BWBR0045797
Geldig vanaf 2021-11-09
Artikel 2
Goedkeuringswet Overeenkomst treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding (Trb. 2020, 67, Trb. 2020, 107 en Trb. 2020, 128) en Overeenkomst grenscontroles op treinverkeer tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding (Trb. 2020, 69 en Trb. 2021, 62)
1. Een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat kan de aanhouding van een persoon die heeft plaatsgevonden aan boord van een internationale trein buiten Nederland, tijdens de verplaatsing van de trein over Nederlands grondgebied voortzetten.
2. De aangehouden persoon wordt zo spoedig mogelijk overgedragen aan Nederlandse opsporingsambtenaren, die bevoegd zijn alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de aangehouden persoon en ter voorkoming van zijn ontvluchting.
3. De aangehouden persoon wordt zo spoedig mogelijk teruggeleid naar het grondgebied van de ambtenaren die de aanhouding hebben verricht. In afwachting van een passende gelegenheid tot vertrek kan de aangehouden persoon in Nederland ten hoogste zes uur worden opgehouden. De tijd tussen middernacht en negen uur ’s morgens wordt voor de berekening van deze termijn niet meegerekend.
2. De aangehouden persoon wordt zo spoedig mogelijk overgedragen aan Nederlandse opsporingsambtenaren, die bevoegd zijn alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de aangehouden persoon en ter voorkoming van zijn ontvluchting.
3. De aangehouden persoon wordt zo spoedig mogelijk teruggeleid naar het grondgebied van de ambtenaren die de aanhouding hebben verricht. In afwachting van een passende gelegenheid tot vertrek kan de aangehouden persoon in Nederland ten hoogste zes uur worden opgehouden. De tijd tussen middernacht en negen uur ’s morgens wordt voor de berekening van deze termijn niet meegerekend.