1. Maximaal 179 personen van de buitengewoon opsporingsambtenaren genoemd in artikel 4zijn bevoegd om bij de opsporing van strafbare feiten waarvoor zij zijn beëdigd, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in
artikel 7, eerste, derde en vierde lid (vervoersfouillering), van de Politiewet 2012en daarbij gebruik te maken van handboeien, een wapenstok en pepperspray.
2. Één buitengewoon opsporingsambtenaar genoemd in artikel 4en die voorheen werkzaam was bij Groenservice Zuid Holland, in de functie van Handhaver Natuur & Recreatie, niet zijnde de persoon genoemd in dit artikel in het eerste lid, is bevoegd om bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor hij is beëdigd, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in
artikel 7, eerste, derde en vierde lid (vervoersfouillering), van de Politiewet 2012en daarbij gebruikmaken van handboeien, een (korte) wapenstok, pepperspray en een surveillancehond. Deze bevoegdheden mogen slechts worden uitgeoefend in het voormalig beheersgebied van Groenservice Zuid-Holland.