BWBR0045984
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 11
Subsidieregeling taakuitoefening beheerders van de HSWI
1. Een aanvraag van een subsidie heeft betrekking op de verkenningsfase, de planuitwerkingsfase of de realisatiefase van een project of programma.
2. De aanvraag van een subsidie voor de verkenningsfase gaat vergezeld van:
a. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: 1° een omschrijving van de aard, omvang en urgentie van de opgave;
2° een onderbouwing van het nationale belang van het project of programma;
3° een beschrijving op hoofdlijnen van de aanpak van de verkenning, waaronder de afweging van mogelijke oplossingen en het besluitvormingsproces;
4°. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
5° een tijdschema van de verkenning;
6° een omschrijving van de belanghebbende partijen en hun betrokkenheid;
7° een opgave van door derden ter beschikking gestelde budgetten voor de realisatie;
1° een omschrijving van de aard, omvang en urgentie van de opgave;
2° een onderbouwing van het nationale belang van het project of programma;
3° een beschrijving op hoofdlijnen van de aanpak van de verkenning, waaronder de afweging van mogelijke oplossingen en het besluitvormingsproces;
4°. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
5° een tijdschema van de verkenning;
6° een omschrijving van de belanghebbende partijen en hun betrokkenheid;
7° een opgave van door derden ter beschikking gestelde budgetten voor de realisatie;
b. een raming van de kosten van de verkenningsfase;
c. het bedrag waarvoor een subsidie wordt aangevraagd.
3. De aanvraag van een subsidie voor de planuitwerkingsfase gaat vergezeld van:
a. indien de verkenning is uitgevoerd door de subsidie-ontvanger, een eindverantwoording over de in de verkenningsfase behaalde resultaten en het voorkeursalternatief, waarin ten minste is opgenomen: 1° de in kaart gebrachte en afgewogen oplossingsrichtingen;
2° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief;
3° een ontwerp van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van het voorkeursalternatief inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
5° een beschrijving van de verkeers- en vervoerseffecten;
6° een milieueffectrapport, indien in de verkenningsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
7° een maatschappelijke kosten-batenanalyse conform de Werkwijzer MKBA bij MIRT-verkenningen;
1° de in kaart gebrachte en afgewogen oplossingsrichtingen;
2° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief;
3° een ontwerp van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van het voorkeursalternatief inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
5° een beschrijving van de verkeers- en vervoerseffecten;
6° een milieueffectrapport, indien in de verkenningsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
7° een maatschappelijke kosten-batenanalyse conform de Werkwijzer MKBA bij MIRT-verkenningen;
b. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: 1° een beschrijving van de wijze waarop het voorkeursalternatief nader wordt uitgewerkt;
2° een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
3° een planning van de nadere uitwerking en realisatie van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van het meest kosteneffectieve variant van het project of programma, indien het voorkeursalternatief hiervan afwijkt;
5° een overzicht van de beschikbare budgetten voor de bekostiging van het voorkeursalternatief en een omschrijving van de exploitatiegevolgen, indien het project of programma betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
1° een beschrijving van de wijze waarop het voorkeursalternatief nader wordt uitgewerkt;
2° een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
3° een planning van de nadere uitwerking en realisatie van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van het meest kosteneffectieve variant van het project of programma, indien het voorkeursalternatief hiervan afwijkt;
5° een overzicht van de beschikbare budgetten voor de bekostiging van het voorkeursalternatief en een omschrijving van de exploitatiegevolgen, indien het project of programma betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
c. een raming van de kosten van de planuitwerkingsfase inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
d. het bedrag waarvoor een subsidie wordt aangevraagd inclusief het bijbehorende kasritme.
4. De aanvraag van een subsidie voor de realisatiefase gaat vergezeld van:
a. een eindverantwoording over de in de planuitwerkingsfase behaalde resultaten, waarin ten minste is opgenomen: 1° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de nadere uitwerking van het voorkeursalternatief;
2° een nadere uitwerking van het ontwerp van het voorkeursalternatief;
3° een nadere uitwerking van de kostenraming van het voorkeursalternatief, inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
4° een risicoanalyse inclusief een beschrijving van de beheersmaatregelen voor de belangrijkste risico’s;
5° een milieueffectrapport, indien in de planuitwerkingsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
6° de planning van de realisatie van het voorkeursalternatief;
7° een beschrijving van de kosten van beheer, onderhoud en vervanging van het voorkeursalternatief;
8° de berekeningen van de exploitatiegevolgen, indien het een project of programma betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
9° een overzicht van de beschikbare budgetten voor de bekostiging van realisatie, beheer, onderhoud en vervanging en voor de bekostiging van de exploitatie, indien het een project of programma betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
1° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de nadere uitwerking van het voorkeursalternatief;
2° een nadere uitwerking van het ontwerp van het voorkeursalternatief;
3° een nadere uitwerking van de kostenraming van het voorkeursalternatief, inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
4° een risicoanalyse inclusief een beschrijving van de beheersmaatregelen voor de belangrijkste risico’s;
5° een milieueffectrapport, indien in de planuitwerkingsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
6° de planning van de realisatie van het voorkeursalternatief;
7° een beschrijving van de kosten van beheer, onderhoud en vervanging van het voorkeursalternatief;
8° de berekeningen van de exploitatiegevolgen, indien het een project of programma betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
9° een overzicht van de beschikbare budgetten voor de bekostiging van realisatie, beheer, onderhoud en vervanging en voor de bekostiging van de exploitatie, indien het een project of programma betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
b. een beschrijving van de te behalen resultaten in de realisatiefase en een raming van de te maken kosten voor elk te behalen resultaat;
c. het bedrag waarvoor een subsidie wordt aangevraagd en een voorstel voor het kasritme op basis van de beschreven resultaten.
5. In afwijking van het eerste lid, kan de aanvrager, gelet op de aard en omvang van het project of programma na instemming van de minister, een gecombineerde aanvraag doen voor meer dan één fase. De leden twee tot en met vier zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De aanvraag van een subsidie voor de verkenningsfase gaat vergezeld van:
a. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: 1° een omschrijving van de aard, omvang en urgentie van de opgave;
2° een onderbouwing van het nationale belang van het project of programma;
3° een beschrijving op hoofdlijnen van de aanpak van de verkenning, waaronder de afweging van mogelijke oplossingen en het besluitvormingsproces;
4°. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
5° een tijdschema van de verkenning;
6° een omschrijving van de belanghebbende partijen en hun betrokkenheid;
7° een opgave van door derden ter beschikking gestelde budgetten voor de realisatie;
1° een omschrijving van de aard, omvang en urgentie van de opgave;
2° een onderbouwing van het nationale belang van het project of programma;
3° een beschrijving op hoofdlijnen van de aanpak van de verkenning, waaronder de afweging van mogelijke oplossingen en het besluitvormingsproces;
4°. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
5° een tijdschema van de verkenning;
6° een omschrijving van de belanghebbende partijen en hun betrokkenheid;
7° een opgave van door derden ter beschikking gestelde budgetten voor de realisatie;
b. een raming van de kosten van de verkenningsfase;
c. het bedrag waarvoor een subsidie wordt aangevraagd.
3. De aanvraag van een subsidie voor de planuitwerkingsfase gaat vergezeld van:
a. indien de verkenning is uitgevoerd door de subsidie-ontvanger, een eindverantwoording over de in de verkenningsfase behaalde resultaten en het voorkeursalternatief, waarin ten minste is opgenomen: 1° de in kaart gebrachte en afgewogen oplossingsrichtingen;
2° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief;
3° een ontwerp van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van het voorkeursalternatief inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
5° een beschrijving van de verkeers- en vervoerseffecten;
6° een milieueffectrapport, indien in de verkenningsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
7° een maatschappelijke kosten-batenanalyse conform de Werkwijzer MKBA bij MIRT-verkenningen;
1° de in kaart gebrachte en afgewogen oplossingsrichtingen;
2° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief;
3° een ontwerp van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van het voorkeursalternatief inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
5° een beschrijving van de verkeers- en vervoerseffecten;
6° een milieueffectrapport, indien in de verkenningsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
7° een maatschappelijke kosten-batenanalyse conform de Werkwijzer MKBA bij MIRT-verkenningen;
b. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen: 1° een beschrijving van de wijze waarop het voorkeursalternatief nader wordt uitgewerkt;
2° een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
3° een planning van de nadere uitwerking en realisatie van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van het meest kosteneffectieve variant van het project of programma, indien het voorkeursalternatief hiervan afwijkt;
5° een overzicht van de beschikbare budgetten voor de bekostiging van het voorkeursalternatief en een omschrijving van de exploitatiegevolgen, indien het project of programma betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
1° een beschrijving van de wijze waarop het voorkeursalternatief nader wordt uitgewerkt;
2° een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
3° een planning van de nadere uitwerking en realisatie van het voorkeursalternatief;
4° een raming van de kosten van het meest kosteneffectieve variant van het project of programma, indien het voorkeursalternatief hiervan afwijkt;
5° een overzicht van de beschikbare budgetten voor de bekostiging van het voorkeursalternatief en een omschrijving van de exploitatiegevolgen, indien het project of programma betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
c. een raming van de kosten van de planuitwerkingsfase inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
d. het bedrag waarvoor een subsidie wordt aangevraagd inclusief het bijbehorende kasritme.
4. De aanvraag van een subsidie voor de realisatiefase gaat vergezeld van:
a. een eindverantwoording over de in de planuitwerkingsfase behaalde resultaten, waarin ten minste is opgenomen: 1° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de nadere uitwerking van het voorkeursalternatief;
2° een nadere uitwerking van het ontwerp van het voorkeursalternatief;
3° een nadere uitwerking van de kostenraming van het voorkeursalternatief, inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
4° een risicoanalyse inclusief een beschrijving van de beheersmaatregelen voor de belangrijkste risico’s;
5° een milieueffectrapport, indien in de planuitwerkingsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
6° de planning van de realisatie van het voorkeursalternatief;
7° een beschrijving van de kosten van beheer, onderhoud en vervanging van het voorkeursalternatief;
8° de berekeningen van de exploitatiegevolgen, indien het een project of programma betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
9° een overzicht van de beschikbare budgetten voor de bekostiging van realisatie, beheer, onderhoud en vervanging en voor de bekostiging van de exploitatie, indien het een project of programma betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
1° een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de nadere uitwerking van het voorkeursalternatief;
2° een nadere uitwerking van het ontwerp van het voorkeursalternatief;
3° een nadere uitwerking van de kostenraming van het voorkeursalternatief, inclusief een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
4° een risicoanalyse inclusief een beschrijving van de beheersmaatregelen voor de belangrijkste risico’s;
5° een milieueffectrapport, indien in de planuitwerkingsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
6° de planning van de realisatie van het voorkeursalternatief;
7° een beschrijving van de kosten van beheer, onderhoud en vervanging van het voorkeursalternatief;
8° de berekeningen van de exploitatiegevolgen, indien het een project of programma betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
9° een overzicht van de beschikbare budgetten voor de bekostiging van realisatie, beheer, onderhoud en vervanging en voor de bekostiging van de exploitatie, indien het een project of programma betreft ten behoeve van openbaar vervoer;
b. een beschrijving van de te behalen resultaten in de realisatiefase en een raming van de te maken kosten voor elk te behalen resultaat;
c. het bedrag waarvoor een subsidie wordt aangevraagd en een voorstel voor het kasritme op basis van de beschreven resultaten.
5. In afwijking van het eerste lid, kan de aanvrager, gelet op de aard en omvang van het project of programma na instemming van de minister, een gecombineerde aanvraag doen voor meer dan één fase. De leden twee tot en met vier zijn van overeenkomstige toepassing.