BWBR0046077
Geldig vanaf 2021-12-25
Artikel 7
Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden
1. De uitkering wordt zodanig aangewend dat per provincie het totaal van de kosten die worden gemaakt voor de aankoop van veehouderijen met productierecht, uitgezonderd de proceskosten en de kosten voor aankoop van bij de vestiging behorende landbouwgrond, gedeeld door het totaal van de stikstofdeposities, bedoeld in artikel 3, van de vestigingen van die veehouderijen, niet meer bedraagt dan € 1.000.000 per mol stikstofdepositie per hectare per jaar.
2. De uitkering wordt zodanig aangewend dat per provincie het totaal van de kosten die worden gemaakt voor de aankoop van een of meer veehouderijen zonder productierecht, uitgezonderd de proceskosten en de kosten voor aankoop van bij de vestiging behorende landbouwgrond, gedeeld door het totaal van de stikstofdeposities, bedoeld in artikel 3, van de vestigingen van die veehouderijen, niet meer bedraagt dan € 250.000 per mol stikstofdepositie per hectare per jaar.
3. De uitkering wordt zodanig aangewend dat per provincie het totaal van de kosten die worden gemaakt voor de aankoop van landbouwgrond die behoort bij de vestiging van een of meer veehouderijen, uitgezonderd de proceskosten, gedeeld door het totaal van de stikstofdeposities, bedoeld in artikel 3, van die landbouwgrond, niet meer bedraagt dan € 10.000.000 per mol stikstofdepositie per hectare per jaar.
2. De uitkering wordt zodanig aangewend dat per provincie het totaal van de kosten die worden gemaakt voor de aankoop van een of meer veehouderijen zonder productierecht, uitgezonderd de proceskosten en de kosten voor aankoop van bij de vestiging behorende landbouwgrond, gedeeld door het totaal van de stikstofdeposities, bedoeld in artikel 3, van de vestigingen van die veehouderijen, niet meer bedraagt dan € 250.000 per mol stikstofdepositie per hectare per jaar.
3. De uitkering wordt zodanig aangewend dat per provincie het totaal van de kosten die worden gemaakt voor de aankoop van landbouwgrond die behoort bij de vestiging van een of meer veehouderijen, uitgezonderd de proceskosten, gedeeld door het totaal van de stikstofdeposities, bedoeld in artikel 3, van die landbouwgrond, niet meer bedraagt dan € 10.000.000 per mol stikstofdepositie per hectare per jaar.