of
g de aanvraag wordt ingediend door een rechtspersoon die niet voldoet aan de verplichtingen ten aanzien van de Governance Code Cultuur, zoals bedoeld in artikel 1.7, vijfde lid.
1° door het Fonds;
2° door een van de andere rijkscultuurfondsen;
3° op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid;
4° op grond van de Erfgoedwet;
b. de activiteiten of projecten waarvoor subsidie wordt gevraagd op het moment van de aanvraag al worden uitgevoerd;
c. de aanvraag gericht is op reguliere of terugkerende activiteiten of activiteiten die redelijkerwijs gefinancierd kunnen worden uit het reguliere budget van de aanvrager;
d. de aanvraag wordt ingediend door een uitgeverij of een omroeporganisatie;
e. de aanvraag onvoldoende aansluit bij het doel van de regeling;
f. de aanvraag is voor een seriële productie, waaronder een project dat niet eenmalig door één instelling of persoon wordt georganiseerd, maar een serie is van gelijksoortige producties, waardoor het unieke of experimentele karakter van het project niet meer aanwezig is; of
g de aanvraag wordt ingediend door een rechtspersoon die niet voldoet aan de verplichtingen ten aanzien van de Governance Code Cultuur, zoals bedoeld in artikel 1.7, vijfde lid.
2. Het Fonds weigert subsidie als aanvragers in opdracht werken van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet aanmerking komen voor subsidie.
3. Het Fonds kan subsidie weigeren als aanvragers in de jaren voorafgaand aan de aanvraag subsidie van het Fonds hebben ontvangen en toen niet, of niet helemaal, hebben voldaan aan de subsidieverplichtingen.
4. Het Fonds kan subsidie weigeren als het een gegronde reden heeft om aan te nemen dat:
a. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
b. de aanvrager niet zal voldoen aan de subsidieverplichtingen;
c. de aanvrager niet voldoende verantwoording zal afleggen over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten die van belang om de subsidie vast te stellen;
d. de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;
e. de aanvrager failliet is verklaard of redelijkerwijs te verwachten is dat dat binnenkort gebeurt.
5. Het Fonds kan in de hierna volgende hoofdstukken afwijkende weigeringsgronden opnemen.
- Citeren als
- Art. 1.5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046227
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl