BWBR0045883
Geldig vanaf 25-11-2021
Artikel 5
Beleidsregel budgettair kader Wlz 2021
Het in artikel 4, derde lid beschreven netto Wlz kader wordt als volgt over de regio’s verdeeld.
1. Verdeling netto Wlz kader 2021 Het regiobudget 2021 van Wlz uitvoerders bestaat uit het procentuele aandeel in het netto Wlz kader 2020 (exclusief kwaliteitsmiddelen, incidentele middelen en incidentele overhevelingen) vermenigvuldigd met het netto Wlz kader 2021 (exclusief kwaliteitsmiddelen, middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis en overhevelingen) en gecorrigeerd voor verdeelmodel Wlz en flankerend beleid. De berekende procentuele mutatie per zorgkantoorhouder dat volgt uit het verdeelmodel en/of flankerend beleid wordt toegepast op de onderliggende zorgkantoorregio’s van de desbetreffende zorgkantoorhouder. Het netto kader Wlz 2021 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb volgens artikel 6. Daarna vindt er een herverdeling plaats van de middelen voor niet beïnvloedbare factoren (NBF) volgens artikel 5 lid 3. De kwaliteitsmiddelen en de middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis worden verdeeld volgens artikel 7 en artikel 5 lid 4.
2. Proces a) Eerste verdeling op 1 juli 2020 voor 2021. Het regiobudget 2021 van Wlz uitvoerders op 1 juli 2020 bestaat uit het procentuele aandeel in het netto Wlz kader 2020 (exclusief kwaliteitsmiddelen, incidentele middelen en incidentele overhevelingen) vermenigvuldigd met 99,5% van het netto Wlz kader 2021 (exclusief herverdelingsmiddelen, kwaliteitsmiddelen, middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis en overhevelingen). Het netto kader Wlz 2021 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb (zie artikel 6). De kwaliteitsmiddelen worden verdeeld volgens artikel 7. De middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis worden op 15 oktober 2020 over de regio’s verdeeld volgens artikel 5 lid 4. De middelen zijn tot 15 oktober op landelijk niveau beschikbaar voor het maken van productieafspraken;
b) Verdeling medio oktober 2020 voor 2021 Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 1.
c) Verdeling van de eind maart 2021 beschikbaar gestelde herverdelingsmiddelen. Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 5.
d) Verdeling van de extra middelen 2021 volgens de Voorlopige kaderbrief Wlz 2022 van 2 juli 2021 (kenmerk 3215792-1011616-LZ). Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 6.
e) Verdeling van de extra middelen 2021 volgens de Definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ). Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 7.
a) Eerste verdeling op 1 juli 2020 voor 2021. Het regiobudget 2021 van Wlz uitvoerders op 1 juli 2020 bestaat uit het procentuele aandeel in het netto Wlz kader 2020 (exclusief kwaliteitsmiddelen, incidentele middelen en incidentele overhevelingen) vermenigvuldigd met 99,5% van het netto Wlz kader 2021 (exclusief herverdelingsmiddelen, kwaliteitsmiddelen, middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis en overhevelingen). Het netto kader Wlz 2021 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb (zie artikel 6). De kwaliteitsmiddelen worden verdeeld volgens artikel 7. De middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis worden op 15 oktober 2020 over de regio’s verdeeld volgens artikel 5 lid 4. De middelen zijn tot 15 oktober op landelijk niveau beschikbaar voor het maken van productieafspraken;
b) Verdeling medio oktober 2020 voor 2021 Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 1.
c) Verdeling van de eind maart 2021 beschikbaar gestelde herverdelingsmiddelen. Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 5.
d) Verdeling van de extra middelen 2021 volgens de Voorlopige kaderbrief Wlz 2022 van 2 juli 2021 (kenmerk 3215792-1011616-LZ). Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 6.
e) Verdeling van de extra middelen 2021 volgens de Definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ). Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 7.
3. Niet beïnvloedbare factoren (NBF) Na toepassing van het flankerend beleid wordt € 8 miljoen herverdeeld in verband met niet beïnvloedbare factoren bij zzp en vpt vv4 t/m 10. Dit bedrag wordt geïndexeerd naar prijspeil 2021. Hiervoor wordt per zorgkantoorregio het aandeel, dat gelijk is aan het (initiële) aandeel van het kwaliteitsbudget 2020 van de zorgkantoorregio in het macro kwaliteitsbudget 20213Er wordt gebruik gemaakt van de initiële verdeling van de kwaliteitsbudgetten 2021 (kaderstand juli 2020) omdat die van dezelfde grondslag uitgaat als de NBF, zie toelichting op de tariefberekening zzp en vpt vv4 t/m 10 voor 2020 (bijlage 4 bij beleidsregel BR/REG-20124)., vermenigvuldigd met € 8 miljoen. Deze bedragen worden in mindering gebracht op het regio budget na toepassing van flankerend beleid. De aldus berekende regiobudgetten worden vervolgens opgehoogd met het aandeel van de regio in het totale waarde op landelijk niveau van de gedeclareerde NBF component in de tarieven, vermenigvuldigd met € 8 miljoen. Dit aandeel wordt bepaald door op regioniveau en op landelijk niveau het aantal gedeclareerde NBF prestaties in de maanden januari-februari-maart 2020 (op basis van Vektis aanlevering d.d. 13 augustus 2020) te waarderen op het minimumtarief van de betreffende prestatie. Het regionale bedrag gedeeld op het landelijke bedrag levert het aandeel van de regio.
4. Verdeling middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 4º Deze middelen worden verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen (met ingangsdatum 1 januari 2021) op peildatum van 1 september 2020 en worden ingedeeld naar de verschillende regio’s. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ wonen worden verdeeld. Hierbij wordt rekening gehouden met de verdeling van de beschikbare middelen van € 645 miljoen in € 577 miljoen contracteerruimte en € 68 miljoen pgb.
5. Herverdelingsmiddelen artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3º Er is € 100 miljoen beschikbaar aan herverdelingsmiddelen. De Minister van VWS heeft in de brief van 30 maart 2021 (kenmerk (1844624-219344-LZ) als reactie op het februariadvies van de NZa deze middelen beschikbaar gesteld. Deze extra middelen worden verdeeld over de 31 zorgkantoren naar rato van het regionale aandeel in het netto Wlz-kader 2021 (exclusief de kwaliteitsmiddelen), stand 15-03-2021.
6. Extra middelen n.a.v. de mei-brief, artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 2º Er is netto € 452 miljoen beschikbaar aan extra middelen, waarvan € 346 miljoen voor zin en € 106 miljoen voor pgb. De Minister van VWS heeft in de Voorlopige kaderbrief Wlz 2022 van 2 juli 2021 (kenmerk 3215792-1011616-LZ) als reactie op de mei-brief van de NZa deze middelen beschikbaar gesteld. Deze extra middelen worden verdeeld over de 31 zorgkantoren op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 juni 2021, die vermenigvuldigd worden met de basis beleidsregelwaarde 2021 die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de extra middelen n.a.v. de mei-brief worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.
7. Extra middelen n.a.v. de augustus-brief, artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3º De Minister van VWS heeft in de Definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ) als reactie op de augustus-brief van de NZa € 159 miljoen aan extra middelen beschikbaar gesteld, waarvan € 78 miljoen voor zin en € 81 miljoen voor pgb. Deze extra middelen worden verdeeld over de 31 zorgkantoren conform het verzoek van Zorgverzekeraars Nederland van 29 september 2021.
1. Verdeling netto Wlz kader 2021 Het regiobudget 2021 van Wlz uitvoerders bestaat uit het procentuele aandeel in het netto Wlz kader 2020 (exclusief kwaliteitsmiddelen, incidentele middelen en incidentele overhevelingen) vermenigvuldigd met het netto Wlz kader 2021 (exclusief kwaliteitsmiddelen, middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis en overhevelingen) en gecorrigeerd voor verdeelmodel Wlz en flankerend beleid. De berekende procentuele mutatie per zorgkantoorhouder dat volgt uit het verdeelmodel en/of flankerend beleid wordt toegepast op de onderliggende zorgkantoorregio’s van de desbetreffende zorgkantoorhouder. Het netto kader Wlz 2021 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb volgens artikel 6. Daarna vindt er een herverdeling plaats van de middelen voor niet beïnvloedbare factoren (NBF) volgens artikel 5 lid 3. De kwaliteitsmiddelen en de middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis worden verdeeld volgens artikel 7 en artikel 5 lid 4.
2. Proces a) Eerste verdeling op 1 juli 2020 voor 2021. Het regiobudget 2021 van Wlz uitvoerders op 1 juli 2020 bestaat uit het procentuele aandeel in het netto Wlz kader 2020 (exclusief kwaliteitsmiddelen, incidentele middelen en incidentele overhevelingen) vermenigvuldigd met 99,5% van het netto Wlz kader 2021 (exclusief herverdelingsmiddelen, kwaliteitsmiddelen, middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis en overhevelingen). Het netto kader Wlz 2021 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb (zie artikel 6). De kwaliteitsmiddelen worden verdeeld volgens artikel 7. De middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis worden op 15 oktober 2020 over de regio’s verdeeld volgens artikel 5 lid 4. De middelen zijn tot 15 oktober op landelijk niveau beschikbaar voor het maken van productieafspraken;
b) Verdeling medio oktober 2020 voor 2021 Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 1.
c) Verdeling van de eind maart 2021 beschikbaar gestelde herverdelingsmiddelen. Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 5.
d) Verdeling van de extra middelen 2021 volgens de Voorlopige kaderbrief Wlz 2022 van 2 juli 2021 (kenmerk 3215792-1011616-LZ). Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 6.
e) Verdeling van de extra middelen 2021 volgens de Definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ). Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 7.
a) Eerste verdeling op 1 juli 2020 voor 2021. Het regiobudget 2021 van Wlz uitvoerders op 1 juli 2020 bestaat uit het procentuele aandeel in het netto Wlz kader 2020 (exclusief kwaliteitsmiddelen, incidentele middelen en incidentele overhevelingen) vermenigvuldigd met 99,5% van het netto Wlz kader 2021 (exclusief herverdelingsmiddelen, kwaliteitsmiddelen, middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis en overhevelingen). Het netto kader Wlz 2021 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb (zie artikel 6). De kwaliteitsmiddelen worden verdeeld volgens artikel 7. De middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis worden op 15 oktober 2020 over de regio’s verdeeld volgens artikel 5 lid 4. De middelen zijn tot 15 oktober op landelijk niveau beschikbaar voor het maken van productieafspraken;
b) Verdeling medio oktober 2020 voor 2021 Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 1.
c) Verdeling van de eind maart 2021 beschikbaar gestelde herverdelingsmiddelen. Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 5.
d) Verdeling van de extra middelen 2021 volgens de Voorlopige kaderbrief Wlz 2022 van 2 juli 2021 (kenmerk 3215792-1011616-LZ). Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 6.
e) Verdeling van de extra middelen 2021 volgens de Definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ). Deze verdeling wordt gebaseerd op artikel 5 lid 7.
3. Niet beïnvloedbare factoren (NBF) Na toepassing van het flankerend beleid wordt € 8 miljoen herverdeeld in verband met niet beïnvloedbare factoren bij zzp en vpt vv4 t/m 10. Dit bedrag wordt geïndexeerd naar prijspeil 2021. Hiervoor wordt per zorgkantoorregio het aandeel, dat gelijk is aan het (initiële) aandeel van het kwaliteitsbudget 2020 van de zorgkantoorregio in het macro kwaliteitsbudget 20213Er wordt gebruik gemaakt van de initiële verdeling van de kwaliteitsbudgetten 2021 (kaderstand juli 2020) omdat die van dezelfde grondslag uitgaat als de NBF, zie toelichting op de tariefberekening zzp en vpt vv4 t/m 10 voor 2020 (bijlage 4 bij beleidsregel BR/REG-20124)., vermenigvuldigd met € 8 miljoen. Deze bedragen worden in mindering gebracht op het regio budget na toepassing van flankerend beleid. De aldus berekende regiobudgetten worden vervolgens opgehoogd met het aandeel van de regio in het totale waarde op landelijk niveau van de gedeclareerde NBF component in de tarieven, vermenigvuldigd met € 8 miljoen. Dit aandeel wordt bepaald door op regioniveau en op landelijk niveau het aantal gedeclareerde NBF prestaties in de maanden januari-februari-maart 2020 (op basis van Vektis aanlevering d.d. 13 augustus 2020) te waarderen op het minimumtarief van de betreffende prestatie. Het regionale bedrag gedeeld op het landelijke bedrag levert het aandeel van de regio.
4. Verdeling middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 4º Deze middelen worden verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen (met ingangsdatum 1 januari 2021) op peildatum van 1 september 2020 en worden ingedeeld naar de verschillende regio’s. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ wonen worden verdeeld. Hierbij wordt rekening gehouden met de verdeling van de beschikbare middelen van € 645 miljoen in € 577 miljoen contracteerruimte en € 68 miljoen pgb.
5. Herverdelingsmiddelen artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3º Er is € 100 miljoen beschikbaar aan herverdelingsmiddelen. De Minister van VWS heeft in de brief van 30 maart 2021 (kenmerk (1844624-219344-LZ) als reactie op het februariadvies van de NZa deze middelen beschikbaar gesteld. Deze extra middelen worden verdeeld over de 31 zorgkantoren naar rato van het regionale aandeel in het netto Wlz-kader 2021 (exclusief de kwaliteitsmiddelen), stand 15-03-2021.
6. Extra middelen n.a.v. de mei-brief, artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 2º Er is netto € 452 miljoen beschikbaar aan extra middelen, waarvan € 346 miljoen voor zin en € 106 miljoen voor pgb. De Minister van VWS heeft in de Voorlopige kaderbrief Wlz 2022 van 2 juli 2021 (kenmerk 3215792-1011616-LZ) als reactie op de mei-brief van de NZa deze middelen beschikbaar gesteld. Deze extra middelen worden verdeeld over de 31 zorgkantoren op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 juni 2021, die vermenigvuldigd worden met de basis beleidsregelwaarde 2021 die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de extra middelen n.a.v. de mei-brief worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.
7. Extra middelen n.a.v. de augustus-brief, artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3º De Minister van VWS heeft in de Definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ) als reactie op de augustus-brief van de NZa € 159 miljoen aan extra middelen beschikbaar gesteld, waarvan € 78 miljoen voor zin en € 81 miljoen voor pgb. Deze extra middelen worden verdeeld over de 31 zorgkantoren conform het verzoek van Zorgverzekeraars Nederland van 29 september 2021.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045883
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl