BWBR0045801
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 2.4
Tijdelijke regeling signaal betalingsachterstanden
1. Als signaal wordt aangewezen:
a. een betalingsachterstand van een inwoner op de eigen bijdrage voor het gebruik van aangewezen voorzieningen, bedoeld in artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, indien: 1°. de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en
2°. het een betalingsachterstand betreft van minimaal vijf maanden op de oudste vordering.
1°. de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en
2°. het een betalingsachterstand betreft van minimaal vijf maanden op de oudste vordering.
b. een betalingsachterstand van een inwoner op de eigen bijdrage beschermd wonen, bedoeld in artikel 2.1.4a, zevende lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, indien: 1°. de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en
2°. het een betalingsachterstand betreft van minimaal twee maanden op de oudste vordering.
1°. de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en
2°. het een betalingsachterstand betreft van minimaal twee maanden op de oudste vordering.
c. een betalingsachterstand van een inwoner op de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.2.5 van de Wet langdurige zorg, indien:
d. 1°. de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en
2°. het een betalingsachterstand betreft van minimaal twee maanden op de oudste vordering.
1°. de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en
2°. het een betalingsachterstand betreft van minimaal twee maanden op de oudste vordering.
2. Het CAK verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Groningen, Tilburg of Zoetermeer voor de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet:
a. de naam, het adres, de woonplaats en indien beschikbaar het telefoonnummer en het e-mailadres van de inwoner;
b. het klantnummer van de inwoner bij het CAK;
c. de geboortedatum van de inwoner; en
d. de hoogte en het type van de schuld.
a. een betalingsachterstand van een inwoner op de eigen bijdrage voor het gebruik van aangewezen voorzieningen, bedoeld in artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, indien: 1°. de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en
2°. het een betalingsachterstand betreft van minimaal vijf maanden op de oudste vordering.
1°. de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en
2°. het een betalingsachterstand betreft van minimaal vijf maanden op de oudste vordering.
b. een betalingsachterstand van een inwoner op de eigen bijdrage beschermd wonen, bedoeld in artikel 2.1.4a, zevende lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, indien: 1°. de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en
2°. het een betalingsachterstand betreft van minimaal twee maanden op de oudste vordering.
1°. de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en
2°. het een betalingsachterstand betreft van minimaal twee maanden op de oudste vordering.
c. een betalingsachterstand van een inwoner op de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.2.5 van de Wet langdurige zorg, indien:
d. 1°. de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en
2°. het een betalingsachterstand betreft van minimaal twee maanden op de oudste vordering.
1°. de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en
2°. het een betalingsachterstand betreft van minimaal twee maanden op de oudste vordering.
2. Het CAK verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Groningen, Tilburg of Zoetermeer voor de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet:
a. de naam, het adres, de woonplaats en indien beschikbaar het telefoonnummer en het e-mailadres van de inwoner;
b. het klantnummer van de inwoner bij het CAK;
c. de geboortedatum van de inwoner; en
d. de hoogte en het type van de schuld.