De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 9, onder 1, genoemde
besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit, met uitzondering van de in
artikel 6, lid 2, van de in artikel 9, onder 1, genoemde buitengewoon opsporingsambtenaar.
Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.