1. Als signaal wordt aangewezen:
a. een belastingaanslag of belastingaanslagen waarvoor een aanmaning als bedoeld in artikel 11 van de Invorderingswet 1990 is verzonden en waarvoor geen uitstel van betaling is verleend als bedoeld in artikel 25 van die wet, vanwege verschuldigde: 1°. inkomstenbelasting als bedoeld in de Wet inkomstenbelasting 2001, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 600 bedraagt;
2°. omzetbelasting als bedoeld in de Wet op de omzetbelasting 1968, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 600 bedraagt; of
3°. loonbelasting, premies volksverzekeringen of premies werknemersverzekeringen als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 600 bedraagt.
1°. inkomstenbelasting als bedoeld in de Wet inkomstenbelasting 2001, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 600 bedraagt;
2°. omzetbelasting als bedoeld in de Wet op de omzetbelasting 1968, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 600 bedraagt; of
3°. loonbelasting, premies volksverzekeringen of premies werknemersverzekeringen als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 600 bedraagt.
b. een terugvordering of terugvorderingen in verband met inkomensafhankelijke regelingen als bedoeld in Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, waarvoor een aanmaning als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van die wet is verstuurd en waarvoor geen uitstel van betaling is verleend als bedoeld in artikel 31 van die wet, vanwege verschuldigde: 1°. huurtoeslag als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt;
2°. zorgtoeslag als bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt;
3°. kinderopvangtoeslag als bedoeld in de Wet kinderopvang, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt; of
4°. kindgebonden budget als bedoeld in de Wet op het kindgebonden budget, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt.
1°. huurtoeslag als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt;
2°. zorgtoeslag als bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt;
3°. kinderopvangtoeslag als bedoeld in de Wet kinderopvang, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt; of
4°. kindgebonden budget als bedoeld in de Wet op het kindgebonden budget, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt.
2. De Belastingdienst en de Dienst Toeslagen verstrekken aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Assen, Den Haag, Hollands Kroon, Leiden, Nijmegen, Opsterland en Tilburg voor de uitoefening van de taak, bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverleningde volgende gegevens:
a. de naam van de inwoner;
b. het burgerservicenummer van de inwoner;
c. de geboortedatum van de inwoner;
d. contactgegevens bestaande uit het telefoonnummer en het adres van de inwoner; en
e. belastingmiddel of toeslagsoort en de hoogte van de betalingsachterstand, belastingmiddel of toeslagsoort.