BWBR0046077
Geldig vanaf 2021-12-25
Artikel 9
Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden
1. Het plafond voor de verstrekking van specifieke uitkeringen op grond van deze regeling bedraagt in totaal € 228.300.000, bestaande uit:
a. € 95.000.000; en
b. € 133.300.000.
2. Bij de verdeling van het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt onderscheiden tussen deel A en deel B van het plafond, die elk 50% van het plafond bedragen.
3. Bij de verdeling van deel A van het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel, vermeld in bijlage 1.
4. Bij de verdeling van deel B van het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel, vermeld in bijlage 1.
5. Het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder b, is onderverdeeld in een maximaal bedrag per provincie zoals vermeld in bijlage 2.
6. De minister kan per provincie één uitkering verstrekken die bestaat uit:
a. een deel A, gebaseerd op de verdeling van deel A van het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder a;
b. een deel B, gebaseerd op de verdeling van deel B van het plafond bedoeld in het eerste lid, onder a; en
c. voor een provincie, genoemd in bijlage 2: een deel, gebaseerd op het bedrag, bedoeld in het vijfde lid.
7. De uitkering van de delen A en B bestaat ten hoogste uit het totaal van de bedragen die met toepassing van het derde en vierde lid voor die provincie beschikbaar zijn.
8. Indien de aanvraag van de delen A en B betrekking heeft op een lager bedrag dan het bedrag, bedoeld in het zevende lid, worden de bedragen die met toepassing van het derde en vierde lid voor die provincie beschikbaar zijn, elk naar rato verminderd.
9. Een provincie kan een aanvraag indienen met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
10. Als het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder b, niet binnen vier maanden na de inwerkingtreding van deze regeling geheel is verdeeld, wordt het resterende deel toegedeeld door het ambtshalve verhogen van de op grond van het zesde lid, onder c, verstrekte uitkeringen, voor zover het uitkeringen betreft voor het maximale bedrag per provincie zoals vermeld in bijlage 2, naar rato van de omvang van die uitkeringen.
a. € 95.000.000; en
b. € 133.300.000.
2. Bij de verdeling van het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt onderscheiden tussen deel A en deel B van het plafond, die elk 50% van het plafond bedragen.
3. Bij de verdeling van deel A van het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel, vermeld in bijlage 1.
4. Bij de verdeling van deel B van het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel, vermeld in bijlage 1.
5. Het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder b, is onderverdeeld in een maximaal bedrag per provincie zoals vermeld in bijlage 2.
6. De minister kan per provincie één uitkering verstrekken die bestaat uit:
a. een deel A, gebaseerd op de verdeling van deel A van het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder a;
b. een deel B, gebaseerd op de verdeling van deel B van het plafond bedoeld in het eerste lid, onder a; en
c. voor een provincie, genoemd in bijlage 2: een deel, gebaseerd op het bedrag, bedoeld in het vijfde lid.
7. De uitkering van de delen A en B bestaat ten hoogste uit het totaal van de bedragen die met toepassing van het derde en vierde lid voor die provincie beschikbaar zijn.
8. Indien de aanvraag van de delen A en B betrekking heeft op een lager bedrag dan het bedrag, bedoeld in het zevende lid, worden de bedragen die met toepassing van het derde en vierde lid voor die provincie beschikbaar zijn, elk naar rato verminderd.
9. Een provincie kan een aanvraag indienen met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
10. Als het plafond, bedoeld in het eerste lid, onder b, niet binnen vier maanden na de inwerkingtreding van deze regeling geheel is verdeeld, wordt het resterende deel toegedeeld door het ambtshalve verhogen van de op grond van het zesde lid, onder c, verstrekte uitkeringen, voor zover het uitkeringen betreft voor het maximale bedrag per provincie zoals vermeld in bijlage 2, naar rato van de omvang van die uitkeringen.