BWBR0045883
Geldig vanaf 25-11-2021
Artikel 4
Beleidsregel budgettair kader Wlz 2021
1. Toedeling budgettair kader Wlz
De Minister van VWS heeft het macrobedrag voor de contracteerruimte voor zorg in natura (zin) en voor het persoonsgebonden budget (pgb) voor de zorginkoop 2021 vastgesteld in de Definitieve kaderbrief Wlz 2021 van 7 oktober 2020 (kenmerk 1749665-210825-LZ), aangevuld met de brief van 30 maart 2021 (1844624-219344-LZ), bijgesteld in de Voorlopige kaderbrief Wlz 2022 van 2 juli 2021 (kenmerk 3215792-1011616-LZ) en in de Definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ).
Het budgettair kader Wlz voor het jaar 2021 bedraagt € 27.733 miljoen. Dit bedrag is inclusief de herverdelingsmiddelen voor 2021 (€ 100 miljoen, waarvan € 89 mln. contracteerruimte en € 11 mln. pgb). Dit bedrag is als volgt verdeeld:
• De contracteerruimte voor zorg in natura (zin) betreft € 23.252 miljoen.
• Het beschikbare bedrag voor pgb’s betreft € 3.031 miljoen.
• Het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg betreft € 1.450 miljoen.
Naast het budgettair kader is € 10 miljoen beschikbaar specifiek geoormerkt voor innovatie en € 50 miljoen specifiek geoormerkt voor transitiemiddelen verpleeghuiszorg.
2. Opbouw budgettair kader
a. Het startpunt van het Wlz kader 2021 is het Wlz kader 2020 exclusief de incidentele en de geoormerkte middelen en incidentele overhevelingen. Het Wlz kader 2020 bedraagt € 23.987 miljoen. Ten opzichte van de definitieve kaderbrief 2020 is het kader 2020 op grond van de Maart-brief met € 425 miljoen verhoogd. Het Mei-advies van de NZa van 26 mei 2020 (kenmerk 0370324/0594240) heeft geen wijzigingen in het Wlz kader opgeleverd. Het Augustus-advies van de NZa van 25 augustus 2020 (kenmerk 375008/657420) heeft geleid tot volledige inzet van de herverdelingsmiddelen van € 125 miljoen. Daarnaast is het kader verhoogd met totaal € 14 miljoen brutering door overhevelingen binnen de Wlz.
b. Specifieke posten in 2021 Het startpunt gebaseerd op het Wlz kader 2020 zoals genoemd onder a. wordt verhoogd met de middelen zoals genoemd onder subonderdelen 1º t/m 7º en verlaagd met de middelen zoals genoemd onder subonderdeel 8º op basis van de Voorlopige kaderbrief Wlz 2021 van 10 juni 2020 (kenmerk 170186-206224-LZ), de Definitieve kaderbrief Wlz 2021 van 7 oktober 2020 (kenmerk 1749665-210825-LZ), aangevuld met de brief van 30 maart 2021 (1844624-219344-LZ), de Voorlopige kaderbrief Wlz 2022 van 2 juli 2021 (kenmerk 3215792-1011616-LZ) en de Definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ).
3. Netto Wlz kader
Het door de Minister van VWS beschikbaar gestelde bedrag voor pgb’s wordt omgerekend tot middelen zin en opgeteld bij het voor zin beschikbaar gestelde bedrag, om zo tot een netto Wlz kader te komen. Dit kader wordt volgens artikel 5 toegedeeld aan de regio’s. Wlz uitvoerder/zorgkantoren kunnen tot 15 november 2020 aangegeven wat het aandeel pgb moet zijn (zie artikel 8). Dit aandeel wordt vervolgens weer gebruteerd (bruteringseffect).
De Minister van VWS heeft het macrobedrag voor de contracteerruimte voor zorg in natura (zin) en voor het persoonsgebonden budget (pgb) voor de zorginkoop 2021 vastgesteld in de Definitieve kaderbrief Wlz 2021 van 7 oktober 2020 (kenmerk 1749665-210825-LZ), aangevuld met de brief van 30 maart 2021 (1844624-219344-LZ), bijgesteld in de Voorlopige kaderbrief Wlz 2022 van 2 juli 2021 (kenmerk 3215792-1011616-LZ) en in de Definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ).
Het budgettair kader Wlz voor het jaar 2021 bedraagt € 27.733 miljoen. Dit bedrag is inclusief de herverdelingsmiddelen voor 2021 (€ 100 miljoen, waarvan € 89 mln. contracteerruimte en € 11 mln. pgb). Dit bedrag is als volgt verdeeld:
• De contracteerruimte voor zorg in natura (zin) betreft € 23.252 miljoen.
• Het beschikbare bedrag voor pgb’s betreft € 3.031 miljoen.
• Het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg betreft € 1.450 miljoen.
Naast het budgettair kader is € 10 miljoen beschikbaar specifiek geoormerkt voor innovatie en € 50 miljoen specifiek geoormerkt voor transitiemiddelen verpleeghuiszorg.
2. Opbouw budgettair kader
a. Het startpunt van het Wlz kader 2021 is het Wlz kader 2020 exclusief de incidentele en de geoormerkte middelen en incidentele overhevelingen. Het Wlz kader 2020 bedraagt € 23.987 miljoen. Ten opzichte van de definitieve kaderbrief 2020 is het kader 2020 op grond van de Maart-brief met € 425 miljoen verhoogd. Het Mei-advies van de NZa van 26 mei 2020 (kenmerk 0370324/0594240) heeft geen wijzigingen in het Wlz kader opgeleverd. Het Augustus-advies van de NZa van 25 augustus 2020 (kenmerk 375008/657420) heeft geleid tot volledige inzet van de herverdelingsmiddelen van € 125 miljoen. Daarnaast is het kader verhoogd met totaal € 14 miljoen brutering door overhevelingen binnen de Wlz.
b. Specifieke posten in 2021 Het startpunt gebaseerd op het Wlz kader 2020 zoals genoemd onder a. wordt verhoogd met de middelen zoals genoemd onder subonderdelen 1º t/m 7º en verlaagd met de middelen zoals genoemd onder subonderdeel 8º op basis van de Voorlopige kaderbrief Wlz 2021 van 10 juni 2020 (kenmerk 170186-206224-LZ), de Definitieve kaderbrief Wlz 2021 van 7 oktober 2020 (kenmerk 1749665-210825-LZ), aangevuld met de brief van 30 maart 2021 (1844624-219344-LZ), de Voorlopige kaderbrief Wlz 2022 van 2 juli 2021 (kenmerk 3215792-1011616-LZ) en de Definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ).
3. Netto Wlz kader
Het door de Minister van VWS beschikbaar gestelde bedrag voor pgb’s wordt omgerekend tot middelen zin en opgeteld bij het voor zin beschikbaar gestelde bedrag, om zo tot een netto Wlz kader te komen. Dit kader wordt volgens artikel 5 toegedeeld aan de regio’s. Wlz uitvoerder/zorgkantoren kunnen tot 15 november 2020 aangegeven wat het aandeel pgb moet zijn (zie artikel 8). Dit aandeel wordt vervolgens weer gebruteerd (bruteringseffect).
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045883
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl